Ashwin Adhin: “Ze probeerden mij politiek te breken”
Vele Surinamers kennen hem als Ashwin Adhin, maar zijn volledige naam is Michael Satyendra Ashwin Adhin. Hij is voormalig onderwijsminister, voormalig vicepresident en huidig parlementsvoorzitter. Na de recente verkiezing in mei 2025 werd hij met een ruime meerderheid verkozen tot parlementsvoorzitter – de jongste ooit.
Tekst: Wandana Oedit | Beeld: Collectie Adhin
Michael Adhin is geboren op 10 juni 1980. Hij is de oudste van vier kinderen en is getogen op Tamenga, waar hij een goede band onderhield met de kinderen van zijn buurt. Op jonge leeftijd is vaderlandsliefde bij hem aangewakkerd. Op de lagere school was hij samen met een vriend verkeersbrigadier. “We stonden met een lang, geel pak op straat om het verkeer te stoppen”, zegt hij trots. Een kwajongen was hij niet, vervolgt Adhin in zijn kantoor van het parlementsgebouw. “Op school had je wel van die bendes, waar ik ook deel van uitmaakte, maar dat was meer om gewoon mee te doen. Ik heb nooit een schooldag gemist, of ooit opzettelijk van school weggebleven. Wel maakte ik weleens een wandeling met de jongens na school of tijdens de gymles”, vertelt hij.
Adhin komt uit een onderwijzersfamilie en is naar eigen zeggen ‘heel strikt en disciplinair’ opgevoed. “Er werd een TORA-regeling toegepast: Tijdig, Ordelijk, Regelmaat en Activiteit stonden centraal”, lacht Adhin terugdenkend aan zijn jeugd. “Als we niets te doen hadden meldden we ons aan bij onze ouders: ‘Wij hebben niets te doen’”, lacht Adhin uitbundig. De huidige DNA-voorzitter dankt het aan zijn opvoeding dat hij, zijn broertje (wijlen) en zusjes hun doelen hebben bereikt.
In 2013 stapte Adhin in de politiek. Hij sloot zich bij NDP aan. Zelf had Adhin nooit een politieke carrière voor zichzelf in gedachten. Hij studeerde elektrotechniek op de Anton de Kom Universiteit van Suriname (ADEKUS) en behaalde zijn bachelorgraad. Voor zijn masterstudie elektrotechniek reisde hij af naar de TU Delft, in Nederland. Terug in Suriname begon hij als docent op de universiteit, en werd hij tweemaal uitgeroepen tot ‘Beste docent van ADEKUS’. In die periode was hij verbonden aan Hindoe Swayamsewak Sangh Suriname (HSSS), meer bekend als Shakha bij de hindoestaanse gebroeders. Deze hindoe-organisatie deelt kennis over de hindoestaanse cultuur aan kinderen van hindoestaanse afkomst, onder meer met de organisatie van educatieve kampen in de vakantieperiode. Hier leren kinderen discipline, maar ook over muziek, yoga, gebeden en zelfverdedigingstechnieken. Als lid van HSSS nodigde Adhin nationale en internationale hooggeleerden binnen het hindoe geloof uit om hun kennis met de kinderen te komen delen.
Langzamerhand betrokken enkele leden van de organisatie Culturele Unie Suriname (CUS) hem bij de organisatie van de devali-vieringen, een van de belangrijkste feesten in het hindoeïsme. De leden van CUS wilden de samenleving betrekken bij een divali manifestatie, maar wisten niet hoe. “Zij wilden een kom plaatsen met dia’s erin wat eigenlijk niet zou werken”, vertelt Adhin. Samen met zijn ‘kameraden’ van Shakha kwamen ze op het idee om een lont en ghee (olie gemaakt uit room van koeienmelk, red.) aan te steken in een kappa, een kolossale pan waarin suiker werd gekookt in de koloniale periode. Onder leiding van Adhin werd op deze manier de eerste Surinaamse dia aangestoken op het Onafhankelijkheidsplein. Later werd Adhin voorzitter van CUS. Hij maakte er meteen werk van om ook andere hindoestaanse, culturele gedenkdagen groots te organiseren en vieren. En zo kwam het dat Adhin op 30 november 2010 de voormalige president van Suriname, Desiré Bouterse, uitgenodigde voor de divali-viering op het Onafhankelijkplein. Bouterse was erg onder de indruk van Adhins capaciteiten. Drie jaar later vroeg Bouterse hem om minister van onderwijs in zijn kabinet te worden. De vraag was niet nieuw. Ook met wijlen ex-president Jules Wijdenbosch en voormalig premier van Suriname, Erol Alibux, heeft Adhin gesprekken gevoerd over een mogelijk ministerschap. Hij weigerde, ondanks men hem vaak trachtte over te halen om het te doen. “Maar ik had de woorden van mijn, inmiddels overleden, grootvader in gedachten. Hij zei altijd dat de familie Adhin een familie van wetenschappers is, niet van politici. Mijn moeder heeft mij ook altijd gezegd dat ik een missionaris ben.”
Maar toen Bouterse met de vraag op de deur klopte, ging Adhin alsnog overstag. “Bouterse viel direct met de deur in huis. Hij wilde mij benoemen tot minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur omdat hij de capaciteiten en intellectuele vaardigheden bij mij had gezien.” Adhin ging overstag, op drie voorwaarden: dat hij zeven jaar zou aanzitten – om alle veranderingen die hij voor ogen had, te kunnen doorvoeren -, ruim de tijd zou krijgen om zijn PhD af te ronden en een vervanger vond voor zijn voorzitterschap bij CUS. Bouterse ging akkoord. In juli 2013 werd hij ingezworen als minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Daarmee trad Adhin in de voetsporen van zijn grootooms, wijlen Jnan Hansdev Adhin (hij was driemaal minister, en na 1980 regeringsadviseur in algemene dienst, red.) en Herman Sookhdew Adhin (minister van Opbouw na de militaire coup in februari 1980, red.).
Bij zijn aankomst op het ministerie van Onderwijs veranderde Adhin de naam naar ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC). “Ik heb geprobeerd om middels cultuur de bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen, om de eenheid op zo een manier te stimuleren. Vaak als er gesproken wordt over etniciteit, wordt er gedacht aan kleur, maar dat is niet het geval. Etniciteit is niet alleen een volk, maar ook cultuur, woon- en leefgewoontes en de taal. Daarom dat ik bij elke bijeenkomst of toespraak aanhaal dat Surinamers, wij allemaal, kinderen zijn van Mama Sranan”, zegt Adhin. Zijn ministerschap eindigde niet na de beloofde zeven jaar, maar na twee jaar, in 2015. “Bouterse zei tegen mij: ‘Ik weet dat je zeven jaar minister van onderwijs wilde zijn, maar dat gaat niet gebeuren. Als we deze verkiezingen winnen wordt jij vice- president.” Zo gezegd, zo gedaan. Op 12 augustus 2015 werd Adhin ingezworen als de jongste vice-president van het land. “Het was een zware, maar leerrijke periode”, zegt Adhin over die periode. “Ik heb het parlementaire gebeuren beter leren kennen, en veel geleerd uit de buitenlandse missies.” In Suriname zelf werd hij echter achtervolgd door wantrouwen. “Dagelijks deden aantijgingen, beledigingen en valse beschuldigingen de ronde”, erkent Adhin. Veel had te maken met zijn korte periode als onderwijsminister, die werd overschaduwd door het mislukte Naschoolse Opvang-project dat werd uitgevoerd zonder projectplan, en waar overbesteding en overfacturering, in combinatie met een gebrek aan controle op de uitvoering, ertoe leidden dat het project al snel in elkaar donderde. Volgens het evaluatierapport, dat in 2017 bij het parlement werd ingediend, is er voor bijna SRD 150 miljoen aan ‘voeding’ uitgegeven, maar zijn lang niet alle dienstverleners uitbetaald. Het Openbaar Ministerie startte in 2020, op vraag van de nieuwe regering, een onderzoek naar verduistering van geld, valsheid in geschrifte, oplichting en knevelarij. Zestig personen werden door het OM gedagvaard, waaronder Adhin.
Het hield de jonge politicus niet tegen om zich tijdens de verkiezingen van 2020 opnieuw verkiesbaar te stellen. Hij werd lijsttrekker van NDP en behaalde 5600 stemmen. Daarmee kwam hij binnen in het parlement, waar zijn partij in juni 2020 plaatsnam op de oppositiebank. Vijf maanden later, op 16 november 2020, werd Adhin aangehouden op verdenking van het verduisteren en vernielen van media-apparatuur van het Kabinet van de Vicepresident waar hij zetelde. “Dat was een frustrerende periode”, zegt Adhin. “Ik werd vervolgd en kon mijn werk niet goed doen.” In 2023 werd hij door het Hof van Justitie in hoger beroep vrijgesproken. Het OM werd niet-ontvankelijk verklaard omdat een geldige klacht ontbrak. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld. “Ik heb als DNA-lid geprobeerd mijn werk te doen, maar werd politiek bijna doodgeknepen”, zegt Adhin. “Maar het heeft me wel veel over het parlement en de rechtelijke macht geleerd.”
Bij de recente verkiezingen werd Adhin de op twee na populairste politicus van het land, gekeken naar het aantal behaalde stemmen. Alleen voormalig president Chandrikapersad Santokhi en huidig president Simons behaalden meer stemmen. Over de vermeende rivaliteit tussen Simons en Adhin, die tijdens de verkiezingscampagnes breed uitgesmeerd werd in de (sociale) media, wil Adhin niet veel kwijt. “Er zijn geen issues binnen de partij, alleen meningsverschillen.” Wat die meningsverschillen dan zijn? Daar wil Adhin niet op antwoorden. “Ik heb het achter mij gelaten. “Ik ondersteun president Simons en haar regering. Simons bekijkt alles minutieus”, zegt Adhin bewonderend. Met name de wens van Simons om het beleid te decentraliseren, kan op ondersteuning van hem rekenen. Beide NDP’ers maken zich naar eigen zeggen sterk voor een sterke wetgevende macht. “Er moeten goede wetten en strategische plannen gemaakt worden. Het nieuwe ontwikkelingsplan moet worden ondersteund met wetten, want die worden gemaakt met de rechterlijke en de uitvoerende macht.” Verder wil de DNA-voorzitter ook een commissie benoemen die de belangrijke problemen in de samenleving kan oplossen. “Als er bijvoorbeeld geen bussen zijn, kan dit probleem via deze commissie gerapporteerd worden bij het desbetreffende ministerie, zodat er werk van gemaakt kan worden”, aldus Adhin. Volgens hem is er veel werk aan de winkel voor De Nationale Assemblée. “Als hoogste orgaan der staat, moeten wij ook het hoogste niveau van integriteit, debat, transparantie en visie belichamen.” Deze leuze heeft hij in de gang van DNA laten plakken.
RECTIFICATIE: In een eerdere versie van dit artikel is een onjuist citaat opgenomen over president Jennifer Simons. Waar eerder stond dat Simons “alles vanuit een militante bril bekijkt”, had dit moeten zijn dat zij “alles minutieus bekijkt”. De betreffende passage is op 21 maart 2026 aangepast. De redactie betreurt de onjuiste weergave en biedt haar welgemeende excuses aan.




