Chan Santokhi (1959–2026): de ‘sheriff’ die president werd
Met het overlijden van Chandrikapersad Santokhi verliest Suriname een van de meest bepalende politieke figuren van de afgelopen jaren. Zijn loopbaan, die begon binnen het politieapparaat, eindigde op het hoogste ambt van het land: het presidentschap. Acht maanden na zijn aftreden verrast hij vriend en vijand, wanneer op 30 maart 2026 het nieuws breekt dat hij is komen te overlijden. Vandaag, op 7 april, neemt het land voor een laatste keer afscheid van deze veelbewogen Surinamer.
Santokhi werd op 3 februari 1959 geboren in Lelydorp, in het district Wanica. Hij groeide op in een gezin met negen kinderen waarin – naar zijn eigen zeggen – discipline en onderwijs centraal stonden; waarden die later zijn bestuursstijl zouden kenmerken. Na zijn opleiding in Apeldoorn/Nederland, die hij middels een beurs kon volgen, koos hij voor een carrière bij het Korps Politie Suriname waar hij zich al vroeg profileerde als een gedreven en resultaatgerichte functionaris. Hij groeide van politie-inspecteur tot commissaris en stond aan het hoofd van de landelijke recherche en later ook van de justitiële dienst.
Zijn doorbraak kwam in 2005, toen Santokhi namens VHP werd voorgedragen – en benoemd – tot minister van Justitie en Politie in het kabinet van president Ronald Venetiaan. In deze functie kreeg Santokhi nationale bekendheid. Hij zette in op versterking van het politieapparaat en internationale samenwerking in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, met name drugshandel. Zijn no-nonsense beleid leverde hem de bijnaam ‘sheriff’ op, die hij kreeg van Desi Bouterse.
Het hoofdstuk Bouterse
Uiteraard heeft Santokhi tegenover Bouterse gestaan als het om politiek gaat. Maar, hun ‘relatie’ begon al jaren daarvoor, toen Santokhi het onderzoek naar de Decembermoorden moest leiden, waarin Bouterse de hoofdverdachte was. In een land waar Bouterse vrees heeft achtergelaten vanwege de bloedige jaren 80, waren er maar weinig die lijnrecht tegenover hem wilden staan. Santokhi werd uiteindelijk de motor van dit proces en daarmee ook een door Bouterse veelbesproken persoon. Hij deed vaak provocerende uitspraken richting Santokhi, uiteraard met gebruik van de bijnaam sheriff, waarbij subtiele en soms duidelijke waarschuwingen werden gegeven. Het is uitgerekend tijdens de regeertermijn van Santokhi, maar nu als president, waar dit proces definitief tot een eind kwam. Bouterse werd veroordeeld voor meervoudige moord, vluchtte en stierf op een schuiladres.
Politiek
Na zijn ministerschap koos Santokhi nadrukkelijk voor de politiek. Als leider van VHP gaf hij de partij een nieuwe koers. Waar VHP traditioneel een etnisch georiënteerde partij was, probeerde Santokhi haar om te vormen tot een bredere, multi-etnische beweging. Die strategie wierp vruchten af bij de verkiezingen van 2020: hij wist een coalitie te smeden die hem naar het presidentschap bracht.
Regeren in crisistijd
Het presidentschap van Santokhi werd echter vrijwel onmiddellijk overschaduwd door economische problemen. Suriname kampte met hoge schulden, een zwakke munt en stijgende prijzen. Zijn regering koos voor hervormingen in samenwerking met internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De maatregelen waren volgens voorstanders noodzakelijk, maar in de samenleving vaak pijnlijk.
De balans van zijn beleid bleef onderwerp van debat. Voor de een was Santokhi de leider die orde probeerde te scheppen in financieel wanbeheer, voor de ander degene onder wie de koopkracht verder onder druk kwam te staan. Die spanning zou zijn presidentschap blijven kenmerken. De kritiek werd versterkt door percepties van vriendjespolitiek: een verwijt dat extra gewicht kreeg door eerdere uitspraken van Santokhi zelf over zijn voorganger.
Bij de verkiezingen van 2025 verloor VHP terrein en belandde in de oppositie. Santokhi bleef landelijk de kandidaat met de meeste stemmen, meer dan 45.000, maar slaagde er niet in een coalitie te vormen. Hij werd als president opgevolgd door Jennifer Geerlings-Simons van NDP, die één zetel meer verwierf dan VHP, waarna een ander politiek hoofdstuk begon.
Chan Santokhi laat een complexe erfenis achter. Voor de één blijft hij de ‘sheriff’ die orde probeerde te brengen in een land geteisterd door criminaliteit en economische wanorde. Voor de ander is hij de politicus die hervormingen doorvoerde zonder voldoende draagvlak, en daarmee de sociale druk vergrootte. Wat buiten kijf staat, is dat Santokhi een bepalende rol heeft gespeeld in de recente geschiedenis van Suriname; als politiefunctionaris, minister, partijleider en president. Met zijn overlijden sluit Suriname dan ook een hoofdstuk af. Of zijn beleid op lange termijn als succesvol zal worden beoordeeld, zal afhangen van de richting die het land in de komende jaren inslaat. Wat blijft, is het beeld van een man die vanuit bescheiden begin in Wanica wist door te dringen tot het hoogste ambt, en daar geconfronteerd werd met de volle complexiteit van het land dat hij diende.




