Geen monument, niets. Het interneringskamp Jodensavanne is opgeslokt door het bos. Tussen de resten van de eeuwenoude Joodse synagoge is niets meer dat duidt op de overblijfselen van een concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog. Op deze plaats zaten 146 mannen vier jaar lang gevangen, vermeende Indische NSB’ers van Nederlandse afkomst. Nederland had ooit zijn eigen Guantánamo Bay.


Met hun lange dreadlocks verborgen onder grote wollen reggaemutsen, bijzondere kleding en rasta-levensstijl, vormen de vijf kunstenaars uit het dorp Pikinslee een opmerkelijk gezelschap. Dag in dag uit bouwen ze, samen met andere dorpsbewoners, aan een museum. Vijf mannen kappen hout in het bos, terwijl anderen de stenen voor de muren maken. Hun museum, het eerste aan de Boven-Surinamerivier, zal de buitenwereld een blik gunnen in de kunst en cultuur van de Marrons. Kunstwerken, decennialang verborgen in een schuur: opgepoetst en afgestoft krijgen ze een plaats in de tentoonstellingsruimte. Nieuw werk van de kunstenaars wordt geëxposeerd in een aparte galerie in het museumcomplex.
