CashPnt-automaten zorgen ook intern bij BNETS voor uitdagingen
Wie eind van de maand contant geld probeert op te nemen bij een cashpnt-geldautomaat, moet tegenwoordig geduld hebben. Lege automaten, lange rijen en frustratie bij burgers zijn inmiddels een bekend tafereel geworden. Parbode sprak met de directie van Banking Network Suriname N.V. (BNETS), het bedrijf achter het Cashpnt-netwerk, over de oorzaken en oplossingen.
Door Claudiõ Draibas
“Wat veel mensen niet weten, is dat wij als BNETS verantwoordelijk zijn voor het operationeel en technisch beheer van de geldautomaten. We zorgen dus voor onderhoud, software, beveiliging en beschikbaarheid. Maar het daadwerkelijk vullen van de automaten met contant geld? Dat is de taak van de aangesloten banken”, stelt het bedrijf desgevraagd aan onze redactie.
Veranderde spelregels
In de eerste fase van het Cashpnt-project, zo legt het bedrijf uit, waren de automaten deels nog onder direct beheer van de banken zelf. Toen was de geldtoevoer soepeler geregeld. Maar inmiddels ligt het beheer volledig bij BNETS, en dat vraagt om aanpassing van de interne processen bij de banken.
“We zitten midden in die transitiefase.” En ja, dat brengt opstartproblemen met zich mee. Sommige banken hebben hun processen al aangepast, anderen nog niet. Daardoor zie je dat op een bepaald moment sommige automaten vol zijn, en automaten op andere plekken juist helemaal leeg.”
Volgens BNETS is de beschikbaarheid van contant geld aan het einde van de maand het meest nijpend. “Precies op het moment dat de vraag het grootst is, ontstaan er tekorten. Dat frustreert ons ook. Want de techniek werkt, de infrastructuur staat, maar zonder cash kan de klant niets.”
Een bijkomend probleem is de ongelijke verdeling van verantwoordelijkheid onder de aangesloten banken. “Simpel gezegd: niet elke bank levert op dit moment cash aan het netwerk. Dat is natuurlijk onhoudbaar. Voor een evenwichtige samenwerking is het belangrijk dat alle partijen hun evenredige bijdrage leveren.”
Om die ongelijkheid tijdelijk te compenseren, overweegt BNETS verschillende limieten in te stellen. Klanten van banken die wél bijdragen aan de cash-voorziening, zouden dan meer kunnen opnemen. “We realiseren ons dat dit op weerstand kan stuiten, maar het is een tijdelijke maatregel die in deze fase nodig is.”
Daarnaast is BNETS met de banken in gesprek om hen tot actie te stimuleren. “We werken aan een systeem van incentives: banken die méér cash aanleveren, krijgen daar ook iets voor terug in de dienstverlening. We hopen rond eind juli serieuze verbeteringen te zien.”
Volgens het bedrijf vergeten veel mensen dat het beheren van een geldautomaat allesbehalve goedkoop is. “Denk aan beveiliging, cash-logistiek, software beheer, onderhoud, dat kost serieus geld.” En hoewel wij ook de infrastructuur verzorgen voor POS-transacties – die voor de klant vaak gratis zijn – worden alleen voor ATM-transacties vergoedingen gerekend. Wat een bank daarvan doorrekent aan de klant, is hun eigen commerciële beslissing.”
Toch zijn de tarieven in Suriname – zeker in vergelijking met de regio – opmerkelijk laag. “We hebben onlangs onderzoek laten doen. Daaruit blijkt dat de kosten voor betalingsverkeer hier nog altijd tot de laagste in de regio behoren, zowel voor consumenten als winkeliers.”
BNETS benadrukt dat het Cashpoint-netwerk juist is opgezet om de klant betere toegang tot contant geld te bieden, onafhankelijk van specifieke banken. “Het idee was en blijft: één netwerk, overal toegankelijk. Maar daar hoort bij dat alle spelers meedoen. Alleen samen kunnen we zorgen voor een robuuste, stabiele cash-voorziening.”
De slotwoorden zijn hoopvol: “Wij zijn optimistisch. De gesprekken met de banken zijn constructief en de wil is er. We vragen nog even geduld van het publiek. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan een duurzame oplossing.”





