Kritiek op de olieprijscap: ‘het werkt niet’
De prijscap – een maximumprijs – op benzine en diesel van president Simons, stuit op kritiek. “Het werkt niet”, zegt Steven Depibersad, voorzitter van de Vereniging van Economen Suriname (VES). Volgens hem is subsidiëren makkelijk, maar is het moeilijker om er later van af te stappen. Maar de regering houdt voet bij stuk.
Tekst: Vince Vermeiren Beeld: Caribbean Energy Week
“De ervaring in Suriname is dat het niet verstandig is om de prijs van brandstof te subsidiëren”, zegt Debipersad. Volgens hem raakt daarbij de staatskas snel leeg, ongeacht of het land rijk of arm is. Want bij een prijscap betaalt de overheid het verschil aan de pomp terug en hoe hoger de wereldolieprijs stijgt, hoe meer die rekening oploopt en op de staatskas drukt. Een lage staatskas kan volgens de voorzitter van de VES leiden tot een verdubbeling van de inflatie en een mogelijke devaluatie van de Surinaamse dollar.
Ook vreest Debipersad dat de gesubsidieerde brandstof het land verlaat. “Onze goedkope benzine wordt naar Frans-Guyana gesmokkeld. Dat is niet zinnig, want waarom subsidiëren we Frans-Guyana?”
Debipersad vertelt dat hij twee weken voor de keuze van de president bij haar op bezoek was. Toen gaf president Simons nog aan dat het subsidiëren van benzine geen zin had. Een recente peiling van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) bevestigt de brede twijfel, want driekwart van de ondervraagde ondernemers bestempelt de maatregel als risicovol tot zeer risicovol.
Hoe kwam de president dan toch een week later tot deze sterk afgeraden keuze? “Er is natuurlijk een ruis van informatie, je hebt die lobbygroepen”, zegt Depibersad. Volgens hem wilde de president tevens de huidige pijn zo veel mogelijk neutraliseren en speelde misinformatie mee.
Andrew Baasaron, de minister van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI), zegt in gesprek met Parbode dat het eindbesluit niet bij de experts ligt. “We luisteren altijd naar de VES, maar het besluit hoeft niet in lijn te zijn met hun verwachtingen.” Het eindbesluit ligt volgens hem bij de president, die haar eigen afweging heeft gemaakt op basis van wat andere groepen in de samenleving wensen.
De minister verduidelijkt ook dat de stijging van de internationale olieprijzen een bijkomende inkomst voor de staat heeft opgeleverd. “De extra verdiensten uit de oliesector maken dat wij de samenleving daar waar nodig kunnen ondersteunen. We gaan niet lenen”, zegt Baasaron.
Er worden ook wekelijks analyses gemaakt van de data die het ministerie bezit, waarop de prijs wordt gebaseerd. Concrete cijfers wil de minister echter niet vrijgeven. “Hierover wil ik geen uitspraken doen”, zegt hij. Volgens Baasaron is gevraagd om die communicatie alleen vanuit het presidentieel kabinet te laten komen.
“We voorzien niet dat het nog maanden moet gaan duren”, zegt Baasaron. Debipersad is nog scherper: volgens hem is de prijscap zelfs op korte termijn niet houdbaar. “Op korte termijn zien we niet dat de oorlog stopt”, zegt de minister, die benadrukt dat de regering de samenleving blijft tegemoetkomen. Er is volgens hem ook sprake van een loonsverhoging en andere maatregelen, waarover de president in de komende weken meer duiding zal geven.




