Fayalobi: Vreemde gedachten
Op een dagje, zo moet ik ieder verhaal volgens mijn kleindochter beginnen, dus op een dagje viel er een boom. Het was geen grote boom en hij werd gelukkig opgevangen door een hek. Dat hek kon wel tegen een stootje, het leunde weliswaar zwaar naar voren over het paadje maar dat hinderde nog niemand. Met een beetje goede wil kon je er onderdoor lopen of rennen. Ook fietsers en bromfietsers en zelfs auto’s waagden het om onder het steeds zwaarder hellende gevaarte door te rijden.
Tekst Anne Huits
Er was niemand, nee helemaal niemand die dacht, kom ik maak zo dikwijls gebruik van dit paadje, laat ik die boom eens verwijderen, voordat het te laat is. Het is niet mijn boom, dus ik hoef het niet te doen, maar de eerstvolgende keer wanneer ik weer deze route neem, zorg ik ervoor dat ik mijn houwer bij mij heb.
Zoals er ook niemand, nee helemaal niemand was die wanneer hij een flesje, een blikje of een plastic zakje zag, dacht het is niet mijn rommel, dus ik hoef het niet te doen, maar de eerstvolgende keer wanneer ik weer deze route neem, zorg ik ervoor dat ik een vuilniszak bij mij heb. Nee, lieve mensen, er was helemaal niemand die er zulke vreemde gedachten op nahield.
Het werd droge tijd en het werd regentijd en de boom leunde steeds zwaarder op het hek. Totdat op weer een ander dagje de boom uiteindelijk viel, dwars over het paadje. Ach, zie je dat? Een boom dwars over het paadje. Wie had dat gedaan? Helemaal niemand.
Voor de wandelaars was die hindernis absoluut geen probleem, ze maakten een sprongetje over de boom en liepen zorgeloos verder. Ook de fietsers haalden hun schouders op, stapten af, tilden hun fiets over de boom en fietsten lustig verder. De bromfietsers maakten rechtsomkeer en namen een boropasi.
En zo bleef de boom op dat paadje liggen, een dag, nog een dag, een week, nog een week. Totdat op weer een ander dagje, het was een zondag, een zwaarbeladen brokobroko pick-up voorzien van zwaar bonkende geluidsboxen, gevuld met een viertal zwaar beschonken jonge mannen, over het paadje reed.
Bij de boom stopten ze, noodgedwongen. Hoe nu verder? Want verder moesten ze, immers ze hadden bamboestokken nodig en die groeiden verder. Het trof dat ze houwers bij zich hadden voor die bamboestokken. Enerzijds was dit niet hun boom, anderzijds was het nu wel hun probleem.
En zo lieve mensen, kon het uiteindelijk gebeuren dat de boom werd verwijderd, en dat iedereen zich wandelend, rennend, fietsend, rijdend weer vrij over het paadje kon bewegen. De conclusie: een probleem moet eerst een eigenaar hebben.
Gepubliceerd in het augustus/septembernummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname)
Wilt u digitaal lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren




