De vlinders van Voltz
Friedrich Voltz, de man naar wie de Voltzberg genoemd is, had de Alexander von Humboldt van Suriname kunnen zijn. De briljante en ambitieuze Duitse geoloog bevoer tussen 1853 en 1855 alle Surinaamse rivieren, verzamelde bijna duizend steenmonsters en tientallen planten en schelpen, en gaf waardevolle adviezen aan de Duitse volksplanting van August Kappler in Albina.
Tekst Salomon Kroonenberg Beeld Collectie Naturalis
Voltz had er een prachtig boek over kunnen schrijven, ware het niet dat hij, net toen hij op het punt stond naar Europa terug te keren, in 1855 in Paramaribo overleed aan gele koorts, een week voor zijn 28e verjaardag, en op het armenkerkhof werd begraven. Gelukkig had hij veel van zijn ervaringen vastgelegd in brieven aan de Nederlandse geoloog Winand Staring, in zekere zin zijn opdrachtgever, want hij maakte deel uit van een Duits team dat in opdracht van de Nederlandse regering de mogelijkheden van een tweede Duitse volksplanting in Suriname moest onderzoeken. Die brieven vormden de basis van mijn boek De man van de berg uitgegeven in 2020 door de Walburgpers, Zutphen.
Voltz had het niet getroffen met zijn mede-expeditieleden: een gesjeesde veearts die te veel dronk, een secretaris die alleen op geld uit was, en een landbouwkundige die de marrons langs de Saramacca schoffeerde door ondanks scherpe waarschuwingen een wintisteen met zijn hamer door te slaan om te kijken wat voor gesteente het was. Het was tegelijk het einde van hun gezamenlijke expeditie. Maar Voltz trok in zijn eentje verder met zijn inheemse roeiers, langs de Coppenamerivier waar hij de berg zag die later zijn naam zou krijgen, langs de Nickerierivier en langs de kust tot aan Georgetown. Alle gesteenten, planten en schelpen die hij verzamelde stuurde hij naar Nederland, en liggen nu opgeslagen in Naturalis, het Nationaal Biodiversiteitscentrum in Leiden. Daar heb ik al veel gebruik van kunnen maken voor afstudeerprojecten van mijn AdeKUS-studenten. Voltz had in zijn brieven ook geschreven dat hij in Nickerie vier skeletten van inheemsen had opgegraven en naar Nederland gestuurd, maar die heb ik nooit kunnen achterhalen.
Er is meer van Voltz dat ik niet heb kunnen achterhalen. Zijn dagboeken, veldgegevens, zijn kaarten, zijn hele correspondentie en papieren archief werden na zijn overlijden meegenomen naar Nederland door Hermann Schunk, de landbouwkundige, om samen met de overige teruggekeerde expeditieleden een eindverslag te schrijven. Maar dat eindverslag kwam er nooit, terwijl zij wel steeds betalingen bleven eisen. De papieren zijn sindsdien spoorloos. De aanleiding om mijn boek te schrijven was een oproep in een boek van de geoloog Karl Martin uit 1888 om Voltz’ papieren te achterhalen, waarbij hij zei dat Schunk ‘in der Moldau gestorben [ist] und die Papiere sind mit ihm verschollen’ (stierf in Moldau en de papieren verdwenen met hem).
Het volledig artikel lezen? Dit staat in het december-januari nummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk dan op www.parbode.com/abonneren





