Rappa

vrijdag, 16 december 2016 08:34

Fa waka?

Geschreven door
Hoe gaat ‘t? Alvast is dat vraagteken in ‘fa waka?’ in feite onjuist, want de uitspraak is niet zoals in ‘Hoe heet je?’. Hierbij begin je hoog, dan een trapje lager en bij ‘je’ ga je nog wat omlaag en dan met een swing weer omhoog. Dit laatste gebeurt niet bij de laatste lettergreep van ‘waka’, die gaat gewoon een half trapje lager. Verder is het opvallend dat ‘fa’ alleen in deze groet gevolgd wordt door een werkwoord of zelfstandig naamwoord. Je zegt niet: ‘fa sribi, fa nyan of fa wasi?’ Dat komt waarschijnlijk omdat ‘fa waka’ de inkorting is van ‘fa fu a waka’ (letterlijk: ‘Hoe staat het met het lopen’ of beter: ‘Loopt het?’) zoals je wel kan zeggen: ‘fa fu a nyan’, ingekort tot ‘fa’f a nyan?’ Toen we als jongelingen via onze vriend Raoul ‘boorden’ op een familiefeest en hij ons flink ‘regelde’ met drank, vroeg Bertje, een wandelende lintworm, al gauw: ‘Raoul, fa’f a nyan?’ oftewel: ‘Hoe staat het met het eten?’ Dat vraag je ook als je informeert naar de gesteldheid van iemand, bijvoorbeeld:…Comments ()
dinsdag, 22 november 2016 08:38

Leriman, sabiman, koniman en sabiso

Geschreven door
Als kleinzoon van een evangelist vond mijn vader het toch goed dat ik naar de zondagsschool ging. Een jeugdvoorganger, echt zo een leriman, spijkerde ons in een benedenkamer van de domineeswoning van de Emanuelkerk heftig de Bijbelse kronieken bij. De buurtjongens knikten braaf mee op de maat van de woordenstroom, maar ik onderbrak die regelmatig met achtergrondvragen. Het verwonderde mij dat onze kerkelijke sabiman dat irritant vond, te oordelen aan de chagrijnige trek op zijn gezicht als ik zijn stichtelijke bijles weer eens onderbrak. Een zondag liep dit helaas uit de hand. De jonge broeder had het steeds heftig over Judas, in feite de tweede man in de groep geloofsvernieuwers onder leiding van de veelbelovende Jezus van Nazareth. Die Judas was een smerige verrader; die had zijn leider voor dertig zilveren munten, de berucht geworden zak met zilverlingen, verraden aan de Romeinen. Ik vroeg: “Broeder, wat had Judas over Jezus verraden?” De jonge evangelist keek me aan, knipperde een paar maal met z’n ogen en zei toen geïrriteerd: “Judas heeft de Romeinen verraden wie de Here Jezus was.” En voort…Comments ()
donderdag, 20 oktober 2016 08:26

Dat ding, die dingen, die dingens

Geschreven door
De eerste keer dat ik me dat ding kan herinneren, was toen ik bij m’n vriendje thuis diens buurvrouw luidkeels hoorde zeggen: ‘Ik moet je ding niet’. tot de dag van vandaag weet ik niet wat dat ding was. toen een van de lagere schoolmeisjes ons met grote ogen hijgend vertelde: ‘Die tuinman plaste achter die struik, boi, als je z’n ding zag, zooow groot’, vermoedde ik wel wat dat ding was. Maar soms gebeuren er van die vreemde dingen. Zo droomde een buurmeisje steeds dat er een ding tussen haar benen kroop en dat ze dan gillend wakker werd. Ze bleef bij haar oma en die bracht haar toen naar een bonuman. Die haalde dat ding daar weg met een ander ding en dat bevrijdde haar van die nare dromen. Dat ding werkte zo goed, dat ze er ’s morgens van moest overgeven. Haar oma vond dat ding maar verdacht, want ik hoorde haar zeggen: ‘La me dat ding van je zien.’ En kort daarop: ‘Mi Masra, kijk een ding hier! Dit ding is fout. En je bent pas…Comments ()
dinsdag, 20 september 2016 13:03

Zakken

Geschreven door
Zakken dalen, benedenwaarts (werkwoord): gaan, heeft bij ons wat typische variabelen. Zoals ik hoorde op een schoolreisje naar Colakreek. Clayton was ondanks het uitdrukkelijk verbod van juf fiene toch in een boompje geklommen. “Clayton, zak uit die boom, meteen.” Johan naast me fluisterde: ”Juf gaat een paar baksen voor hem zakken, wacht maar.” En ja hoor, even later galmde het van: “nee juf, ik ga ‘et niet meer doen, nee juf, patsj, wahaha, woei, woei, patsjah, neehee, ik verzoek.” Een van de meisjes kwam wat later kokhalzend uit het meisjestoilet en zei hijgend: “Iemand heeft daar een stinkende bana gezakt en niet doorgespoeld, bwaaah”, en ze kotste haar hele nasi goreng eruit. vroeger waren de particuliere busjes, oftewel de ‘wilde bussen’ of donibussen niet gebonden aan een bushalte. Je zei dus luid in de bus: ’Sjaffeur, zak me op de hoek’, en prompt trapte de man op z’n remmen om je nog net voor de hoek uit de bus te laten zakken. Als z’n rem gezakt was, zou hij de hoek voorbij zijn geschoten. Stel je bent een beetje wijsneuzerig…Comments ()
maandag, 22 augustus 2016 08:54

Sakasaka: de verdubbeling

Geschreven door
In het Nederlands komt woordverdubbeling voor, bijvoorbeeld in: ‘Zijn speech vond ik maar zozo.’ Of: ‘Hij laat alles maar blauwblauw.’ Het verdubbelde woord betekent daarbij wat anders dan de enkele vorm. In het SurinaamsNederlands hoor je zeggen: ‘Kom, sta op, doe ook wat; je bent hier niet voor mooi-mooi.’ In het Sranan komt de verdubbeling vaak voor. Een bekend voorbeeld is sakasaka oftewel ‘bezinksel, drab’, terwijl de enkele vorm saka ‘zakken’ betekent als werkwoord en als zelfstandig naamwoord. De verdubbeling wordt als denigrerende aanduiding gebruikt: ‘Dan heeft hij me gewoon gedumpt voor een jongere meid, die sakasaka.’ Zo zijn er nog meer bekende verdubbelingen: bron (met een half gedekte [o], bijna als in ‘love’ en een genasaliseerde [n]; dat spreekt toch geen buitenlander meteen goed uit!) betekent ‘branden’. De verdubbeling bronbron slaat op de aangebrande korst onder in de pot rijst of nasi goreng. Mijn tante zei altijd: ‘Laten jullie die bronbron voor mij.’ Ze at dat dan met de overige restjes met smaak op. Wie het laatst lacht, of beter: eet… Dan heb je het woord drai (draaien). De…Comments ()
maandag, 18 juli 2016 08:31

Kep’lati (tjep’lati)

Geschreven door
De (buriki burikiwagi = ezel) die tot de jaren , de ezelkarren zestig als kleine vrachtvervoerders de straten van Paramaribo bevolkten, hadden vaak zeer kleurrijke karrenmannen. Als ze bij een hoek moesten stoppen, sprong zo’n menner van zijn vehikel en leidde paard of ezel en platte kar met lading de drukke hoek over. De karrenman mepte zijn dier vervolgens met een stokje op diens achterste, het beest trok op, paardje in galop, en de berijder sprong dan kwiekjes zijwaarts weer op z’n burikiwagi. Als er voor wat langere tijd stil moest worden gehouden, stapte de karrenman niet alleen af, maar hij nam een stevige lat met een paar inkepingen van zijn kar, duwde een van de inkepingen in de eerste of tweede dwarslat van de kar en krikte die een paar centimeters op met de straat als ondersteun, zodat de schouders van het trekdier tijdens het wachten ontlast werden. Moest hij weer verder, trok de bur’kiwagiman, vaak blootsvoets, de kep’lati (uitspraak ‘tjeplati’; een kepi, of tjepi is waarschijnlijk afkomstig van inkeping) vanonder de ‘wagen’ vandaan en vervolgde zo zijn weg.…Comments ()
maandag, 20 juni 2016 10:09

Lostu (Lostoe)

Geschreven door
Ons dienstmeisje verwachting. Wist ik toen veel. fiene was in tot de dag dat ze tegen m’n moeder zei: ‘Mevrouw, ik lust die vette, dikke Javaanse bami met een droog gebakken stuk kip erop’. tot mijn verbazing gaf m’n moeder me meteen wat geld en zei: ‘Ga een porsie bami bij Summer Garden kopen’. ‘Waarom direct-direct?’ vroeg ik. ‘fiene heeft lostu, en als ze die bami niet snel eet, gaat d’r baby een vlek in de vorm van een bamistreng krijgen.’ Inderdaad krijgen vrouwen tijdens de zwangerschap door hun veranderde hormoonspiegel soms lostu, oftewel een onbedaarlijke trek in een bepaald gerecht of lekkernij. Maar dat hun baby een vlek zal krijgen in de vorm van die lostu als die niet bevredigd wordt..? Een ondernemend ambtenaar bij de dienst der D. boven het Postkantoor kocht jaren terug ’s morgens allerlei groenten onder de markt en hield dan markt op zijn bureau. Als er zwangeren op het kantoor waren, bracht hij van huis enkele weckflessen met ingelegde vruchten op zoetzure azijn mee, maakte de flessen in de luchtstroom van de kantoorventilator open…Comments ()
dinsdag, 17 mei 2016 11:02

Het woord ‘junkie’ bestond nog niet

Geschreven door
Parbode 1964 op deze foto, wel met een slap handje, , tien jaar oud, net als de jongen die in zijn verjaardagstaart aansnijdt. Helemaal links op de foto, in het wit, staat zijn moeder: Cecilia Durgaram, oudste dochter van de toen bekende aannemer/ bouwmeester Hendrik Bridjmohan Durgaram. Hun vroegere woonhuis, De Ark, staat nog altijd aan de Prins Hendrikstraat. Naast Cecilia staat de vader van de jarige, Emanuel Nepal (‘Noen’) Parabirsing, farmaceut, in Leiden gepromoveerd, jongste zoon van Dhumradj Parabir, immigrant uit Nepal. Noen werd opgebracht in het Kinderhuis Sukh Dhaamte in Alkmaar. Naast pa-lief staat de juf van de jarige, mevrouw Waasdorp. Zij gaf les op de Vrije School. Het jongetje links van de jarige is Jerry Birdja; zijn grootmoeder Rebecca LachmanParabirsing was de jongere zus van ‘Noen’ en draaide met haar echtgenoot Micha een bekende manufacturenzaak aan de Maagdenstraat. Naast Jerry staat Chequita Lachman. Haar grootmoeder was Esther Lachman-Parabirsing, de oudere zus van Noen, die met haar echtgenoot Daan de toen bekende kantoorboekhandel D.M. Lachman aan de Domineestraat runde. Achter Chequita staat Anton (‘tonny’) Duchenne, boezemschoolvriend van de…Comments ()
maandag, 21 maart 2016 20:52

Ganja, wiri, weed

Geschreven door
Zoals gedistilleerde dranken ons land binnenkwamen via de blanken, kwam ganja (Indische hennep, marihuana, cannabis sativa) via de BritsIndische immigranten. Die brachten dus niet alleen zaden van de karaila (sopropo), bhindi (oker), sem (bonen) en kohora (pompoen) mee. nu telen ze dat kruid tot in nederland met lampen op zolders, en de kwaliteit van die nederwiet is goed. Hier spelen we ook op dit vlak nog steeds ‘roomser dan de paus’; onze verouderde koloniale wetten verbieden ganja; dat is toch zo giftig! Het mooie is dat alleen de teelt van de vrouwelijke ganja-plant verboden is. Jarenlang heeft op de vensterbank van een van de bovenste ramen van het later in brand geschoten hoofdbureau van politie aan de Waterkant een grote mannelijke marihuana-potplant gestaan. Vele immigranten rookten de gedroogde vrouwelijke ganja-toppen tijdens religieuze rituelen in een tjielem, een koehoorn waarvan de punt was weggezaagd. toen ik met lyceumvriend Chander naar z’n woning op boiti (platteland) ging, zag ik zijn grootvader en wat leeftijdsgenoten in de lege koestal achterop roken. ‘Wat roken ze?’ ‘Marihuana’, zei Chander doodleuk. ‘Kan niet’, zei ik. ‘Kom…Comments ()
woensdag, 20 april 2016 08:00

Dyari/Kumakoisi

Geschreven door
tijdens het tienjarig Staatstoezicht konden de ge tegen betaling op een plantage ëmancipeerden naar keuze arbeiden. Velen spaarden de verdiensten op, om een bestaan als kleine zelfstandige in Paramaribo op te bouwen. of ze vonden er werk en huurden dan een woning op een van de vele erven (dyari) die de stad rijk was. Aan de straatkant stond dan de winkel met bovenwoning van de eigenaar, een paar meter tussenruimte en dan weer de volgende winkel. Achter de winkel liep dan het erf smal en diep door. Daarop waren veelal twee rijen erfwoninkjes gebouwd, eerst bewoond door de stadsslaven, later verhuurd aan de geëmancipeerden. De ruimte tussen de twee panden aan de straatkant was de toegang, vaak met een toegangspoort, de ‘nengredoro’ (letterlijk de ‘negerdeur’), tot het vaak behoorlijk bevolkte achtererf. Aan het eind van het achtererf bevonden zich de badhokjes en de privaten, de hurk-wc’s, de plee oftewel de kumakoisi. De gebruiker haalde de houten afsluiter boven het gat weg, hurkte daarboven en drukte zich leeg. Soms was de bak behoorlijk vol, dan keek je tegen de veelkleurige en…Comments ()
donderdag, 28 januari 2016 17:58

Boeroe, boer

Geschreven door
‘Boeroe’, de aanduiding voor de nazaten van die groep Gelderse boeren die in 1845 hierheen geloodst werden door een dominee, die ook zijn riante woning liet overkomen (de latere dc-woning). De overlevenden van dit verschrikkelijk mislukte kolonisatie-experiment in Saramacca werden uiteindelijk op gronden buiten de hoofdstad Paramaribo gevestigd, alwaar zij groenten en melk in de stad verkochten, in hun coöperatie-verkoopstalletje genaamd ‘ons Belang’, een landelijk bekend geworden begrip. toen de stad zich uitbreidde, deden vele Boeroes goede zaken met het verkavelen. Welke Surinamer kent niet de namen tammenga, Van Dijk, Van Brussel, Veldhuizen, Mones, Gummels, Van Ravenswaay, Rijsdijk en Loor? hindostaanse blijvers kochten vaak bij deze Boeroes hun gronden aan de Kwatta, en leerden van hen kleinlandbouw en veeteelt. En misschien omdat ze concurrenten werden, klikte het soms niet zo goed tussen mannen uit beide groepen. In een VWo-onderbouwklas merkte ik dat tijdens de taalles. toen kinderen tweelettergrepige woorden met de oe-klank erin moesten noemen, riep een hindostaanse jongen keihard ‘boeroe’ en lachte smalend naar betrokkene. toen die aan de beurt was, brulde hij ‘koelie’, waarna ze elkaar bijna in…Comments ()
Pagina 1 van 3