Constitutioneel Hof feitelijk buiten werking door politieke inertie
Aan het einde van de zittingstermijn van de eerste voorzitter van het Constitutioneel Hof van Suriname, is dit instituut lamgeslagen door politieke inertie. Sinds eind januari 2025 is er geen secretaris meer, waardoor verzoekschriften niet kunnen worden aangenomen en besluiten niet worden uitgesproken. Hiermee is het CHof niet in staat te functioneren en feitelijk buiten werking. Daarbovenop is het CHof al een maand stuurloos. Op 7 mei is een deel van het bestuur, dat voor 5 jaar was benoemd in 2020, afgetreden. De zittingstermijn was verlopen. De regering en het parlement hebben nagelaten om te zorgen voor een nieuw bestuur. De zittingstermijn is ook niet verlengd, wat verstrekkende gevolgen heeft voor de rechtszekerheid en de constitutionele toetsing in ons land.
Door Raoul Roeplal
Hoewel de documenten voor de benoeming van een plaatsvervangend secretaris al geruime tijd bij de regering liggen, is er tot op heden geen opvolger aangesteld. De vorige secretaris werd begin dit jaar ter beschikking gesteld van de minister van Justitie en Politie na een interne vertrouwensbreuk. De minister, Kenneth Amoksi, heeft zelfs afscheid genomen van afzwaaiend voorzitter Gloria Stirling.
Noch het parlement, noch de regering heeft actie ondernomen om een nieuw bestuur te benoemen of de termijn van de afgetreden leden te verlengen. Daarmee is het Constitutioneel Hof momenteel volledig verlamd en zal dit naar verwachting zo blijven tot na de installatie van een nieuw parlement, aangezien het huidige parlement geen voordrachten meer zal en kan doen.
Volgens de wet is het parlement verantwoordelijk voor het voordragen van kandidaten voor de functies van voorzitter, vicevoorzitter, leden en plaatsvervangende leden van het CHof. Het uitblijven van die voordrachten heeft het functioneren van dit grondwettelijke orgaan volledig tot stilstand gebracht. De gevolgen hiervan zijn concreet en zorgwekkend. Vier verzoekschriften liggen momenteel ter behandeling bij het CHof, maar die kunnen niet worden afgerond. In twee gevallen stond het CHof zelfs op het punt om uitspraak te doen, maar dat werd onmogelijk door het ontbreken van een secretaris.
Het eerste betrof een verzoek van mr. Vishnu Balradj om artikel 940 van het Burgerlijk Wetboek – inzake de legitieme portie bij erfenissen – te toetsen aan de Grondwet. Het tweede verzoek, van mr. Edward Naarendorp, betrof een toetsing van de verouderde Wet Auteursrecht 1913 aan de Grondwet en internationale verdragen.
Daarnaast wachten ook twee andere verzoeken nog op inhoudelijke behandeling. Het gaat om verzoeken van advocaat Nailah van Dijk, die de constitutionele toetsing vraagt van de decreten ‘Uitgifte Domeingrond’, ‘Beginselen Grondbeleid’ en ‘Mijnbouw’, en van advocaat Antoon Karg, die toetsing vraagt van een reeks decreten, waaronder ‘Uitgifte Domeingrond’, ‘Rechtstoestand Grond’, ‘Beginselen Grondbeleid’ en de rol van de ‘Grondkamer’.
Het stilvallen van het CHof is des te schrijnender gezien de impact die het instituut in de afgelopen vijf jaar heeft gehad. Sinds de oprichting heeft het CHof negen belangrijke uitspraken gedaan, waaronder het belangrijk besluit over het kiesstelsel. Dat leidde tot de invoering van een landelijk en evenredig systeem, waarbij ook de kiesregeling werd aangepast en later ook de waarborgsom voor deelname van politieke organisaties aan de verkiezingen onder de loep werd genomen.
Het feit dat zo’n fundamenteel orgaan nu buiten werking is gesteld door politieke nalatigheid, roept ernstige vragen op over de toewijding van de Surinaamse politiek aan rechtsstaat en democratische waarborgen.






