Kinderombudsinstituut moet nog verder gestalte krijgen
Het Kinderombudsinstituut (KOS) dat in april van dit jaar van start is gegaan, is nog bezig met het voeren van gesprekken die ervoor moeten zorgen dat dit instituut gestalte krijgt. Dit zegt Malinie Kaersenhout, voorzitter van de presidentiële werkgroep Kinderombudsinstituut Suriname tegenover Parbode. Ten tijde van de lancering was nog niet alles geregeld en dus zijn er nog wat uitdagingen. Met het aantreden van een nieuwe regering moet Kaersenhout eerst een gesprek hebben met president Simons, minister Lalinie Gopal van Sport en Jeugdzaken en minister Harish Monorath van Justitie en Politie onder wiens beheer de uitvoering valt. Na deze gesprekken zal het duidelijker worden waar het KOS staat. De samenleving zal dan ook voorzien worden van informatie, belooft Kaersenhout.
Tekst: Valerie Fris
Wettelijk geregeld
Het KOS zal dienen als toezichthouder voor de regering en voor niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Als onafhankelijk instituut zal het gevraagd en ongevraagd advies geven over kinderrechten. De voorbereiding voor dit instituut begon reeds in 2008 en in 2021 werd een werkgroep ingesteld, vertelt Kaersenhout. Ze stelt dat voormalig president Santokhi in plaats van kinderombudsman heeft gekozen voor kinderombudspersoon, omdat dit woord meer genderneutraal is. De kinderombudspersoon is verantwoordelijk voor de bescherming en promotie van de rechten van het kind zoals vastgelegd in artikel 4 van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Landen die partij zijn in dit verdrag moeten alle passende wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen nemen om de in dit verdrag erkende rechten te verwezenlijken. Daarom moest er ook in Suriname een wet worden gemaakt. Deze is in november 2024, met 41 stemmen aangenomen in De Nationale Assemblee en in januari van dit jaar in werking getreden. Artikel 9 lid 1 van deze wet stelt dat de kinderombudspersoon ondersteund moet worden door een kinderombudsinstituut.
Uitdagingen
Bij aanvang van het KOS was er nog geen kinderombudspersoon benoemd en had ook de invulling van de directieleden nog niet plaatsgevonden. Volgens Kaersenhout is er wel een sollicitatieoproep geweest. Over het resultaat hiervan wil ze niet ingaan. Tot er een definitieve locatie is gevonden, zal het instituut nog gehuisvest zijn op de bovenverdieping van de Congreshal. Ook moet het verkorte nummer 1930 waarop kinderen en eventueel hun ouders in contact kunnen treden met het KOS, nog worden geactiveerd.
Ondanks dat er nog een aantal zaken geregeld moest worden, werd toch besloten om van start te gaan. Kaersenhout zegt dat het zeventien jaar geduurd heeft voordat het KOS in werking kon treden en dat het voor de commissie en voormalig president Santokhi wel een heuglijk moment was om niet voorbij te laten gaan. Het KOS is mede tot stand gekomen door financiële steun van de United Nations Children’s Fund (Unicef) die dergelijke initiatieven graag ondersteund.






