CBvS-zaak in 2026: één in het gevang, een andere op de vlucht
Op donderdag 5 februari 2026 heeft het Openbaar Ministerie uitvoering gegeven aan het vonnis tegen ex-governor van de Centrale Bank (CBvS) Robert van Trikt. Hij werd thuis opgehaald door de politie om vervoerd te worden naar de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma. De ex-governor werd in de ziekenboeg van de inrichting geplaatst om zijn resterende straf uit te zitten. De uitspraak was op 19 januari en het vonnis werd een week daarna betekend. Via zijn advocaat Irvin Kanhai werd getracht om de executie van het vonnis met drie maanden aan te houden. Het OM heeft dit verzoek geweigerd en gaf van Trikt slechts een week om zijn privézaken in orde te maken en zou daarna wederom ingesloten worden.
Van Trikt zelf blijft bij zijn onschuld en is van mening dat hij zijn land wilde helpen in een hele moeilijke periode. Hij betreurt het dat hij hiervoor de bak moet ingaan en blijft erbij geen middelen ten eigen bate te hebben aangewend. De mogelijkheid bestaat dat de ex-governor vanwege de 50-jaar staatkundige onafhankelijkheid van Suriname, in aanmerking komt voor gratie.
Hof acht tenlastegelegde feiten bewezen
Deelneming aan een criminele organisatie, opzettelijke overtreding van de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte en ambtsverduistering zijn de tenlastegelegde feiten die het Hof van Justitie in hoger beroep bewezen heeft geacht tegen van Trikt, zijn zakenpartner Ashween Agnoe, ex-directeur van de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) Ginmardo Kromosoeto, de gewezen minister van Financiën Gillmore Hoefdraad en voormalig directielid van de CBvS Faranaaz Hausil. Laats genoemde was vanwege het overlijden van haar vader niet aanwezig bij de zitting, en Hoefdraad is voortvluchtig vanaf hij de overdracht op 17 juli 2020 heeft gedaan aan zijn opvolger.
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie en bevoegdheid kantonrechter
De advocaten hebben aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het hof ging daar niet in mee. Volgens het hof voldeed de dagvaarding aan de wettelijke eisen die zijn vastgelegd in artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering en was deze daarmee geldig. Omdat de dagvaarding rechtsgeldig was uitgebracht, concludeerde het hof dat de zaak terecht door de kantonrechter was behandeld. Daarmee veegde het hof de door de verdediging opgeworpen bezwaren van tafel.
Misbruik van positie voor eigen financieel voordeel
De veroordeelden hebben volgens het hof op een systematische geraffineerde manier misbruik gemaakt van de functie die zij bekleedden. Zo had van Trikt moeten weten dat hij de contracten namens de moederbank eerst had moeten laten screenen door de Juridische afdeling. Dit heeft hij echter nagelaten te doen. Het hof hield hem voor dat ondanks er geen gedegen regels bestonden, hij een openbare aanbesteding had moeten houden.
Overzicht overeenkomsten

Bij het aangaan van de overeenkomsten tussen Clairefield Benelux NV en de Centrale Bank zijn door de bank voorschotten betaald ten bedrage van 1.746.000 euro. Volgens het hof heeft deze betaling de Centrale Bank financieel benadeeld.
Daarnaast heeft de Centrale Bank in totaal zeventien panden aangekocht met een gezamenlijke waarde van 105 miljoen euro. Deze aankopen waren in strijd met de Bankwet, aangezien de panden niet zijn verworven ten behoeve van de normale bedrijfsvoering van de bank.
Het hof kwalificeert deze handelingen als verboden en spreekt bovendien van quasi-fiscale activiteiten bij het verstrekken van blanco kredieten ter hoogte van circa 2,2 miljard SRD. Ook bij de voor de bank nadelige overeenkomst tussen de Centrale Bank en Orion Assurance and Advisory is sprake van financiële schade, waarbij de bank een bedrag van ongeveer 1.142.000 SRD heeft betaald.
Het hof oordeelde dat er geen noodzaak bestond om de overeenkomsten met betrekking tot deze projecten te sluiten en evenmin een noodzakelijke en gegronde reden om de Centrale Bank aan deze overeenkomsten te binden, aangezien de inhoud en strekking daarvan niet in overeenstemming waren met de taakstelling van de Centrale Bank van Suriname.
Lagere straffen
De vijf verdachten kregen bij het hoger beroep een lagere straf dan bij hun eerdere veroordeling. Van Trikt is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar. In eerste aanleg kreeg hij nog een straf van acht jaar opgelegd. Hij zat sinds 6 februari 2020 in voorarrest en werd op 7 november 2022 op humanitaire gronden voorlopig vrijgelaten, nadat zijn raadslieden daartoe een verzoek hadden ingediend bij het hof. Met het nieuwe vonnis zal hij naar verwachting nog circa één jaar en vier maanden achter de tralies moeten doorbrengen.
Verbeurd verklaard gebouw nog niet overgedragen door OM
Het hof heeft bij het oordeel gemeend dat het verbeurd verklaarde gebouw van Orion Assurance and Advisory teruggegeven worden aan de eigenaren. Dit gebouw is nog steeds onder beheer van het OM; een speciale politie-unit is hierin geplaatst, die belast is met complexe financiële zaken. De advocaten van de veroordeelden onderhandelen met het OM, zodat de overdracht op korte termijn kan plaatsvinden.





