In de voetsporen van… Johanna Bakboord
Parbode spreekt met bekende en minder bekende Surinamers die in de voetsporen van hun (groot)ouders treden. Deze keer spraken we met Jill-Joy Landburg, die haar moeder Johanna ‘Hanna’ Bakboord opvolgt als Executive Director van Creative Communications & Marketing NV (CCMnV). Marketing is voor haar een familietraditie.
Tekst: Vince Vermeiren | Beeld: Collectie Landburg
Wat vind je het leukste aan je job?
“De combinatie van strategie en creativiteit. Geen enkele organisatie is hetzelfde, elke opdracht vraagt daarom een andere aanpak. Maar wat ik het allerleukste vind, is het moment waarop een idee echt tot leven komt. Bijvoorbeeld bij een campagne of een event, wanneer je ziet hoe je idee stap voor stap werkelijkheid wordt. De tevredenheid van een klant wanneer die het eindresultaat ziet, geeft mij de meeste voldoening van mijn werk.”
Wat is het grootste verschil tussen jou en jouw moeder?
“De basis van het vak, begrijpen wat mensen denken, voelen en nodig hebben, is er nog altijd. Maar de omgeving is sterk veranderd. Vandaag is alles veel digitaler. Sociale media, data-analyses en online marketing zijn niet meer weg te denken. Tegelijk geloof ik dat sociale media niet alles is. Hoe gek het ook klinkt, print, radio en persoonlijke interactie mag je niet vergeten.”
Wat heb je te danken aan je moeder?
“Wat ik vooral van mijn moeder heb geleerd, is doorzettingsvermogen en geloof in mogelijkheden. Ze was iemand die alles gaf voor haar werk, van de vroege uurtjes tot in de late avond. Ze leerde mij ook verantwoordelijkheid te nemen en eerlijkheid boven alles te stellen.”
Wat is het hoogtepunt van je carrière?
“Toen ik de leiding van het bedrijf mocht overnemen. Het is bijzonder om een organisatie te mogen leiden die door mijn moeder is opgebouwd en die nu een vaste plaats heeft in de marketing- en communicatiesector van Suriname.”
Wie zal je opvolgen?
“Mijn dochter Jianna-Joy is pas drieënhalf jaar oud, dus het is nog veel te vroeg om te weten of zij ooit in mijn voetsporen zal treden. Tegelijk zou het heel mooi zijn als zij later interesse heeft om het bedrijf voort te zetten. Bijzonder is wel dat zij al vanaf heel jong meemaakt wat ik doe. Toen ze nog maar twee maanden oud was, ging ze al elke dag mee naar kantoor. En nu, wanneer ze er is, zegt ze dat ze ook ‘mee komt werken’. Of dat later echt zo is, zullen we zien.”





