Inheems perspectief op de onafhankelijkheid
Inheemsen waren tegen abrupte, algehele onafhankelijkheid van Nederland en verzochten om ‘geleidelijk onafhankelijk’ te worden. Ze waren ‘bang voor verwarring, onzekerheid en willekeur’ na de onafhankelijkheid en met name dat ‘een plotselinge onafhankelijkheid tot grotere marginalisatie van de inheemsen zou leiden’, zo schrijft de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in haar jubileumboek ‘30 jaar VIDS’.
Tekst Zoë Deceuninck | Beeld Cary Markerink
Al in aanloop naar de onafhankelijkheid in 1975 eisten inheemsen de erkenning van inheemse landenrechten. Ze stelden dit als voorwaarde voor de onafhankelijkheid, zo blijkt uit het rapport ‘Standpunt Indiaanse bevolkingsgroep ten aanzien van de algehele zelfstandigheid van Suriname’. Dit rapport werd geschreven door Noldus Jubithana. Hij werd in 1972 lid van de koninkrijkscommissie die de staatkundige onafhankelijkheid van Suriname moest onderzoeken. Aan de eisen uit het standpunt, waaronder ook de wettelijke erkenning van het indiaans bestuurssysteem viel, werd niet voldaan.
Een jaar na de onafhankelijkheid organiseerde de KANO, een samenwerkingsverband tussen de inheemse Kaliña- en Lokono-gemeenschap, een ‘protestmars ten behoeve voor woon- en leefgebieden der indianen’. In december 1976 liepen tientallen inheemsen van Albina naar Paramaribo, een tocht van vier dagen, om de aandacht voor de grondenrechten te vergroten. Vanuit de organisatie KANO was Nardo Aluman, schrijver van Surinaams-Karaïbse oorsprong, een van de belangrijkste initiatiefnemers van de mars……….Lees verder in het oktober/novembernummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren


