De commissiezucht van president Santokhi
92 commissies, werk- en stuurgroepen. Dat is hoeveel president Santokhi in het leven riep tijdens zijn presidentschap. Van sportprojecten tot buurtgroepen en wetsherzieningen, de commissies moeten helpen met de realisatie van zijn beleid. De aansturing gebeurt vanuit het Kabinet van de President, die ook in de nodige financiën voorziet. Dat botst met bestaande structuren. De resultaten zijn ernaar.
Tekst Zoë Deceuninck
Het begon nog vrij onschuldig. Achttien dagen nadat Santokhi in juli 2020 werd benoemd als president installeerde hij een commissie. Onder leiding van Sharma Lakhisaran, directeur op het ministerie van Justitie en Politie, moesten elf Surinamers een analyse maken van de personeelsbestanden van de overheid.
Suriname is al jaar en dag een ‘ambtenarenstaat’. De overheid is de grootste werkgever van het land en dat is terug te zien in de portemonnee. Een derde van alle overheidsuitgaven gaat naar de salarissen van ambtenaren. Ze zijn met zo’n 50.000. Het geld om al deze mensen uit te betalen is er niet. Bovendien staan de kosten en omvang niet in vergelijking met het werk dat de overheid presteert. Een jaar voor de verkiezingen van 2020 werden nog eens 7000 extra ambtenaren in dienst genomen. Santokhi was er niet over te spreken. Een commissie moest orde op zaken stellen.
Commissiezucht
Het gebruik van presidentiële commissies is niets nieuws. Sinds de grondwet in 1987 werd aangenomen ligt de uitvoerende macht bij de president en dus niet, zoals in Nederland, bij de regering. De president heeft alle recht om beleid vast te stellen, mensen in dienst te nemen en de uitvoering persoonlijk aan te sturen. Daar maakt Santokhi gretig gebruik van. In de eerste vijf maanden als president stelt hij nog negen commissies en vier werkgroepen in. Zij moesten onder meer de opslag van ontplofbare middelen in kaart brengen, de aangetroffen situatie bij machtsoverdracht inventariseren, wetten voorbereiden, het grondbeleid evalueren, overheidsinformatie digitaliseren, de migratie uit Haïti onderzoeken, diasporakapitaal aantrekken en oplossingen aanbieden voor het grondenrechtenvraagstuk. Ook werd er een commissie ingesteld om de instelling van een andere commissie – de Anti-Corruptiecommissie – voor te bereiden.
Santokhi zijn commissiezucht loopt al snel uit de hand. Vijf jaar later, bij het ter perse gaan van deze Parbode in februari 2025, staat de teller op 92, waarvan 27 commissies, 59 werkgroepen en zes stuurgroepen. Gemiddeld installeerde Santokhi elke maand bijna twee van deze werkarmen.
De cijfers zijn gebaseerd op openbare bronnen van de overheid en niet geverifieerd door het Kabinet van de President, waar onze herhaaldelijke rondvraag naar ‘de lijst’ op gesloten deuren strandde.
Lees het hele artikel (inclusief een overzicht van de commissies en groepen) in het april/mei-dubbelnummer 228 van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname)
Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren





