Hoe gaat het met onze mannen?
Hoe gaat het met de Surinaamse man? Het is een vraag die zelden hardop wordt gesteld. Parbode vroeg drie mannen naar hun welzijn, en kreeg eerlijk antwoord.
Tekst: Xaviera Marica
Ajay D., geboren in 1980, is vader, partner en hoofd van een gezin met zeven kinderen. De oudste is vijftien jaar en de jongste drie. Zijn vrouw werkt af en toe, maar Ajay is de broodwinner. Met extra baantjes probeert hij zijn gezin te onderhouden, naast zijn baan bij de overheid. “Ik kan het niet verdragen dat mijn kinderen zonder eten zitten, omdat ik dat zelf heb meegemaakt”, zegt hij. Ajay wenst voor dit gesprek zijn volledige naam niet te gebruiken en ook niet te vertellen waar hij werkt.
“Ik ben opgegroeid als oudste in een gezin van vier kinderen”, vervolgt hij. Ajay is opgevoed volgens de traditionele denkwijze en rolverdeling tussen man en vrouw, mede beïnvloed door de familie van zijn vader. “Mijn vader, die militair was, had een drankprobleem. Dat had nadelige gevolgen voor zijn werk. Mijn moeder werkte bij de overheid en probeerde het huishouden draaiende te houden door financieel aan te vullen waar nodig.”
Uiteindelijk begon Ajay’s vader bus te rijden, maar drank bleef een probleem en Ajay groeide in armoede en gebrek op. Gelukkig was er steun vanuit de familie van zijn moeder. Ondanks de tegenslagen rondde hij zijn rechtenstudie af, mede door eigen inzet en bijbaantjes. Hij hielp thuis met de financiële tekorten door na schooltijd te werken. “Pas op de universiteit begon ik een beetje vrij te leven.”
Geen tijd om te denken
Ajay werkt voor de overheid, maar heeft sinds 2012 geen benoeming gehad, ondanks bijna achttien dienstjaren. Hij heeft onzekere tijden gekend met betrekking tot zijn loopbaan, “voornamelijk beïnvloed door de politiek”, zegt hij. “Het eerste wat ik wil veranderen in Suriname is favoritisme.” Onzekerheid over werk en inkomen staan centraal in zijn hoofd. “Ik heb zoveel teleurstellingen meegemaakt dat ik geen tijd meer had om te denken.” In zijn vrije tijd werkt hij als ober om de kosten te dekken, omdat zijn inkomen van de overheid niet voldoende is voor vaste lasten, hypotheek en voeding. In 2010 belandde hij op de intensive care na een stressvolle periode. “Ik heb zware momenten gekend waarin de emoties mij te veel werden.” Bij piekeren over financiën ervaart hij soms nog steeds lichamelijke klachten, zoals pijn op de borst. Ondanks medische beperkingen lukt het hem niet om zwaar werk te vermijden, omdat zijn bijbaan noodzakelijk is.
‘Men begrijpt het niet, dus daarom praat ik met niemand meer’
Na zijn ziekte heeft hij steun gevonden in religie. “Ik heb Jezus Christus aangenomen”, vertelt hij. Hij heeft weleens geprobeerd zijn situatie te delen, maar negatieve reacties zorgen ervoor dat hij zich terugtrekt. “Soms praat ik over mijn klachten, maar ik krijg reacties zoals ‘alweer heb je pijnen’, waardoor ik mij niet begrepen voel en mijn klachten voor mezelf houd. Men begrijpt het niet, dus daarom praat ik met niemand meer”, vertelt Ajay. Hij helpt graag anderen, maar merkt dat daar soms misbruik van wordt gemaakt. Voor vrienden heeft hij weinig tijd; werk en gezin staan op de eerste plaats. “Ik zou wel een keertje stoer willen doen”, zegt hij, doelend op een zorgeloos leven. “Ik wil graag genieten van het leven met mijn vrouw en kinderen, zonder financiële zorgen en constante werkdruk.” Maar die luxe zit er vooralsnog niet in.
In survivalmode
Winston Isselt heeft een vrouw en drie jonge kinderen. Hij is werkzaam bij de Belastingdienst. In zijn vrije tijd tuiniert hij; ook danst hij en vertolkt rollen in film en reclame. “Ik ben gewoon een mens met gevoelens. Ik word ook verdrietig en boos”, vertelt hij wanneer we vragen hoe het met hem gaat. Isselt heeft nog zeven broers en zussen. Hij is de oudste van zijn moeders kant. Zijn vader is vier jaar geleden overleden, zijn moeder leeft nog. Hij is niet met zijn vader opgegroeid en noemt zichzelf een ‘mama’s boy’. “Ik had weinig contact met mijn vader.”
‘Vaderlijke liefde, of hoe ze dat noemen, is eigenlijk ook nodig’

Winston Isselt. Collectie Isselt.
Hij beschrijft de algemene verwachtingen van de samenleving van de man – als zijnde de kostwinner en beschermer van het gezin – als ‘terecht’. Dat is voor hem ook de definitie van ‘man-zijn’. “Er wordt veel van mij verwacht”, vertelt hij. “Ik moet de provider en beschermer zijn, bikkel en hard zijn.” Deze rollen en de inhoud daarvan ontdekte hij in zijn twintiger jaren.
Doordat hij alleen door zijn moeder is opgevoed, miste hij het vaderlijke rolmodel. “Vaderlijke liefde, of hoe ze dat noemen, is eigenlijk ook nodig”, zegt hij. Van zijn vrienden, tv en YouTube leerde hij dat de vrouw er is om je te koesteren en lief te hebben. “De vader wijst je hoe je je moet gedragen in de wereld.” Zo vormde hij het idee voor zichzelf hoe het moet als man, ook intuïtief. Isselt ervaart de rol van een man als zwaar, maar zegt er niets aan te kunnen veranderen. “Dit is hoe het is. Het moet zo zijn voor een man. Elke overwinning maakt je mannelijker”, beweert hij. De meeste overwinningen ervaart Isselt in het hosselen en struggelen om zijn kinderen op de eerste plaats te zetten en financieel rond te komen. “Met mijn vaste baan zijn de verwachtingen als hoofd van het gezin en kostwinner financieel niet haalbaar, want het is overleven. De kosten zijn de laatste tijd consistent omhooggegaan.” Zijn vrouw werkt ook en samen proberen ze rond te komen voor het welzijn van hun kinderen. Isselt kan zich niet herinneren dat iets moeilijk is geweest of dat hij het bijna niet heeft gehaald. “Het moet lukken, vooral met de economische situatie in Suriname.”
Isselt bespreekt niet graag zijn situatie. Hij voelde zich in het verleden ‘ge-tricked’ om over zijn gevoelens te praten door een ex-partner. Zijn uitspraken werden in ruzies tegen hem gebruikt. De laatste jaren leerde hij zichzelf aan: “Als je ergens mee zit, los het op in je hoofd. Zorg ervoor dat je gezin beschermd blijft en blijf erbovenop.” Hij wil niet meer praten over zijn gevoelens, omdat hij denkt dat het hem minder aantrekkelijk maakt als man. “Om man te zijn moet je soms wreed zijn, niet openlijk praten over gevoelens of emoties tonen. So be it.”
Mannen onderling praten soms, maar niet al te openlijk of troostend, meer op een grappende manier als opkikkertje, vervolgt hij. “Soms delen we ervaringen met elkaar of vergelijken situaties. Maar over bepaalde dingen, zoals het vrij bespreken van gevoelens en problemen, kun je niet openlijk praten.” Zijn vrouw wil hij niet belasten. “Zij heeft ook haar eigen zorgen.”
Volgens Isselt is de Surinaamse man in survival mode. Hij zou wel graag willen dat zaken anders zijn. “Maar voor nu moeten we het op deze manier doen.”
Hij heeft weleens hoofdpijn gehad vanwege de financiële stress. Om met de druk om te gaan, gaat hij gras maaien of iets leuks doen, zoals dansen. “Dan vergeet ik de problemen even, en daarna kom ik vaak op ideeën om het op te lossen of stappen te ondernemen. Het is mijn manier van coping.”
Hij kent ook mannen die het niet meer zagen zitten en er niet uit zijn gekomen. “Accepteer dat het leven zo kan zijn, en begrijp waarom een vrouw is zoals ze is. Wij mannen moeten daarmee leren omgaan”, is zijn boodschap naar de man toe. “Als we begrijpen waar dingen vandaan komen en onderzoeken waarom dingen zijn zoals ze zijn, voorkomen we het maken van verkeerde keuzes.” Begrip van zaken is dus heel belangrijk, stelt hij. “Leer jezelf kennen als man, en ken je grenzen.”
Mannen onder elkaar
In december 2025 is Rafanelly Deekman de podcast ‘MenTaal’ gestart, samen met Enver Panka, een bekende artiest en influencer. ‘Men’ staat voor meerdere mannen, ‘Taal’ is kort voor mannentaal en ‘mentaal’ is waar het in de podcast allemaal om draait. De eerste aflevering werd enthousiast onthaald. “Boven verwachting”, zegt Deekman, die in het dagelijkse leven werkzaam is bij het Korps Brandweer Suriname. Hij ontving veel reacties en feedback op de podcast. Zodra de financiële uitdagingen zijn overwonnen, verwacht Deekman tweewekelijks een aflevering te kunnen doen. In elke aflevering worden dingen die mannen bezighouden bespreekbaar gemaakt en de problemen waarmee zij kampen naar voren gebracht. Het zoeken naar professionele hulp wil hij stimuleren en in de podcast moedigt hij mannen aan om er gebruik van te maken. Het woord ‘taboe’ wil hij niet meer gebruiken. “De podcast is ook goed voor de vrouw om te weten wat er omgaat in haar partner of broer(s).” Tot nu toe heeft hij met een aantal mannen gesproken en heeft gemerkt dat de problemen van de één vaak overeenkomen met die van een ander. Vaak zijn het problemen in de relationele sfeer of het zoeken naar eigen identiteit. Zij die het moeilijk hebben, hebben volgens Deekman vaak een verslavingsprobleem; dat kan een manier zijn om met stress om te gaan, zoals porno, gokken of drank. “Het is een uitdagende tijd voor de Surinaamse man. We staan er niet bij stil hoeveel mannen hetzelfde meemaken.” Hij merkt op dat veel mannen ook antwoorden zoeken in religie.

Rafanelly Deekman. Collectie Deekman.
“De gemiddelde man zit met financiële stress, want een man wil providen, maar met de geëmancipeerde vrouw verandert die dynamiek.” Volgens Deekman hebben mannen een drang om zichzelf te bewijzen. “Die komt ook van binnenuit. Je wilt je man voelen en zo groeien we op.” Hij ervaart het zelf in het huishouden. Hoewel hij kan schoonmaken, kleren wassen en dingen doen die als ‘vrouwelijk werk’ worden gezien, wil hij zich toch man voelen en in de eerste plaats de rol van provider in het gezin vervullen.
‘Mannen hebben vaak behoefte aan ontladen via intimiteit’
In een relatie is gelijkwaardigheid essentieel, vervolgt hij. “We onderschatten hoeveel mentale druk het wegneemt om een buffer te hebben.” Deekman is het dan ook niet eens met de uitspraak ‘geld is niet alles’. “Want als je het niet hebt, merk je het direct. De financiële druk is niet te onderschatten. Geld is belangrijk en de rol van kostwinner levert de grootste druk op. Ook zaken zoals vervoersproblemen, ziekte met de daarbij behorende medische kosten en verzekeringen zorgen voor extra druk.” Naast zijn baan als brandweerman werkt Deekman zelf ook nog op twee andere plekken. Hij wil niet vertellen waar.
Mannen hebben vaak behoefte aan ontladen via intimiteit, en in stressmodus is er minder connectie. Daardoor ontstaat emotionele en fysieke afstand, die vaak begint bij geldproblemen, stelt Deekman. Hij ziet communicatie als essentieel, en dan met name het durven voeren van moeilijke gesprekken. Maar praten met een vrouw gebeurt niet snel, erkent Deekman. “Zelfs naar een andere man toe kan een drempel zijn. Goede vrienden voelen elkaar zonder woorden aan, en wanneer er dan naar gevraagd wordt, kunnen ze aangeven wat er speelt. Alleen dan praat men erover”, aldus Deekman. Hij stelt dat mannen de drempel over kunnen komen als mentale gezondheid al op school in het curriculum wordt opgenomen. “Maak het normaal om te praten. Niet pas als er problemen zijn, maar preventief, bijvoorbeeld verplichte gesprekken met een decaan. Je wilt later geen gebroken mannen in je bedrijf hebben, dus vang ons op en maak ruimte voor gesprekken. Ga ervan uit dat iedereen behoefte heeft aan een gesprek”, besluit Deekman.
Wees menselijk
Psycholoog Eva Stroo van Mind Matters Foundation Suriname, een NGO dat zich onder andere inzet voor suïcidepreventie, herkent de verhalen van Isselt, Deekman en Ajay. “Mannen voelen een grote druk vanuit de samenleving over wat er van hen verwacht wordt, namelijk om te providen, wat in deze tijd lastig kan zijn.” Stroo vertelt dat het uiten van deze druk niet makkelijk gebeurt, omdat mannen minder praten dan vrouwen. Zaken worden bij mannen vaker geïnternaliseerd en dat kan oplopen. “Internaliseren van emoties is het naar binnen richten van gevoelens, stress en spanning. De verwachting vanuit de samenleving is dat mannen niet mogen huilen, praten of zich kwetsbaar mogen opstellen. Dat kan leiden tot verergering van lichamelijke klachten en mentale problemen, met uiteindelijk gevoelens die kunnen leiden tot suïcide.” Wereldwijd plegen meer mannen dan vrouwen suïcide, en dat geldt ook voor Suriname. In ons land doen vrouwen meer zelfmoordpogingen, maar de man is rigoureuzer, dus vaker met de dood als gevolg. Volgens de PAHO stond Suriname in 2021 in de top tien qua suïcide in de Americas (per 100.000 inwoners, red.). “Dat geeft al aan dat het niet zo goed gaat”, zegt Stroo.

Eva Stroo. Collectie Stroo.
Mannen stappen niet vaak naar een hulpverlener om te praten over hun mentale gezondheid, merkt zij op. Het kleine groepje dat wel hulp zoekt, praat over de verwachtingen van gezinsleden, familie en mensen om hen heen. Die verwachtingen gaan vaak over relaties, maar ook in het algemeen en op cultureel en traditioneel gebied. “Over het algemeen wordt van de man verwacht de provider te zijn, en dat hij de financiële zorg draagt voor het hele gezin. Binnen bepaalde bevolkingsgroepen wordt verwacht dat de man trouwt met een vrouw van dezelfde bevolkinsgroep, en dat de man ook moet voldoen aan het plaatje van hoe een gezin eruit moet zien, het tradionele plaatje van de rolverdeling tussen man en vrouw.”
Stroo hoopt dat door meer aandacht te besteden aan mental health, mannen zich oké voelen om erover te praten. De drempel om naar een hulpverlener of keyperson met een basis in psychologische eerste hulp te gaan, kan worden verlaagd door praatgroepen en rolmodellen die mannen stimuleren om erover te praten. “Hiervoor hoef je geen psycholoog of psychiater te zijn, maar gewoon menselijk naar elkaar toe.” Stroo adviseert om meer bewustwording te creëren voor mentale gezondheid en meer betrokkenheid van de gehele samenleving: “Awareness op alle gebieden, zoals social media, bedrijven en mannengroepen, is hierbij belangrijk.”




