De strijd om de Fuel Concession Fee: KLM versus GOw2
GOw2 moet weer brandstof leveren aan KLM, zo oordeelde kantonrechter Suzanne Chu afgelopen vrijdag 5 juni. Nadat GOw2 de brandstoflevering aan KLM had opgeschort spande de Nederlandse luchtvaartmaatschappij een kortgeding aan. Het is de tweede keer in korte tijd dat het kwam tot een rechtszaak tussen KLM en een Surinaamse instantie.
Door: Nathanaël Reesink
Passagiers die afgelopen week met KLM van Paramaribo naar Amsterdam vlogen, konden rekenen op een vertraging van zo’n twee uur. Dit omdat KLM een tussenstop maakte in Cayenne om te tanken. Aanvankelijk was de reden voor deze onconventionele route nog onduidelijk; KLM zou haar passagiers hebben gezegd dat luchthaven Zanderij een tekort aan brandstof had. Later kwam de Nederlandse luchtvaartmaatschappij hierop terug. Inhoudelijk wil KLM geen commentaar geven, maar wat de maatschappij wel kan zeggen is dat ‘op Paramaribo sprake is van een commercieel geschil met de brandstofleverancier, waardoor de benodigde brandstof voor onze vlucht niet onder de gebruikelijke voorwaarden beschikbaar is – er was geen sprake van een fysiek brandstoftekort’.
‘Commercieel geschil’
Het ‘commercieel geschil’ waar KLM het over heeft, draait om de betaling van de zogenaamde Fuel Concession Fee, zo blijkt uit stukken van de rechtbank. De Fuel Concession Fee is een toeslag op brandstof die GOw2 normaliter bij het tanken int en vervolgens afstaat aan N.V. Luchtvaartbeheer. GOw2 heeft deze concessievergoeding meermaals verhoogd, van 0,03 US-dollar per gallon in 2015, naar 0,10 US-dollar in 2018, 0,15 in 2021 en ten slotte naar maar liefst 0,30 US-dollar per gallon in 2025. KLM tekent al sinds 2019 bezwaar aan tegen de structurele verhogingen, omdat GOw2 geen inzicht geeft in de gronden daarachter. In januari 2025 besloot KLM de meest recente verhoging niet meer te betalen. GOw2 zag zich daardoor gedwongen het resterende bedrag voor te schieten, resulterende in een totale schuld van 1.177.438,65 US-dollar over de periode januari 2025 tot april 2026. Op 13 mei eiste GOw2 van KLM betaling van dit bedrag, en dreigde anders de brandstofleveranties stop te zetten. Hierop stapte KLM naar de kortgedingrechter en vorderde een volledige opschorting van de concessietoeslag, alsmede inzage in de redenen voor verhoging.
Arbitrage
Op 5 juni oordeelde kantonrechter Suzanne Chu dat GOw2 binnen 24 uur na de uitspraak de brandstoflevering aan KLM dient te hervatten. KLM dient op haar beurt de overeengekomen tarieven voor brandstof te betalen en daarbij de volledige verhoogde concessiebetalingen van 0,30 US-dollar per gallon geleverde brandstof. KLM en GOw2 zijn onderling arbitrage overeengekomen, wat wil zeggen dat het betalingsgeschil inhoudelijk eigenlijk moet worden voorgelegd aan het International Court of Arbitration en dus de bevoegdheid van de kantonrechter te boven gaat. De kantonrechter achtte de zaak echter van spoedeisend belang, omdat de cruciale verbinding tussen Paramaribo en Amsterdam in het gedrang kwam en beide partijen in de huidige situatie bovendien slechter af zouden zijn.
Fuel Concession Fee
De Fuel Concession Fee, die KLM niet meer betaalde, is internationaal niet onomstreden. De International Air Transport Association (IATA) bijvoorbeeld, is tegenstander van de toeslag, omdat het in hun optiek niet verbonden is aan extra kosten van de luchthaven, maar in essentie functioneert als een extra belasting op vliegen, die vaak wordt verhaald op de passagier. In de EU bijvoorbeeld, is deze concessietoeslag wettelijk ingeperkt. Het is daarom niet ondenkbaar dat de zaak nog een staartje krijgt, zij het ditmaal via het International Court of Arbitration. De brandstofleveringen gaan weer gewoon door, maar de schuld van KLM bij GOw2 ligt nog gewoon op tafel.
Tweede rechtszaak in korte tijd
Overigens is dit de tweede keer in korte tijd dat KLM een zaak aanspant tegen een Surinaamse instantie met betrekking tot een betalingsgeschil. Een maand geleden was de staat aan de beurt, toen KLM eiste dat de staat de commissie aan reisagenten van 6% naar 0% zou brengen. KLM verloor de zaak en moest binnen twee weken aan tafel met de betrokken partijen om de hoogte van de commissie te revalueren. Dat gesprek werd niet binnen twee weken gevoerd, maar zal naar verluid de komende week plaatsvinden, zo vertelt Riaz Mohamedjoesoef, interimleider van de Associatie van Surinaamse Reisagenten (ASRA), een van de betrokken partijen. “Wij zelf zaten binnen een week klaar om te onderhandelen, maar KLM had meer tijd nodig”, vertelt Mohamedjoesoef. De ASRA is, in tegenstelling tot KLM, van mening dat een verhoging van de commissie meer op zijn plaats zou zijn. “In 2007 zijn we tot een commissie van 6% gekomen. Daar is wel goed over nagedacht.” Maar nu alles in het leven duurder is geworden, zou het logisch zijn de commissie aan reisagenten ook te verhogen, zo zegt Mohamedjoesoef.
“Bovendien”, gaat hij verder, “is KLM de enige maatschappij die niet gewoon die commissie betaalt. Elke andere maatschappij betaalt gewoon.” Volgens Mohamedjoesoef zit er dan ook niet veel meer achter de rechtsgangen van KLM dan kostenbesparing. In 2014 probeerde KLM al via een rechtszaak de commissie aan reisagenten te verlagen, maar stuitte destijds ook op weerstand. “Nu proberen ze het gewoon nog een keer, na de wisseling van de politieke macht”, aldus Mohamedjoesoef.



