Discussie vicepresidentschap Ronnie Brunswijk: wie heeft gelijk?
Het lijkt erop of Suriname er niet eens over kan worden: is er nou wel of geen vicepresident? Een unieke situatie: een land dat niet weet of de vicepresident nog zijn ambt bekleedt. Het standpunt van de wetgevende macht staat haaks op die van juristen. Het parlement vindt dat Ronnie Brunswijk van rechtswege vicepresident af was, toen hij zijn lidmaatschap bij De Nationale Assemblée aanvaardde. Juristen aan de andere kant vinden dat de Grondwet juist voorziet in dit vraagstuk: Brunswijk is gewoon vicepresident. Wie heeft gelijk?
Om de discussie te begrijpen zijn een drietal wetten van belang: Artikel 91 en 94 van de Grondwet en Artikel 23 van de in november 2024 aangenomen Wet Geldelijke Voorzieningen leden en gewezen leden van De Nationale Assemblée 2025. Deze wet verbiedt leden van het parlement om een dubbele functie te hebben als lid van de regering. Artikel 91 van de Grondwet regelt de ambtstermijn van de president en vicepresident. Artikel 94 van de Grondwet verbiedt deze twee regeerders om andere politiek-bestuurlijke overheidsambten te bekleden.
Afgelopen zondag is Brunswijk toegelaten als lid van het parlement. De commissie die de toelating moest toetsen, stelde dat de wet duidelijk is, en dat Brunswijk vanaf zijn toetreding als parlementariër, vicepresident af is. De leiding van het parlement stemde hiermee in. Advocaat Serena Essed daarentegen concludeert dat Brunswijk normaal vicepresident blijft tot de inauguratie van een nieuwe regering. Zij stelt dat het vicepresidentschap pas eindigt, wanneer een nieuwe is benoemd; verwijzend naar Artikel 91 GW. Zij vindt dat de artikelen in de GW, in samenhang met elkaar gelezen dienen te worden omdat de Grondwetgever nooit de bedoeling kan hebben gehad, dat er een staatsrechtelijke vacuüm ontstaat. Dat artikel is volgens Essed dus geen op-zich-staande wet. “Anders zou je een staatsrechtelijke ramp creëren in het overgangstraject. Dat kan nimmer de bedoeling zijn geweest van de wetgever”, aldus de jurist.
Het land kan nooit stuurloos blijven. Als hetzelfde uitgangspunt werd gehanteerd voor de president, zou er geen leiding meer zijn voor het ministersteam. In het geval van de president is een brief gericht aan het parlement, dat Santokhi op een later moment zijn toetreding zal doen vanwege het s’ landsbelang.
Staatsrechtgeleerde Hugo Fernandes Mendes stelde tegenover Radio ABC, ongeveer hetzelfde als Essed. Hij zegt dat het nergens ter wereld voorkomt dat een land een president en vicepresident kwijt is, vanwege dergelijke juridische vraagstukken. Hij kan zich er geen voorstelling van maken dat de wetgever dat als bedoeling zou hebben gehad. Daarnaast kan een land nooit stuurloos worden gelaten. In het geval van ministers die gekozen zijn tot parlementslid, is een tijdelijke voorziening getroffen in de wet om de overgangsperiode te overbruggen. Fernandes Mendes spreekt van bestuurlijke continuatie.
Zelf vond Brunswijk op de dag van zijn installatie, dat hij normaal vicepresident is en dat ook blijft tot zijn opvolger van hem overneemt, in lijn met Artikel 91 van de GW. De president aan de andere kant stelde diezelfde dag dat Suriname geen vicepresident meer heeft.
Wat duidelijk is, is dat de noodzaak voor een grondwetswijziging op dit punt is blootgelegd. Alle actoren ─ juristen, parlementariërs en leden van de regering die zich hierover hebben uitgelaten ─ zijn het erover eens dat de wetgeving hierover duidelijk is. Uiteindelijk blijkt een verschil van interpretatie het probleem te creëren. Want, één vraag blijft onbeantwoord: als de vicepresident zelf besluit dat hij wil aftreden bij toelating tot het parlement, bij welk instituut moet hij dan zijn portefeuille ter beschikking stellen?





