Het Openbaar Ministerie in cijfers: twee jaar praktijk
De recente discussies in De Nationale Assemblée, voor hervormingen bij de rechterlijke macht, maakten het interessant om te duiken in de prestaties van het Openbaar Ministerie (OM). Dat voortdurend gebekvecht in het hoogste college van staat, draait immers om deze tak van die macht. De argumenten zijn uiteenlopend: enerzijds wordt de noodzaak voor meerdere procureurs-generaal aangekaart en anderzijds lijkt het sommigen vooral een capaciteitsprobleem te zijn, waarbij juist de hierarchische lagen onder de procureur-generaal versterkt moeten worden.
Een vergelijking van de jaarverslagen 2023–2024 en 2024–2025 laat zien hoe het OM in die periode feitelijk heeft gefunctioneerd. De cijfers geven geen verklaringen en formuleren geen oplossingen. Ze laten uitsluitend zien wat er gebeurde.
In het verslagjaar 2023–2024 ontving het OM ongeveer 4.312 strafdossiers van de politie. Een jaar later, in 2024–2025, steeg dat aantal licht naar 4.458. De instroom bleef daarmee in beide jaren van vergelijkbare omvang, zonder sterke schommelingen. Aan het einde van het verslagjaar 2023–2024 rapporteerde het OM circa 327 lopende strafzaken. In 2024–2025 lag dat aantal op ongeveer 354. De werkvoorraad nam daarmee licht toe, maar bleef binnen dezelfde bandbreedte. In beide jaarverslagen werd benadrukt dat deze lopende zaken afkomstig zijn uit verschillende instroomjaren.
In 2023–2024 werden ongeveer 1.218 zaken in eerste aanleg via terechtzitting behandeld. In 2024–2025 ging het om circa 1.246 zaken. Het aantal gerechtelijke afdoeningen in eerste aanleg bleef daarmee nagenoeg gelijk.
Naast de rechterlijke afdoening maken beide jaarverslagen melding van structurele buitengerechtelijke trajecten, waaronder sepot en toepassing van artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij het OM bepaalde misdrijven met een gevangenisstraf van zes jaar of minder, buiten proces kan afhandelen. In 2024–2025 werd artikel 100 toegepast in 212 zaken. In 2023–2024 lag dit aantal iets lager. De inzet van deze afdoeningsvorm is in beide jaren onderdeel van het reguliere instrumentarium van het OM.
Een duidelijke verandering is zichtbaar bij het aantal behandelde hoger beroepszaken. In 2023–2024 lag dit aantal aanzienlijk lager dan in 2024–2025, waarin 106 zaken in hoger beroep werden behandeld. De jaarverslagen zelf geven geen nadere toelichting op deze ontwikkeling.
De personele samenstelling van het OM bleef in beide verslagjaren grotendeels gelijk. Het aantal officieren van justitie bleef rond de achttien, met een vergelijkbare ondersteunende en leidinggevende structuur. Er worden geen wezenlijke uitbreidingen of inkrimpingen gerapporteerd.
Tijdens een congres over de rechterlijke macht, waarbij alle actoren betrokken waren, is met name door het OM benadrukt dat het aanstellen van meerdere procureurs-generaal niet als oplossing wordt gezien voor snellere rechtspraak. De nadruk lag daar, net als in de parlementaire discussies, op de behoefte aan meer advocaten-generaal, officieren van justitie en versterking van de politie-infrastructuur om het werk uit te voeren. Tegen die achtergrond laten de jaarverslagen 2023–2024 en 2024–2025 zien dat de personele bezetting binnen het OM in deze periode vrijwel ongewijzigd is gebleven, terwijl het werkvolume vergelijkbaar bleef. De cijfers geven geen antwoord op de vraag of deze bezetting toereikend is, maar plaatsen de discussie over capaciteit en structuur wel in een concreet feitelijk kader. De hoofdvraag blijft, net als in de parlementsvergaderingen, wat men beoogt op te lossen met een college van pg’s.





