Mijn ouwe schoenen
Tekst Anne Huits
Het is 1983, december 1983. Oma wordt 75 jaar. Met het gezin, vader, moeder, vier kinderen gaan we naar Suriname. Veel te vieren valt er overigens niet, zeker niet in deze periode. Het land staat onder hoogspanning. Wat zal er gebeuren een jaar na de moorden van 8 december?
Die spanning voelen wij ook. Komen we het land ongehinderd binnen? Kunnen we drie weken later weer vrij vertrekken? Niet dat we kwaad in de zin hebben, absoluut niet, maar met nerveuze, gewapende machthebbers weet je het nooit. We hebben cadeautjes bij ons, voor de jarige uiteraard, voor alle neefjes en nichtjes, en een puzzel meegegeven door een ver familielid voor het zoontje van een ver familielid.
De heenreis verloopt zonder hindernissen. We komen veilig aan. Hoe gaat het met iedereen in deze benarde tijden? Er is iets veranderd. Vroeger sprak men vrij en blij. Nu gaat elk gesprek alras over in gefluister. En nee, kom liever in de voorzaal zitten, niet op het balkon.
Dan komen de verhalen. Weet je bij wie ze nu weer thuis zijn geweest? Bij die voorganger. Hij is gewaarschuwd. Het zou beter voor hem zijn als hij zijn mond hield. Oh, en je weet wel, die probeert nu ook weg te komen, via de Franse kant.
De volgende dag gaan we inkopen doen, richting markt. Wanneer we terugkomen, roept oudste dochter ons in de slaapkamer. Kijk eens wat ik heb gevonden. Ze laat ons een stapeltje kranten zien. We schrikken, de kranten zijn afkomstig van een Surinaamse organisatie in Nederland die zich na de moorden van december 1982 heeft afgekeerd van de ‘revolutionaire beweging’.
Waar heeft dochter die papieren gevonden?
Het volledig artikel lezen? Dit staat in het december-januari nummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk dan op www.parbode.com/abonneren





