Eén jaar Simons: de excuses zijn op
Het is nog maar de tweede regeringswissel die ik persoonlijk meemaak in Suriname, maar toch valt het me op: het eerste jaar na de verkiezingen is het opvallend rustig in de samenleving. Voorstanders zijn tevreden, tegenstanders leggen zich neer bij de uitslag, ondernemers nemen een afwachtende houding aan en critici geven ‘het’ een kans.
Tekst: Zoë Deceuninck | Beeld: Communicatie Dienst Suriname
Er moet veel gebeuren in het eerste jaar: nieuwe ministers moeten hun personeel leren kennen, zich inlezen, evalueren en doelen uitzetten in lijn met de nieuwe inzichten van de nieuwe regering, aangestuurd door de nieuwe president. Die president krijgt de problemen van het hele land op haar bord en moet zich informeren, navigeren, keuzes maken, knopen doorhakken, beleid uitzetten, aansturen, coördineren en de samenleving tevreden houden. Bedolven onder het werk valt ze in dezelfde kuil als haar voorganger: die van micromanagement.
In het eerste jaar van haar presidentschap zagen we Simons al gaan kijken naar houtluizen op school, senioren in de bloemetjes zetten, een bezoek brengen aan een ziekenhuis, meelopen met de Nederlandse koning, vuil harken op straat, vliegen naar Colombia en vermoedelijk ook haar eigen inkopen doen bij Choi’s. Ze reageert snel op Facebook en persoonlijk in WhatsApp groepen.
Hoewel Simons haar beleid aanvankelijk wilde focussen op vier sectoren – gezondheidszorg, onderwijs, toerisme en agrarische ontwikkeling – haalt de actualiteit haar in. Ook de belofte, gedaan tijdens haar eerste persconferentie, om geen presidentiële werkgroepen in het leven te roepen, kon ze niet volhouden. Na zes maanden staat de teller op minstens zeven, van werkgroepen voor het schoolvoedingsproject en grondenrechten tot ‘Agro’. Er is een presidentiële commissie Toerisme & Heritage in het leven geroepen, en ook nog een werkgroep Toerismeontwikkeling. Die laatste ging samen met de werkgroep Luchtvaart naar Duitsland om naar een nieuw vliegtuig te gaan kijken. Daar waren negen mensen voor nodig.
Ondertussen is er nog steeds geen duidelijk zicht op beleid. De begroting liet lang op zich wachten en in de tussentijd steeg de inflatie alarmerend snel – samen met de staatsschuld. Het IMF trok eind januari al aan de bel: het tekort op de lopende rekening bedroeg toen meer dan dertig procent van het bbp. Dat de olie-inkomsten de nodige verlichting zullen geven, wordt met de dag onwaarschijnlijker. Achter de schermen bikkeren drie coalitiepartijen – NDP, NPS en ABOP – al een jaar over de controle, en dus het toezicht, op de oliedollars.
Halverwege het eerste levensjaar worden de eerste barsten zichtbaar. Hier en daar gaat een groep in staking en wordt er gefluisterd. Ontevreden leerkrachten, gepensioneerden, inheemsen, bus- en boothouders en ontslagen medewerkers van Newmont stonden al aan de deur van het Kabinet om hun ongenoegen te uiten. Gezien de economische cijfers, zal Simons het komend jaar nog veel petities in ontvangst mogen nemen. Het eerste jaar na de verkiezingen is het makkelijkste jaar. Vanaf nu moet de regering met resultaten komen, de excuses zijn op.





