Hoe betrouwbaar zijn de verkiezingen in Suriname?
De verkiezingen in Suriname worden vaak omschreven als vreedzaam en ordelijk, maar tegelijkertijd ook als rommelig en vatbaar voor organisatorische tekortkomingen. In het publieke debat gaan stemmen op die enerzijds wijzen op fundamenteel vertrouwen in het systeem, en anderzijds op serieuze bezorgdheden over transparantie en organisatie. Hét argument voor de betrouwbaarheid van de verkiezingen in ons land is dat de machtswisselingen vreedzaam gebeuren. En dat is correct, maar toch is het niet zo zwart-wit. Parbode sprak met experts aan beide kanten van de discussie.
Door Victor Koten
Onafhankelijk organisatie
Volgens Lothar Boksteen, voormalig voorzitter van het Centraal Hoofdstembureau (CHS), is het fundament van het verkiezingsproces solide. Hij stelt: “Na alle verkiezingen is geen enkele keer voorgekomen dat er is gefraudeerd. Of dat men met bewijs daarvoor is gekomen.” Boksteen benadrukt dat kritiek vaak tijdens verkiezingstijd opduikt, maar zelden wordt gevolgd door harde bewijzen. Tegelijkertijd erkent hij dat er organisatorisch ruimte is voor verbetering: “Het is een kwestie van organisatie en daar hapert wat aan.”
Juist die organisatorische kwetsbaarheid voedt bij een deel van de samenleving het wantrouwen. Zaken als gebrekkige communicatie, late wetswijzigingen of verwarring rond de samenstelling van stembureaus dragen bij aan de perceptie van ondoorzichtigheid. Boksteen merkt op: “Suriname is een van de weinige landen waar een zittende regering de verkiezingen organiseert.” Die verwevenheid tussen politiek en verkiezingsorganisatie leidt bij sommigen tot achterdochtigheid.
Een vaak genoemde oplossing is de oprichting van een onafhankelijke verkiezingsautoriteit. Door het loskoppelen van de verkiezingsorganisatie van de regering kan het vertrouwen worden hersteld en politieke beïnvloeding geminimaliseerd worden. Boksteen pleit: “Ik zal het heel simpel zeggen. Er moet eindelijk een onafhankelijke verkiezingsautoriteit komen. Dan zal de bemensing van verkiezingsorganen geen probleem zijn.” In de huidige situatie worden functies binnen verkiezingsorganen ingevuld op basis van politieke verhoudingen, wat volgens critici leidt tot wantrouwen en onenigheid.
Internationale ogen
Ook de rol van internationale observatieorganisaties zoals de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en Caribbean Community (CARICOM) komt onder de loep. Deze organisaties sturen waarnemingsmissies naar Suriname om het verkiezingsproces te monitoren. De rapporten van deze missies zijn doorgaans positief over de orde en vreedzaamheid van de verkiezingen. Zo prees de OAS de verkiezingen van 2020 als vreedzaam en transparant op de dag zelf, met goed functionerende stemlocaties en betrokken kiezers.
Toch bevatten de rapporten ook duidelijke aanbevelingen. Zo adviseerde de OAS herhaaldelijk om te werken aan institutionele onafhankelijkheid en meer technische capaciteiten binnen de verkiezingsorganen. CARICOM benadrukte eveneens het belang van transparante communicatie en tijdige voorbereiding. Volgens waarnemers blijft het feit dat de regering zelf de verkiezingen organiseert een democratisch risico.
Jennifer Van Dijk-Silos, voormalig voorzitter van het OKB, uit hierover haar zorgen: “Ze komen ook pas drie dagen voor de stemming. Het proces waar eigenlijk nare dingen kunnen gebeuren, daar zijn ze niet bij.”
Van Dijk-Silos gelooft niet in het positieve imago dat Surinaamse verkiezingen internationaal meekrijgen. Ze stelt: “Ik heb nooit gevonden dat we mooie en transparante verkiezingen hebben. Elke keer maak ik weer iets mee waarvan ik denk: noemen ze dit mooi en transparant? Dit zijn compleet slechte verkiezingen.” Volgens haar wordt het vertrouwen in het verkiezingsproces ondermijnd door politieke beïnvloeding van benoemingen en het ontbreken van evaluaties na de verkiezingen: “De organisatie is nu eenmaal in handen van de regering, en de calamiteiten en de ellende zien we al.”
Hoewel grootschalige fraude nooit is aangetoond, zijn er signalen van structurele problemen zoals gebrekkige voorbereiding, logistieke fouten, en onduidelijke procedures. Die leiden zelden tot directe beïnvloeding van de uitslag, maar ondermijnen wel het vertrouwen in het proces.
714 knoppen
Modernisering van het verkiezingsproces wordt ook besproken. Ideeën als elektronisch stemmen zouden misschien voor verbetering kunnen zorgen. Op die manier zou het stemproces meer gestroomlijnd kunnen verlopen. Toch zijn hier aanmerkingen op te maken. In Suriname wordt niet alleen op partijen, maar ook op individuele kandidaten gestemd, wat een elektronisch stemsysteem ingewikkelder maakt. Boksteen legt uit: “Als er veertien partijen zijn met 51 kandidaten, dan zijn er dus 714 knopjes die je in zo’n stemlokaal moet hebben.” Hij voegt daaraan toe: “Met het handjevol mensen wat we hier hebben, kunnen we het met de hand echt nog wel doen.”
Toch is technologie slechts een deel van de discussie. De kern ligt bij vertrouwen: in de mensen die het proces organiseren, in de regels die gehanteerd worden, en in de opvolging van onregelmatigheden. Zonder transparantie en duidelijke communicatie blijft ruimte voor achterdocht. Van Dijk-Silos waarschuwt: “Het is gewoon een sprookje. En de diplomatieke taal, die men in de pers gooit, daar moet men niet veel aandacht aan schenken.”
Kwetsbaar vertrouwen
Wat vooral naar voren komt, is dat er meer overeenstemming is dan op het eerste gezicht lijkt. Alle betrokkenen erkennen dat het systeem beter kan. De grootste noden liggen bij onafhankelijke organisatie van de verkiezingen, transparantie en een duidelijk evaluatieproces na elke verkiezing. Vertrouwen is er, maar het is kwetsbaar. Hervormingen zijn niet alleen wenselijk, ze zijn noodzakelijk om dat vertrouwen te behouden. Een onafhankelijk verkiezingsorgaan zou op dit vlak al enorm helpen.
De verkiezingen in Suriname werken – dat is de algemene conclusie. De wil van het volk wordt weerspiegeld in de uitslagen, en vreedzame machtswisselingen bewijzen dat de democratie functioneert. Maar net als een brug die stevig lijkt maar roest vertoont aan de onderkant, moeten we er continu aan werken om de structuur gezond te houden. Meer transparantie, betere voorbereiding en onafhankelijk toezicht kunnen van een werkend systeem een ijzersterk systeem maken.






