160 jaar parlement
Door de jaren heen heeft het parlement zich ontwikkeld van een elite koloniaal instituut (de Koloniale Staten) tot een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging. Deze personen schreven geschiedenis.
Tekst: Kavita Jiawan

Jasper Mauritsz Ganderheyden. Beeld Wikimedia.
De eerste voorzitter: Mr. Jasper Mauritsz GanderheijdenDe Nederlandse jurist, Mr. Ganderheijden, was van 1866 tot 1867 voorzitter van de Koloniale Staten. In 1859 werd hij voorzitter van het gerechtshof in Suriname. Na de invoering van het Hof van Justitie in 1869, werd hij president van dit rechtscollege. Ganderheijden was ook lid van de Commissie voor de Nieuwe Wetgeving in de West Indiën. Op basis van het benoemingsrecht van de gouverneur, werd hij aangewezen als lid van de Koloniale Staten. Zijn benoeming tot lid van de Koloniale Staten onderstreept het feit dat er geen strikte scheiding bestond tussen de rechterlijke macht, het bestuur en het wetgevende orgaan.

Salomon Soesman jr. Beeld Wikimedia.
De eerste ondervoorzitter van de Koloniale Staten was Salomon Soesman jr., een in Amsterdam geboren joodse koopman en plantage-eigenaar. Hij verhuisde op 25-jarige leeftijd naar Suriname. Zijn handelszaak, Gebroeders Soesman, had een filiaal Soesman Brothers in de Amerikaanse stad Boston. Hij bezat de plantages Uit en Thuis en Mon Plaisir. Soesman was bij de eerste verkiezingen in 1866 gekozen tot lid van de Staten. Hij werd vervolgens ondervoorzitter en in 1867 de voorzitter van het wetgevende orgaan. Rond 1874 ging Soesman failliet en gingen zijn eigendommen op openbare veiling.

Isaac Jacques da Costa. Beeld Wikimedia.
Isaac ‘Jacques’ Da Costa was een jurist die tot twee keer toe een door de gouverneur benoemd lid was van de Koloniale Staten (1888-1890 en 1892-1901). Vanaf 1904 was hij tien jaren voorzitter van de Koloniale Staten en gekozen lid van de Koloniale Staten. Hiermee was hij de eerste voorzitter van de parlementaire vertegenwoordiging in Suriname die de voorzittersfunctie zolang bekleedde. Binnen het rechtswezen heeft Da Costa diverse functies gehad. Aangezien universiteitsafgestudeerden lid konden worden van het Hof van Justitie, werd speciaal voor hem bij Koninklijk Besluit de voorwaarde aangepast. Hij was immers opgeleid door zijn broer tot landspraktizijn.

Grace Schneiders-Howard. Beeld Wikimedia.
Grace Ruth Schneiders-Howard werd in 1938 gekozen tot het eerste vrouwelijke lid van de Staten van Suriname. Tot 1936 hadden vrouwen in Suriname geen kiesrecht. Zij werd dus gekozen door mannen. Haar politieke belangstelling werd gewekt tijdens haar studieperiode in Nederland, waar ze in contact kwam met het socialisme. Ze kwam op voor onder andere de lagere volksklasse, hygiëne en openbare gezondheidszorg. Ondanks haar inzet, werd ze begin jaren ’40 bij meerdere kandidaatstelling weggestemd. Haar carrière is een schoolvoorbeeld van een politiek klimaat dat nog niet klaar was voor vrouwelijk leiderschap en vrouwen in de politiek zonder hindernissen.

Jaggernath Lachmon. Beeld Wikimedia.
Jagernath Lachmon was een Surinaamse advocaat en politicus. Als zoon van Brits-Indische contractarbeiders, begon hij zijn advocatenkantoor in 1940. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Lachmon actiever in de politiek. Bij de eerste algemene verkiezingen van 1949, werd hij lid van de Staten van Suriname en meerdere malen voorzitter van het parlement; van 1964 tot en met 1967, daarna van 1969 tot 1973. Na het ‘herstel’ van de democratie in 1987, werd hij opnieuw voorzitter van De Nationale Assemblée die drie termijnen duurde. Zijn laatste periode als voorzitter duurde van 24 juli 2000 tot 19 oktober 2001. Lachmon had het wereldrecord als langstzittend parlementslid.
Wilfred Adriaan Hermes Liefde was een Surinaamse onderwijzer en lid van de Nationale Partij Suriname. Hij was de eerste marron die lid werd van de Staten van Suriname na de verkiezingen van 1963. Zijn benoeming markeerde een belangrijke stap voor de binnenlandbewoners, die tot dan toe geen actief en passief kiesrecht hadden. Liefde stond op de kieslijst voor het district Brokopondo. Hij overleed in september 1965 op 44-jarige leeftijd en heeft de zittingsperiode als Statenlid niet uitgezeten. Met zijn lidmaatschap was er een weg naar inclusie van de binnenlandbewoners in het Surinaamse politieke leven geopend.

Isabella Johanna Alyda ‘Bella’ Richaards. Beeld Adek.
Isabella Johanna Alyda ‘Bella’ Richaards werd op 7 juni 1963 toegelaten tot de Staten van Suriname. Het duurde bijkans 20 jaar nadat de eerste vrouw Statenlid werd en 15 jaar sinds vrouwen ook het stemrecht kregen. ‘Tante Bella’ was onderwijzeres bij de Evangelische Broeder Gemeente. Ze was namens de NPS lid van de Staten van Suriname. In 1967 en 1973 is Richaards opnieuw gekozen tot Statenlid. Richaards was ook hoofd van de Dienst Jeugdzorg bij het Ministerie van Sociale Zaken. Tijdens haar tweede termijn was zij niet de enige vrouw, ze kreeg een vrouwelijke collega, Irma Loembang Tobing-Klein.

Emile Wijntuin. Beeld Wikimedia.
Emile Linus Alfred Wijntuin leidde het parlement in de meeste cruciale periode in de recente geschiedenis van Suriname. Wijntuin werd voorzitter van de Staten van Suriname in 1973 en de eerste voorzitter van het parlement na de onafhankelijkheid. Hij was onderwijzer van beroep en lid van de PSV. In 1958 werd Wijntuin lid van de Staten van Suriname. Wijntuin was voorzitter in een turbulente tijd: Suriname stond aan de vooravond van de onafhankelijkheid die veel spanningen markeerde en kort voor de militaire staatsgreep. Met de ontmanteling van het democratisch bestel kwam zijn rol als parlementsvoorzitter ten einde in 1980.

Indra Marijke Djwalapersad.
Indradevie Marijke Djwalapersad neemt een belangrijke plaats in in de Surinaamse parlementaire geschiedenis als de eerste vrouwelijke voorzitter van De Nationale Assemblée. Deze functie bekleedde ze van 1996 tot 2000. Zij werd politiek actief vanaf 1990. Ze werd namelijk lid van de Adviesraad van de VHP. In 1991 werd ze gekozen tot parlementariër en was ook de eerste Surinaamse vrouwelijke parlementariër van Hindostaanse afkomst. In 1996 werd Djwalapersad herkozen en gekozen tot voorzitter van DNA. Naast haar politieke loopbaan, was ze actief in diverse organisaties. Haar nalatenschap als een vrouwelijke pionier is een belangrijk onderdeel van de Surinaamse parlementaire geschiedenis.





