Lening van 265 miljoen US-Dollar: investering of schuldenlast?
Suriname ging in het najaar van 2025 een nieuwe obligatielening aan van 265 miljoen US-dollar. Op vrijdag 27 februari gaf minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning tijdens een persconferentie toelichting over deze lening en de bestemming van de middelen, maar gaf geen duidelijke uitleg over de besteding van deze lening. Dit zorgde voor ophef in het parlement, waarbij de VHP-fractie een nadere verklaring eiste.
Door Vince Vermeiren
De lening van 265 miljoen US-dollar is een uitbreiding op een bredere herfinancieringsoperatie van 1,575 miljard US-dollar die de regering in oktober 2025 aanging. Hiermee loste de regering schulden af uit de vorige regeringsperiode, waaronder een bestaande obligatie die afliep in 2033, een aantal commerciële leningen en de VRI, een financieel instrument gekoppeld aan toekomstige olie-inkomsten. Om deze lening mogelijk te maken, paste de regering op 17 oktober 2025 de Wet op de Staatsschuld aan. Waarbij het verder lenen voorbij de norm van 60 procent van het BBP mogelijk maakt tot 2027.
Stijgende Schuld
Cijfers van de Centrale Bank van Suriname tonen dat de staatsschuld in het tweede kwartaal van 2025 opliep naar 140,6 miljard SRD, een stijging van ruim 35,6 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Volgens een recent rapport van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB) stond deze staatsschuld in november 2025 zelfs al op 124 procent van het BBP. Volgens de VHP-oppositie kunnen de kosten van extra leningen hoog oplopen, tot wel 152 miljoen US-dollar per jaar.
De minister ziet de lening echter als een bredere investering in de samenleving, met als doel om middelen vrij te maken voor de gezondheidszorg, onderwijs, en een ondersteuning aan startende MKB-ondernemers in de agrarische sector. “We zijn niet in staat met de middelen die we hebben de scholen te renoveren, de ziekenhuizen aan te pakken of de agro-sector goed aan de gang te krijgen”, zegt Wijnerman tijdens de persconferentie.
Maar bijna zes maanden na het plan voor een aanname van de nieuwe bond is er nog geen enkel bewijs geleverd dat de lening daadwerkelijk is gebruikt waarvoor zij bedoeld was. Er zijn nog geen officiële cijfers en geen documenten over de opgekochte fondsen vrijgekomen. Het blijft daarmee onduidelijk hoe 1,575 miljard US-dollar effectief besteed zal worden in de praktijk.
Volgens het rapport van de SEOB is een goede uitbesteding van financiën een cruciaal punt wanneer de overheidsfinanciën kwetsbaar blijven. Zeker met de aanhoudende begrotingstekorten en een inflatie die in november 2025 opliep tot 11,6 procent. Daar komt bij dat de geïnvesteerde sectoren zichzelf niet op de korte termijn terug betalen. Op de vraag van Parbode hoe de regering deze obligatielening denkt terug te betalen, antwoordde minister Wijnerman: “We weten dat deze sectoren geen sectoren zijn die terugverdiend kunnen worden […]. Maar het zijn wel sectoren waar de overheid een plicht heeft om iets aan te doen.”
Ondertussen tikt de economische klok. Met een begroting die nog niet behandeld is en onduidelijkheid rond de buitenlandse schulden, weet de samenleving niet of het met deze nieuwe lening geholpen is of niet. De regering rekent in de tussentijd op de inkomsten uit de oliesector, die pas in 2028 beginnen te stromen.




