Gerda Libretto-Eersteling (83): ‘Ik had eindelijk wat ik wilde’
Gerda Libretto, geboren Eersteling (83), werd geboren in het oude Koffiekamp dat nu op de bodem van het stuwmeer ligt. Ze volgde onderwijs aan de school van de Evangelische Broedergemeente tot en met de zesde klas. Die klas heeft ze meerdere keren moeten overdoen, omdat het voor binnenlandbewoners een taboe was om een meisje in haar tienerjaren naar Paramaribo te sturen voor verdere studie; de jongens mochten dit wel. “De bedoeling was dat meisjes na de zesde klas werden voorbereid op het stichten van een gezin. Dan was het ‘klaar’ met je toekomstplannen. Dus na de zesde klas wachtte je een paar jaar, daarna werd je uitgehuwelijkt. Ik had het daar moeilijk mee, ik was het absoluut oneens met deze manier van leven. Daardoor groeide ik op met het idee dat ik iets wilde worden in de maatschappij. Ik weet niet of ik een uitzondering was op de regel, ik was enorm gedreven.”
Tekst Usha Main | Beeld Sham Ramsoebhag
Ze liep rond met het idee om te vluchten. “Op een gegeven moment dacht ik eraan een brief te schrijven naar mijn oom, die op Albina leiding gaf aan een internaat, om mij te helpen om verder te studeren op Stoelmanseiland.” Met een glimlach geeft ze aan dat zij niet eens wist hoe ver Albina van Stoelmanseiland lag. Haar oom vond dat geen goed idee. “Maar ik gaf de hoop niet op. Er was een dokter in het dorp Kabelstation en mijn nicht werkte bij hem, zij kookte voor de patiënten. Zij vroeg de dokter of ik bij hem in de huishouding mocht werken. Zo kreeg ik een baan in huis bij die dokter. Ik zie de dag nog zo voor me: met een mand met kleren op mijn hoofd, vergezeld door mijn vader, op weg naar Kabelstation.”
Ze werkte drie jaar voor de dokter, en na zijn vertrek nog drie maanden voor een andere dokter. “Er was ook een onderwijzer, wijlen meneer Liefde, die me vroeg of ik niet in het onderwijs wilde. Ik ging akkoord en hij regelde alles. Zo kwam ik naar Paramaribo voor goedkeuring en begon ik op zeventienjarige leeftijd te werken als districtskwekeling te Koffiekamp. Ik had eindelijk wat ik wilde.” Ze werkte drie jaar als districtskwekeling en keerde daarna terug naar Paramaribo, waar ze bij een tante introk. “Maar dat liep niet zo goed, dus stuurde ik een bericht naar mijn vader. Ik keerde terug naar Koffiekamp, zonder te weten dat ik in verwachting was van mijn eerste kind. Volgens de traditionele gebruiken, regelden mijn ouders alles en trouwde ik met mijn vriend, eveneens een leerkracht, in de kerk.”
Ze begon weer met werken totdat ze opnieuw zwanger raakte, tijdens de periode van de transmigratie. “Gelukkig verbleven wij toen al in Paramaribo, waardoor we zelf niet verplicht hoefden te verhuizen. In Paramaribo was ik voorlopig huisvrouw.” De vrouw van meneer Liefde, met wie zij goed contact had, moedigde haar aan om zich in te schrijven voor de kleuteropleiding. “Aan de Richard Voullaireschool in de Burenstraat volgde ik drie jaar lang de kleuteropleiding. Daarna schreef ik me in voor de avondkweekschool, waar ik in de derde klas mocht beginnen vanwege mijn kleuterdiploma. Ondertussen werkte ik ook als kleuterleidster.”
Zij heeft haar krachten op verschillende scholen gegeven, waaronder de Maria Hartmanschool, de Renckewitzschool, de Buchnerschool, en de laatste jaren tot aan haar pensioen de Ritfeldschool. Ze heeft vier kinderen en is inmiddels oma van negen kleinkinderen. “Tijdens mijn werkjaren in Paramaribo gaf ik ook muziekles op de muloschool. Hierdoor is mijn liefde voor zang altijd gebleven. Ik zong in het kerkkoor van de Noorderstadskerk en was lid van het Vrouwenkoor Maranatha.” Ze is nog steeds dirigent van het koor van de Saronkerk. Na 25 jaar dirigeren werd ze voorgedragen door de Saronkerk. “Ik kreeg een onderscheiding van de toenmalige president Venetiaan, de Ereorde van de Gele Ster.”




