Hendrikschool – Toen en nu
Het is stil op het terrein van de Hendrikschool wanneer Parbode die eind mei bezoekt. De school is eerder uit, omdat er sinds de brand van 17 april 2025 geen stroom is. Bij die brand werden vier nabijgelegen panden in de as gelegd. Op enige schroei- en waterschade na, bleef de onderwijsinstelling bespaard. Prominente personen als Sophie Redmond, Johan Ferrier, Majoie Hajary en Erwin de Vries zaten op deze school. De oudste openbare muloschool in Suriname staat er na 137 jaar nog.
Tekst Morena Leter
Jetty Schoon (84) bezocht de Hendrikschool bijna veertig jaar. Eerst als leerling, vervolgens als docent, daarna als onderdirecteur. “Ik kwam in 1953 als twaalfjarige op de Hendrikschool. Toen bestond de vierklassige mulo al. Leerlingen kregen vanaf de eerste klas Frans en Duits. Bij de overgang van klasse 2 naar 3 was er een splitsing: de A-afdeling en de B-afdeling. Wie naar de A-afdeling overging, kreeg naast de vakken boekhouden en handelsrekenen ook nog Spaans. Leerlingen die naar de B-afdeling overgingen, kregen algebra, meetkunde en fysica.” Schoon zat er drie jaar als leerling. “Ik ben uit de derde klas gesprongen (het overslaan van een leerjaar of klas, red.) naar de Surinaamse Kweekschool.”
‘Mensen die afstudeerden van de Hendrikschool kregen meteen topfuncties’
“De Hendrikschool was een topschool”, mijmert Schoon. “Dan bedoel ik eigenlijk nog vóór mijn tijd. Als je een diploma van de Hendrikschool had, stond het gelijk aan het diploma van de driejarige HBS in Nederland. Mensen die afstudeerden van de Hendrikschool waren geliefd. Hier in Suriname kregen ze meteen topfuncties. In het voormalige Oost-Indië, wat nu Indonesië is, waren ze geliefd om hun talenkennis. Daar werkten ze vaak als correspondent.”
Op 22-jarige leeftijd zette Schoon haar onderwijscarrière voort op de Hendrikschool, nadat ze vier jaar les had gegeven op de Polanenschool. Ze had net haar hoofdakte gehaald en kreeg te horen dat ze op de Hendrikschool zou worden geplaatst. “Aan de ene kant was ik blij. De school was me immers bekend. Aan de andere kant dacht ik: oud-leerkrachten worden nu mijn collega’s. Hoe moet ik met ze omgaan? Het is een heel ander gevoel. Ik kreeg echter zoveel ondersteuning van mijn oud-leerkrachten, dat ik me direct weer thuis voelde.” Een van de oud-leerkrachten was mejuffrouw Johnson, de eerste vrouw die – in 1975 – tot directeur van de school benoemd werd. “Ze was een hele statige, mooie vrouw om te zien. Ze was ook heel streng, maar ik vond haar altijd rechtvaardig. Later werden we vriendinnen”, lacht ze.
Elke tijd heeft iets anders
“Waar andere muloscholen om half acht begonnen, begon de Hendrikschool om kwart voor acht”, herinnert Schoon zich. “Er waren veel leerlingen die vanuit Commewijne naar Paramaribo kwamen. Ze prefereerden de Hendrikschool vanwege de vrij korte afstand tussen de veersteiger en de school. Omdat de meeste laatkomers uit Commewijne kwamen, besloot de directie toen de aanvangstijd te verschuiven van half acht naar kwart voor acht”, verklaart ze. Schoon verzorgde bij haar aantreden als leerkracht de vakken aardrijkskunde, bedrijfsrekenen en gymnastiek. Later ook Duits, totdat het in 1976 van het rooster werd afgevoerd.
Ze blikt terug op haar tijd als docent. “Als je mensen hoort praten, zeggen ze vaak: de tijd van mij was een betere tijd. Ik ben niet zo iemand, want ik vind dat elke tijd iets anders heeft. Vroeger, dan heb ik het over de periode dat ik daar als leerling heb gezeten, maar ook daarvóór, was het de normaalste zaak van de wereld als een leerkracht tegen je zei: je bent zwak in mijn vak. Ik ga je extra helpen. Kom bij me thuis, of ik kom zaterdag op school. Leerlingen die extra begeleiding nodig hadden, werden geholpen zonder betaling. Dat verschilt met nu. Soms zorgt de situatie in het land voor een verandering. Ik neem het de docenten van nu niet kwalijk, want elke cent telt mee.”
Schoon groeide door. In 1978 werd ze onderdirecteur (OD). “Bij die functie hoorde natuurlijk meer verantwoordelijkheid. Van meneer Asin, de toenmalige directeur, kreeg ik een paar lesuren minder zodat ik voldoende tijd kon besteden aan het vele administratieve werk. De school bestond toen uit meer dan vijfhonderd leerlingen en meer dan dertig leerkrachten. Het administratieve werk bestond onder andere uit het bijhouden van de SO- en examencijfers van de examenklassen. Hierdoor was de uitslag van het examen mij allang bekend, in elk geval voordat de officiële uitslag van het examenbureau binnen was.” Schoon vervulde de functie van OD uiteindelijk 22 jaar. In 2000 ging ze met pensioen.
‘Het waren de geweldigste jaren van mijn leven’
Geen grappen
Monique Ritfeld (45) zat in de periode 1995-1999 op de Hendrikschool. “Het waren de geweldigste jaren van mijn leven. Als ik de tijd terug kon draaien, had ik dat gedaan. Een keer gingen we naar de Nederlandse ambassade voor de rondleiding. Na de rondleiding moesten we normaal les volgen. Er was nog tijd voor de pauze, en ik besloot met de leerlingen van mijn klas om djoel te spelen. Juf Matawlie, de toenmalige directrice, schorste de hele klas.”
Ook Ritfeld keerde terug naar de Hendrikschool. “Ik ben al zes jaar werkzaam als Engels docent.” Op het moment dat Parbode haar spreekt, telt de school 193 leerlingen: 94 jongens en 99 meisjes. De school heeft 14 lokalen. Schoon trekt de vergelijking. “In mijn tijd waren er 20 lokalen. In elk lokaal had je ongeveer 25 leerlingen.”
“Ik geef les in alle klassen, van leerjaar 9 tot en met 12”, vervolgt Ritfeld. In mijn tijd bestonden de A- en B-richting, nu wordt er gewerkt met een A-, B- en C-richting. De leerlingen maken in leerjaar 10, voorheen de 2e mulo, een toets waarmee de richting wordt bepaald. “Bij de C-richting (geïntroduceerd in 2022, red.) wordt de nadruk meer gelegd op talen”, legt ze uit.
“De jeugd van toen verschilt wel degelijk met die van nu”, stelt Ritfeld. “We deden onze kwaaie dingen, maar maakten geen grappen met onze studie. Dat werd ons ook duidelijk gemaakt thuis. De verstandhouding met de leerkrachten was anders. Ze mochten je aanspreken. Als je nu een leerling aanspreekt, komen de ouders naar school of ze bellen. De kinderen nemen hun studie dan ook niet serieus. Dit kan ook komen doordat ouders meerdere banen hebben, waardoor ze geen tijd voor de kinderen hebben. Vanuit de school geven we die push, maar het is niet voldoende.” Toch blijft ze optimistisch. “Ik houd van mijn job. Elk jaar leer je andere kinderen en dus andere karakters kennen. De leerlingen vinden me streng, maar ik blijf met ze praten. Precies zoals ik het beste wil voor mijn kinderen, zo wil ik ook het beste voor ze.”
Goede basis
Mukhlis Karsodjojo (23) behoort tot de jongere generatie en zat van 2013-2017 op de Hendrikschool. “Ik koos toen bewust voor de B-richting, omdat ik altijd interesse had in de technische kant en niet van rekenen hield.” Karsodjojo is van mening dat hij meer uit zijn studieperiode had kunnen halen. “Ik was heel introvert en niet altijd willing om met mensen te praten. Nu ik eraan terugdenk, vind ik dat ik in die periode meer had kunnen socializen en meedoen met activiteiten.” Hij zocht steun bij een groep. “We waren meestal met z’n vieren en spraken over dagelijkse beslommeringen.” Karsodjojo is lovend over meerdere docenten, maar herinnert zich in het bijzonder juf van Dams die toen Nederlands docent was. “In die periode communiceerde ik veel in het Engels. Juf van Dams heeft me indirect goed leren praten. Dankzij haar beheers ik de Nederlandse taal.”
Karsodjojo is blij met de basis die is gelegd op de Hendrikschool. Hij zit in de laatste fase van de studie Agrarische Productie op de Anton de Kom Universiteit van Suriname. “De studie heeft ook technische aspecten. Ik koos de B-richting dus niet zomaar”, lacht hij. “Vorig jaar heb ik meegedaan met de Food Systems Innovation Challenge van de Wageningen Universiteit. Daarbij bedacht onze groep een voerconcept gebaseerd op black souldier fly larven. Hier in Suriname is voer heel duur en wij bedachten een alternatief om boeren tegemoet te komen waarmee ze hun eigen voer kunnen produceren.”
Behoud van werelderfgoed
“Ik had gedacht dat ik na mijn pensioen lekker zou uitrusten, maar de Hendrikschool laat me niet los”, zegt Schoon glimlachend. Ze is secretaris van de Stichting Stimuleringsfonds Hendrikschool (SSH). “De heer André Antonius, oud-leerling van de school, richtte samen met nog vier andere oud-leerlingen de stichting op. Hij is sinds de oprichting voorzitter van deze stichting. Het doel van de stichting is het ondersteunen en in stand houden van de Hendrikschool, evenals het verbeteren van de achterstand op sociaal-maatschappelijk en educatief gebied bij de jongeren. Om aan financiën te komen, besloten we hiervoor oud-leerlingen te benaderen.”
‘Het gebouwencomplex van de school valt onder monumentenzorg’
“Het gebouwencomplex van de school valt onder monumentenzorg (UNESCO-werelderfgoed, red.)”, vervolgt Schoon. “Wat velen niet weten, is dat het hoofdgebouw aan de straatzijde een plat dak heeft. Bij renovaties moet je je stipt houden aan de voorschriften. Het voor- en middengebouw zijn reeds gerenoveerd met dank aan Digicel. Het achtergebouw is momenteel afgesloten vanwege de vervallen staat, maar zal te zijner tijd worden gerenoveerd.” Ze noemt ook de gymzaal op het achterterrein die destijds een flinke opknapbeurt kreeg. “Helaas staat deze op instorten.” De SSH geeft hoop. “Zonder donaties van bedrijven en oud-leerlingen die zich zowel in Suriname als Nederland bevinden, zou het de stichting niet gelukt zijn om projecten uit te voeren ter behoud van de school. We hebben onder andere toilettengroepen gerenoveerd, de buitentrap van het hoofdgebouw vernieuwd en elektra aangelegd ten behoeve van de mediatheek. De stichting heeft ook naar financiering gezocht voor het achtergebouw. Het gaat om tien leslokalen, dus ongeveer 250 leerlingen. We zijn optimistisch!”
‘De Hendrikschool heeft nog steeds een goede naam’
“De Hendrikschool heeft nog steeds een goede naam”, besluit Schoon. “Die goede naam heeft de school behouden sinds de tijd toen het populair was. Ik kom vaak oud-leerlingen tegen die met trots over hun oude school praten en over de goede scholing die ze daar hebben gehad. Dat vervult me natuurlijk met dankbaarheid en trots, dat ik een steentje heb mogen bijdragen aan de vorming van deze mannen en vrouwen.” Volgens haar heeft de school een bepaalde aantrekkingskracht. “Voor ouders die in de stad werken is het prettig. Denk maar aan de mensen die werkzaam zijn bij De Surinaamsche Bank, Fatum en de Energie Bedrijven Suriname. Ik hoop dat de Hendrikschool tot in lengte van dagen behouden blijft voor het nageslacht.”






