Is Albert Ramdin doelwit geweest van een politieke campagne binnen de OAS?
Op papier lijkt er weinig aan de hand. Er loopt geen officieel onderzoek. Er is geen formeel verzoek ingediend om de secretaris-generaal af te zetten. En tijdens de recente Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) stond de kwestie niet eens op de agenda. Toch is de Surinamer Albert Ramdin de afgelopen maanden onderwerp geworden van een opvallende stroom aan beschuldigingen over wanbeheer, nepotisme en vermeende corruptie. De vraag is daarom niet alleen óf er sprake is van een crisis binnen de OAS, maar vooral wie belang heeft bij het beeld dat die crisis bestaat.
Ramdin zelf laat weinig ruimte voor interpretatie. In een interview met ABC verklaarde hij deze week dat berichten over een mogelijk onderzoek of een afzettingsprocedure onjuist zijn. Volgens hem hebben de lidstaten tijdens de Algemene Vergadering juist hun vertrouwen in hem bevestigd. “De hele issue is niet ter sprake geweest. Ik focus me op het werk dat gedaan moet worden. Er is geen officieel onderzoek. Er is geen verzoek tot een onderzoek en er is ook geen discussie binnen de organen van de OAS.”
Volgens Ramdin heeft één land of één persoon geprobeerd de kwestie aan te kaarten, maar kreeg dat geen enkele steun van de overige lidstaten. Daarmee schetst hij een fundamenteel ander beeld dan verschillende digitale media, waarin wordt gesproken over een groeiende opstand tegen zijn leiderschap.
Geen institutionele crisis, wel een politieke campagne?
De Caribische nieuwssite Caribbean News Global komt na gesprekken met diplomaten tot een opvallende conclusie. Volgens bronnen binnen de organisatie is er geen formele opstand tegen Ramdin binnen de OAS-structuur. Integendeel: de aanvallen zouden zich vooral afspelen buiten de officiële vergaderzalen, via besloten bijeenkomsten, WhatsApp-groepen en een klein netwerk van Latijns-Amerikaanse digitale nieuwsplatforms.
Die campagne begon zelfs al voordat Ramdin in maart 2025 werd verkozen tot de eerste secretaris-generaal uit een Caricom-land. Tijdens zijn verkiezingscampagne werd hij door sommige media afgeschilderd als een kandidaat die onder invloed van China zou staan. Die beschuldiging verloor echter snel aan kracht toen de toenmalige Amerikaanse gezant voor Latijns-Amerika, Mauricio Claver-Carone, publiekelijk verklaarde dat zowel Ramdin als zijn Paraguayaanse tegenkandidaat geschikt waren voor de functie. Daarmee verdween ook de suggestie dat Washington koste wat kost zijn verkiezing wilde tegenhouden.
Na zijn aantreden veranderde de aard van de kritiek. Eerst ging het over relatief kleine bestuurlijke zaken: dure hotels tijdens dienstreizen, reorganisaties binnen het secretariaat en uitgaven voor de inrichting van kantoren. Vervolgens werden de beschuldigingen zwaarder: wanbeheer, nepotisme, corruptie en gebrek aan respect voor lidstaten.
Deze beschuldigingen zouden nooit officieel ingebracht zijn bij de Permanente Raad of een ander besluitvormend orgaan van de OAS. Zij bestaan vooral in de publieke sfeer.
De rol van Washington
De spanningen lijken zich vooral te concentreren rond de Amerikaanse vertegenwoordiging bij de OAS. Volgens meerdere diplomatieke bronnen is ambassadeur Leandro Rizzuto Jr. uitgegroeid tot de belangrijkste criticus van Ramdin. Rizzuto zou tijdens een besloten gesprek met Ramdin stevige kritiek hebben geuit op diens functioneren. Opmerkelijk is dat de inhoud van dat gesprek vervolgens via een WhatsApp-groep onder ambassadeurs werd verspreid en enkele dagen later vrijwel letterlijk verscheen in dezelfde digitale media die Ramdin al sinds zijn kandidaatstelling bekritiseren.
Caribbean News Global stelt dat de oorsprong van het conflict mogelijk veel kleiner is dan de huidige controverse doet vermoeden. Volgens diplomatieke bronnen zou Rizzuto vergeefs hebben aangedrongen op uitzonderingsposities voor de Verenigde Staten, waaronder een permanent kantoor binnen het secretariaat en aanwezigheid bij ontmoetingen van de secretaris-generaal met staatshoofden. Ramdin zou die verzoeken hebben afgewezen.
Dat is relevant, omdat de Verenigde Staten ongeveer de helft van de OAS-begroting financieren. De vraag die daardoor ontstaat, is hoeveel invloed een grote financier mag uitoefenen op het dagelijks bestuur van een multilaterale organisatie. Tegelijkertijd ontbreekt een belangrijk puzzelstuk: er is tot nu toe geen enkele officiële verklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken of het Witte Huis verschenen waarin de kritiek van Rizzuto wordt onderschreven.
De zaak-Jessurun
Extra brandstof voor de discussie vormde het vertrek van Ramdins kabinetsdirecteur Xaviera Jessurun. Nadat de Verenigde Staten haar diplomatieke visum hadden ingetrokken, zag zij zich genoodzaakt haar functie neer te leggen.
Jessurun reageerde via social media: “I was merely in the room when one person was refused an office chair and his friend a seat next to a President. Result: Lost my job AND got thrown out of ’the free world’.” Met die opmerking suggereert zij dat haar vertrek niet voortkwam uit integriteitskwesties, maar uit een persoonlijk conflict over diplomatiek protocol.
In een eerdere verklaring noemde zij de beschuldigingen van wanbeheer en nepotisme tegen Ramdin ‘ongefundeerd en politiek gemotiveerd’ en riep zij mensen op zich af te vragen wie werkelijk achter de campagne zit. Daarmee voedt zij het beeld dat de kwestie minder draait om bestuurlijke integriteit dan om een bredere machtsstrijd binnen de organisatie.
Meer dan een persoonlijk conflict
De verkiezing van Ramdin werd internationaal gevierd als een diplomatiek hoogtepunt. Voor het eerst stond een Surinamer aan het hoofd van de belangrijkste politieke organisatie van het westelijk halfrond. Juist daarom gaat de discussie verder dan de persoon Ramdin. Die raakt aan de vraag hoe onafhankelijk multilaterale organisaties werkelijk zijn wanneer één lidstaat de grootste financier is. Even belangrijk is de vraag hoe snel een publieke beeldvorming kan ontstaan zonder dat beschuldigingen ooit via de officiële besluitvormingsprocedures worden behandeld.
Dat betekent niet automatisch dat alle kritiek ongegrond is. Transparantie en verantwoording blijven essentieel voor iedere internationale organisatie. Maar zolang er geen formeel onderzoek loopt, geen officiële klachten zijn ingediend en de lidstaten publiekelijk geen steun uitspreken voor een afzettingsprocedure, lijkt de politieke beeldvorming vooralsnog harder te groeien dan de institutionele werkelijkheid. Dat bevestigt Buitenland-minister Melvin Bouva in Suriname trouwens ook: zolang Ramdin zich houdt aan de regels van de OAS, mag hij rekenen op steun van Suriname.
Misschien moet worden nagegaan of er daadwerkelijk sprake is van een OAS-crisis. Want terwijl de afdeling public-relations de afgelopen tijd werk had en Jessurun het veld moest ruimen, kan niet worden gezegd dat een gevecht om invloed, reputatie en publieke perceptie goed is aangeslagen. Ramdin is immers nog secretaris-generaal en hij geniet nog brede steun binnen de organisatie.





