Danseres Tanuya Manichand: ‘De ideale Surinamer heeft vaderlandsliefde’
Als danseres, docent, en cultuurdrager beweegt Tanuya Manichand zich moeiteloos tussen traditie en vernieuwing. Vanuit haar geloof in de kracht van verbinden brengt zij culturen, generaties en verschillende kunstvormen samen. Een visie die haar nu zelfs naar de World Expo in Japan brengt.
Tekst Morena Leter Beeld Sham Ramsoebhag
Wie Tanuya Manichand voor het eerst ontmoet, ziet een vrouw met een bijzondere uitstraling. In de Surinaamse gemeenschap heeft ze naam gemaakt als danseres, met een specialisatie in Kathak, een traditionele Indiase tempeldans. Maar haar talenten reiken verder: ze is ook actrice, artistic director, ruimtelijk vormgever en choreograaf. Gevraagd naar haar leeftijd, reageert ze met een glimlach: “Ik ben 23 jaar. Dat zeg ik sinds mijn 23ste. Het is een soort motto dat ik uitspreek om jong te blijven in body en mind.” Hier zit nog een filosofie achter. “Dansers zijn in topvorm rond hun 23ste, tenminste, als ze van jongs af aan zijn begonnen. Daarna begint het lichaam te veranderen.”
Hoewel ze van huis uit hoofdkleuterleidster is, past een conventionele onderwijscarrière niet bij haar karakter. “Ik heb het niet in me om elk jaar hetzelfde te doen”, verklaart ze. Bij de School voor Jong Talent Suriname (SJTS) heeft ze daarom haar ideale werkplek gevonden. Op de Kathedrale Koorschool (KKS), een divisie van de SJTS waar zang en dans als talentvakken worden gegeven, combineert ze haar passie voor dans met onderwijs. “De KKS is een basisschool waar kinderen naast het reguliere Surinaamse lesprogramma dagelijks een uurtje langer les volgen in het vak waarin ze zich specialiseren”, legt ze uit. “Het danscurriculum is divers. Kinderen leren niet alleen verschillende culturele dansstijlen, maar ook tellen in verschillende talen, waaronder Bahasa Indonesia en Hindi. De achtergrond van de verschillende dansstijlen wordt meegegeven, omdat de kinderen moeten weten waarmee ze bezig zijn, en van waar de dansstijlen komen.”
Danseducatie
Manichand benadrukt het verschil tussen gewone danslessen en wat zij danseducatie noemt. “Er is een verschil tussen danseducatie en een vrije dansles geven in de middag. Veel mensen hebben geen onderwijsachtergrond om danslessen te geven, of zijn al groeiende in het dansgebeuren terechtgekomen. Danseducatie heeft een diepere benadering. We hebben een speciaal curriculum waarin verschillende technieken uitgebreid worden uitgelegd. Het zijn geen voor- en nadoenlessen. De kinderen leren om zelf technieken te gebruiken om choreografieën te maken, aan zelfreflectie te doen en feedback te geven aan anderen. Ze zijn weliswaar vrij in het bewegen, maar doen dit dus heel bewust. Elk kwartaal krijgen ze een dansrapport en in leerjaar 8 doen ze een dansexamen.”
‘Wat gebeurt als dansen en leren samenkomen in een kinderlijf is magisch’
Het meest fascinerende aspect van Manichands werk is wellicht de manier waarop ze dans integreert in het reguliere onderwijs. Dans is voor haar geen geïsoleerde activiteit, maar een middel om andere vakken te verrijken en begrijpelijker te maken. Voor taalontwikkeling leren de kinderen bijvoorbeeld dansend ontleden. “Leerlingen zoeken een woord op, bijvoorbeeld ‘fotosynthese’. Elke lettergreep, in dit geval zijn dat er vijf, representeert een danspas.” Op deze manier wordt taal letterlijk belichaamd. Ook voor rekenen is een creatieve aanpak ontwikkeld. “De getallenlijn wordt op de grond afgebeeld en genummerd. Kinderen leren met een choreografie waarin ze stappen voor- of achteruit maken om een som op te lossen. Wat gebeurt als dansen en leren in een kinderlijf samenkomen, is magisch”, zegt Manichand. “Afhankelijk van het kind, maar ook overall, zie je het eureka-moment, het moment waarop het kind ontdekt iets te kunnen bewerkstelligen.” In een tijd waarin TikTok en andere sociale media een grote invloed hebben op hoe kinderen bewegen en dansen, probeert Manichand juist originaliteit en authenticiteit te stimuleren. “Tegenwoordig wordt heel veel overgenomen van TikTok-filmpjes. Ik vraag de kinderen juist: kan jij iets gewoon vanuit jezelf? Kan jij boos deze stap doen?” Zo leert ze kinderen niet alleen dansen, maar ook creatief en kritisch denken.
Creativiteit in een AI-tijdperk
Ondanks haar open houding tegenover vernieuwing, blijft Manichand kritisch over sommige technologische ontwikkelingen, met name artificiële intelligentie (AI). “Zet me niet achter een computer”, zegt ze lachend. Haar scepsis over AI gaat verder dan persoonlijke voorkeur. “Tegenwoordig wordt AI veel gebruikt voor teksten, slogans en introducties van evenementen. Voor mij is AI niet betrouwbaar. Ik heb veel teksten gelezen die met AI zijn geschreven en ze kloppen voor geen meter met de werkelijkheid”, stelt ze. “AI heeft ook geen karakter. Ik mag ouderwets zijn, maar dit is mijn benadering. Een menselijk brein heeft meer karakter. Het heeft een signature.” Ze maakt haar punt duidelijk met een vergelijking. “Als ik nu iets schrijf of teken of dans, dan ziet men dat Tanu dat heeft gemaakt! Maar als honderd miljoen mensen AI adviseren om iets neer te pennen of te maken, krijgen ze hetzelfde resultaat.” Manichand houdt vast aan het unieke van menselijke expressie. Haar werk als danser, choreograaf en docent belichaamt letterlijk wat ze predikt: dat beweging, creativiteit en persoonlijke expressie onvervangbaar zijn.
‘Als iets me hunt, moet het eruit’
Inspiratie bereikt haar op verschillende manieren. “In de badkamer, maar ook wanneer ik rij of eet. Soms is het drie of vier uur in de ochtend, dan kan ik niet meer slapen. Als iets me hunt, moet het eruit.” Maar het blijft niet bij ideeën. Manichand zet ze om in actie. “Ik heb altijd geleerd, als je iets in de maatschappij ontdekt en je hebt de mogelijkheid om het uit te voeren of over te dragen, doe het. Je moet er zelf niet onder lijden natuurlijk, maar als je je energie kan inzetten, dan doe je dat gewoon.”
De ideale Surinamer
Voor Manichand gaat haar werk verder dan alleen dansonderwijs. Ze ziet het als een manier om bij te dragen aan de vorming van wat zij de ideale Surinamer noemt. “De ideale Surinamer heeft vaderlandsliefde, wat nog bij velen onder ons ontbreekt. Als ideale Surinamer heb je ook zelfrespect en kennis van wie je bent en waar je vandaan komt, met name je culturele achtergrond.”
Deze visie sluit aan op haar opvattingen over opvoeding. Als moeder van twee tieners, een dochter van vijftien en een zoon van zeventien, vindt ze het noodzakelijk om haar kinderen cultureel bewust te maken. “Ik heb mijn kinderen altijd meegenomen naar culturele activiteiten, omdat ik vind dat zij ook moeten weten wat hun naaste doet, hoe hun naaste leeft en hoe hun naaste zaken interpreteert. Zo kunnen ze hun vriendjes en vriendinnetjes ook begrijpen.”
‘Broederschap in Suriname moet aangewakkerd worden’
Broederschap, het begrijpen en waarderen van elkaars cultuur, ligt haar na aan het hart. “Broederschap in Suriname moet aangewakkerd worden, zodat we elkaar beter begrijpen.” In een multiculturele samenleving als Suriname is dit volgens haar essentieel voor sociale cohesie en vooruitgang.
Zij gelooft in de kracht van verbinden. “Als je twee partijen hebt, kun je ervoor kiezen de sterke schakel van partij A en de sterke schakel van partij B te verbinden. Of je neemt de zwakke schakel van de ene partij en de sterke van de ander. Of je neemt overeenkomsten die beide partijen gemeenschappelijk kunnen delen, en van daaruit ga je verder naar het punt waar ze elkaar nog moeten vinden.”
Dans als brug tussen culturen
Manichand vertoeft momenteel in Japan, waar ze met een Surinaamse delegatie deelneemt aan de World Expo Osaka 2025 die tot 13 oktober 2025 duurt. De expo heeft als thema Designing Future Society for Our Lives en brengt meer dan 150 landen samen om innovatieve oplossingen te presenteren voor mondiale uitdagingen. Terwijl veel landen zich richten op technologische innovaties, heeft het Surinaamse paviljoen cultuur als speerpunt.
Manichand ontwierp voor de expo de choreografie van het muziektheaterstuk Gron Nyang, een 45 minuten durende voorstelling die de Surinaamse samenleving weerspiegelt, met haar diverse culturen en cultuurelementen. “De titel Gron Nyang verwijst naar ‘geestelijk voedsel’, een concept dat diepgeworteld is in de Surinaamse cultuur.” Ook hier komt Manichands liefde voor verbinden naar voren. “Als je ergens naartoe gaat, dan verdiep je je in wat het land doet qua dansstijlen. Je kopieert niet letterlijk, maar je moet de synergie van de elementen begrijpen.”
Om de voorstelling toegankelijk te maken voor het Japanse publiek, heeft ze bewust Japanse elementen geïntegreerd. Een centraal motief in het stuk is de vlinder, een symbool dat wereldwijd een bijzondere betekenis heeft. “In Suriname zeggen we: als je goed nieuws hebt, mag je blijven. Als je slecht nieuws hebt, ga liever weg. Maar men zegt ook dat wanneer de vlinder binnenkomt, het een aankondiging van de dood kan zijn. Japanners hebben vergelijkbare interpretaties, maar zien de vlinder ook als symbool voor geluk.”
Haar verblijf in Japan raakt Manichand diep. “Japan is een supergedisciplineerd land. Het is niet lawaaierig. Mensen staan altijd netjes in de rij”, observeert ze. “Ik voel me veilig, ongeacht het tijdstip. De mensen zijn heel vriendelijk, humble en bereid om te helpen.”
Zelfs in Japan heeft ze niet kunnen nalaten om met kinderen te werken. “Ik heb kinderen het spel pingi pingi kasi geleerd, en ik heb ze ritmische klanken aangeleerd om de klank in de mond te krijgen. Verder heb ik simpele dansbewegingen met ze gedaan. Die zijn goed gelukt.” Deze ervaring bevestigt haar overtuiging dat dans een universele taal is die culturele barrières kan overbruggen.





