Hoe kan Suriname zijn bos beschermen tegen mijnbouw?
De mijnbouw laat diepe littekens achter in de grond. Wanneer een goudmijn is uitgeput, trekken goudzoekers naar de volgende zonder daarbij achterom te kijken. Waar ooit dichte bossen stonden, blijft slechts een kale vlakte achter. In theorie zijn goudmijnbouwbedrijven verplicht om de grond die ze achterlaten te herstellen, maar de praktijk laat iets heel anders zien.
Door Jeffe Lingier
We bevinden ons op een illegale goudconcessie nabij Klaaskreek. De zon brandt fel, terwijl we een rondleiding krijgen van een Surinaamse concessiehouder. Hij wil anoniem blijven, want hij opereert zonder vergunning. Op zijn kleinschalige goudmijn – al blijkt ‘kleinschalig’ relatief – wijst hij trots naar een stukje grond waar hij bananen en cassave heeft geplant. De ongeveer dertig gewassen zijn bedoeld voor verkoop. In een andere goudmijn wapperen een vijftiental maïsplanten in de wind. De groene stengels staan in schril contrast met de kale heuvels van afgegraven gesteente in de mijn.
Positief begin
“Het een positief begin”, zegt Ramon Finkie (56), mining engineer en docent geowetenschappen aan de Anton de Kom Universiteit (AdeKUS). Onder zijn begeleiding bezoeken we de goudmijnen en komen we in contact met de illegale goudconcessiehouder. Terwijl we verder lopen, zakken onze laarzen weg in de drassige bodem. Even verderop is een mijn dichtgemaakt met een dunne humuslaag. “Het toont aan dat rehabilitatie niet moeilijk, duur of groots hoeft te zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden om terug naar de natuur te keren, al is dat maar deels. Willen is kunnen”, zegt Finkie.
Suriname is het meest beboste land ter wereld, maar goudwinning vormt de grootste bedreiging voor dit record. Het precieze aantal goudzoekers is onbekend. Schattingen variëren van 40.000 tot 70.000. Veel van hen opereren diep in de bossen, wat handhaving uiterst lastig maakt. Dit gebrek aan toezicht heeft desastreuze gevolgen voor het milieu. Ontbossing leidt tot bodemerosie en verstoorde ecosystemen, terwijl achtergelaten mijnputten kunnen instorten of zich vullen met giftig water. Zowel kleinschalige als grootschalige mijnbouw dragen bij aan dit probleem. Illegale en kleine mijnbouwbedrijven doen nauwelijks tot niets aan herstel van de gronden na het mijnen, en grootschalige bedrijven rehabiliteren slechts een fractie van de aangetaste gebieden.
Lees dit artikel verder in het juni/juli-dubbelnummer 229 van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname)
Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren






