Guyana kiest nieuwe leider
Lastige grenskwestie blijft bewust onbesproken
Deze maand zijn er parlementsverkiezingen in Guyana. President Bharrat Jagdeo mag geen derde termijn en treedt af. Wat zijn de gevolgen voor Suriname? Of leven we liever langs elkaar heen, ook langs de omstreden Tigri-driehoek?
In de terugtredende president Jagdeo weerspiegelt zich de geschiedenis van Guyana. In de jaren tachtig opgeleid in Moskou, toen nog centrum van het communisme, om daarna als econoom in dienst te treden van het State Planning Secretariat te Georgetown, in de nadagen van de rampzalige Coöperatieve Republiek Guyana, waar privé-ondernemingen collectief bezit werden en vrijwel niets meer geïmporteerd mocht worden. ‘Produce locally, buy locally’ was het motto van president Forbes Burnham van de People’s National Congress (PNC), in 1985 overleden om naar communistisch gebruik in het Lenin Mausoleum te worden geconserveerd. Guyana, innig bevriend dus met de Sovjet-Unie en haar satelliet Cuba in de Caribische regio, verarmde zo snel dat in de jaren tachtig veel Guyanezen als gastarbeider in Suriname gingen werken.
Bharrat Jagdeo, die al op zijn dertiende lid werd van de People’s Progressive Party (PPP), klimt langzaam op, wordt in 1992 adviseur van de minister van Financiën, volgt hem daarna op, om tenslotte in 1999 de zieke Janet Jagan te vervangen als president. Hij wint vervolgens twee verkiezingen, in 2001 en 2006. Eén van zijn eerste daden, is het veranderen van de Grondwet zodat de president maximaal twee termijnen kan dienen. De reden dat hijzelf nu geen kandidaat meer is.
Succesverhaal
Jagdeo’s ambtsperiode kent haar successen. Wereldwijd bekend is de gift van 250 miljoen USdollar van Noorwegen, met als eenvoudig haalbare tegenprestatie de vermindering van CO² uitstoot door het beschermen van de Guyanese jungle. Andere successen zijn op het gebied van het onderwijs, de gezondheidszorg en de grootste uitbreiding van de woningbouw ooit. Bijzonder zijn de ingevoerde concurrentiewetten, in reactie op de ‘coöperatieve periode’. Zo ging Guyana in 2011 haar vijfde jaar van economische groei in, is de buitenlandse schuld gehalveerd en de deviezenreserve verdrievoudigd. Goed nieuws dus, maar bij beoordeling van deze groeicijfers moet enorme armoede als beginstand worden genomen. De problemen zijn namelijk nog steeds immens. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking per jaar was in 2009 slechts 2.630 USdollar (Suriname in dat jaar 9.500 USdollar).
Op de corruptieschaal van Transparency International krijgt Guyana over 2010 het rapportcijfer 2,7 (het hoogste is 10) en staat daarmee op plaats 116 (van de 178), toch een stuk slechter dan plaats 75 en rapportcijfer 3,7 waarop Suriname in 2009 eindigde. Bijzonder overigens dat Suriname, eenzaam met Noord-Korea, op de lijst van 2010 niet meer voorkomt (zie www.transparancy.org).
Het derde probleem van Guyana is de enorme braindrain: zeventig procent van de mensen die tertiair onderwijs hebben genoten, zeg maar Universiteit en Hogeschool, vertrekken daarna naar het buitenland, vooral naar de Verenigde Staten en Groot Brittannië.
Ondanks dat het buren zijn, is er weinig contact tussen Suriname en Guyana. Wederzijdse handel is vooral smokkel over de Corantijn met alles wat maar winst oplevert. De enige veerdienst bij Southdrain (letterlijk: ‘zuidelijke afvoerput’) ging jaren slechts één keer per dag, een tiental wagens overzettend. Inmiddels gaat hij twee keer, zonder dat het daardoor twintig wagens worden, dus om er een brug voor te bouwen zoals de regering van plan is?
De belangrijkste handel vanuit Suriname ging trouwens jarenlang pal voor de grensrivier retour: containers vol drank die als export belastingvrij naar Guyana reden en daar omdraaiden, terug naar de drankwinkels in Paramaribo. De meest waardevolle handelsstroom blijft met voorsprong cocaïne, die voor een niet aanzienlijk deel vanuit Colombia wordt aangeleverd via Guyana. Dat is immers minder riskant dan via Frans-Guyana met haar geavanceerde satellietbewaking en snel inzetbare helikopters. De geheime landingsstrips schijnen trouwens ouderwets te zijn, tegenwoordig is laagvliegend balen droppen in de jungle een populaire methode. Het mooiste verhaal van de laatste jaren, is dat het vervolgens verstopt in graafmachines onder politiebegeleiding naar Paramaribo rijdt.
De omstreden grens
Veel Surinamers denken dat de Corantijn ook bovenstrooms de grensrivier is, maar zo zeker is dat niet. Als het alleen om de hoeveelheid water zou gaan, dus dat de Corantijn op de driesprong breder en dieper is dan de Coeroeni, dan zou het kunnen. Het moet opnieuw gemeten worden, want de expeditie van Schomburgk maakte in 1840 grote fouten, al was het maar omdat hun voorraden op raakten, en concludeerde te snel dat de Coeroeni de bovenloop was. De expeditie van Brown in 1871 beweerde het tegendeel, maar het zijn niet de enige argumenten die ingebracht worden, want in 1936 is een verdrag met Guyana en Brazilië gesloten, waardoor de Surinaamse aanspraak op het Tigri-gebied onderuit gehaald wordt. Ondertekend, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet geratificeerd, dus de rechtsgeldigheid kan in twijfel worden getrokken.
Sterker staat Suriname bij de vraag of de grens door het midden van de rivier loopt. Nee dus, want het VN-tribunaal besliste in 2007 dat Suriname de soevereiniteit over de gehele Corantijn bezit. Dus zodra je in Guyana een voet in de rivier zet, ben je in Suriname, een situatie die je als Surinamer niet zou moeten willen, want zo word je nooit een aardige buurman (en de brug zal je alleen moeten betalen).
Chanteerbare leiders
Het lijkt wel of Suriname de grenskwestie op haar beloop laat. Vermoedelijk niet door de complexiteit, maar door haar chanteerbare leiders. De doorvoer van cocaïne is zeer lucratief, volgens de Surinaamse narcoticabrigade wordt rond de 25 ton (neem het ruim, dus plusminus tien ton) cocaïne via Suriname naar Europa gesmokkeld.
De waarde hiervan bedraagt jaarlijks meer dan één miljard USdollar, waarvan 250 miljoen in Suriname achterblijft, waarmee veel grote villa’s en dure wagens zijn verklaard. De pakkans is volgens wetenschappelijk onderzoek rond de drie procent, zo bijzonder laag dat je deze drugshandel ook bijzonder moet beoordelen. Bijvoorbeeld als driehonderd kilo wordt onderschept, is dat moeilijk een succes te noemen, want er is tienduizend kilo door. Zo bezien is het volstrekt onzinnig het steeds over Bouterse en Brunswijk te hebben, die wel erg gretig door Nederland veroordeeld werden. Als 97 procent ongemoeid blijft, zouden daar geen Hindostanen onder zijn, zo talrijk aan beide zijden van de Corantijn? En zouden ze in Guyana niet meer details weten? De bestuurlijke en zakelijke elite is in beide landen zo nauw verweven met drugs, dat Guyana maar iets hoeft te lekken en opnieuw staat een Surinaamse leider als drugshandelaar op het wereldtoneel te kijk. Het is een kwestie van ethiek: drugshandel (‘jeugd vergiftigen’) scoort nu eenmaal lager dan corruptie (‘beetje rommelen’). Dus niet alleen Bouterse laat de grenskwestie rusten en doet opmerkelijk vriendelijk tegen Guyana, het onderwerp speelt al tientallen jaren geen rol, ook niet bij onze vorige leiders.
Als deze theorie klopt (er valt tegen in te brengen dat wij toch ook Guyanese leiders kunnen chanteren? Of is Guyana om dezelfde reden vriendelijk?) dan is het vrij zeker dat Jules Wijdenbosch nooit iets met coke te maken heeft gehad, want hij dreigde in het laatste jaar van zijn ambtsperiode Guyana binnen te vallen.
Etnische lijnen
Voorlopig heeft ook Guyana iets anders aan haar hoofd dan de Tigri-driehoek, want de verkiezingskoorts loopt op. Net als in Suriname wordt langs etnische lijnen gestemd en gaat het om de Hindostaanse (43 procent van de bevolking) PPP met kandidaat Donald Ramotar en de Creoolse (dertig procent van de bevolking) PNC met David Granger. President Jagdeo, die Ramotar steunt, herinnert fijntjes aan de vroegere intimidatie van de nu gemummificeerde PNC-er Burnham. Granger neemt op zijn beurt Barack Obama als voorbeeld (‘change, yes we can’). De kleinere partij Alliance For Change probeert raciale verschillen te overbruggen en zegt niet met wie ze een regering wil vormen. Wie ook wint, de volgende Guyanese president zal vooral de handen vol hebben aan het latente raciale conflict.



