Nederlandse douane bestempelt Suriname als een mogelijk bron- of transitland
Na een slepend proces van in totaal achttien zittingen veroordeelde kantonrechter Maureen Dayala negen verdachten tot 5,5 en 6 jaar cel voor het smokkelen van haast zeshonderd kilo cocaïne naar Nederland. Drugssmokkel vanuit Suriname naar Nederland is een structureel probleem. Beide landen werken samen om de smokkel tegen te gaan.
Door Nathanaël Reesink
De in totaal 593 kilo cocaïne werd ontdekt onder de cockpit van een SLM-toestel op 6 maart 2024 voorafgaand aan een geplande vlucht van Paramaribo naar Amsterdam. De drugs waren verpakt in zeventien dozen en lagen verstopt in de technische ruimte onder de cockpit. Wegens een technische storing vlak voor vertrek, controleerde de crew het vliegtuig op ongeregeldheden en stuitte per toeval op de illegale lading, zo verklaarde de persrechter Robert Praag. Wat volgde was een lang onderzoek naar de betrokkenen en de herkomst van de drugs.
Op basis van camerabeelden en getuigenissen werden uiteindelijk negen verdachten in kaart gebracht. Zeven van hen waren werkzaam als postkoeriers bij postbedrijf pico, een was beveiliger van de Johan Adolf Pengel Luchthaven en een was een medewerker van het team Bestrijding Internationale Drugssmokkel (BID).
Structureel probleem
Drugssmokkel tussen Suriname en Nederland is een structureel probleem. De Nederlandse douane bestempelt Suriname als een mogelijk bron- of transitland, zo vertelt persvoorlichter Oscar van Elferen aan Parbode. ‘Bij dat hogere risico hoort een verscherpt toezicht. We controleren binnenkomende vluchten dus vaker. We doen vangsten bij passagiers en in de luchtvracht.’
In 2024 haalde de Nederlandse douane dan ook de banden met de Surinaamse grenspolitie aan, om de detectie van drugssmokkel te bevorderen. Ruim een week voor de vondst in het SLM-toestel spraken toenmalig staatssecretaris van financiën in Nederland Aukje de Vries en de Surinaamse minister van financiën Stanley Raghoebarsing af nauwer samen te werken. Nog datzelfde jaar tekenden Suriname en Nederland gezamenlijk een Memorandum of Understanding (MoU) waarin de afspraken in detail zijn vastgelegd. De MoU voorziet onder meer in de vergemakkelijking van het uitwisselen van data tussen de douane in beide landen.
Daarnaast ondersteunt Nederland de beveiliging van Surinaamse (lucht)havens. Leden van het BID, zoals een van de verdachten, worden doorgaans getraind in samenwerking met Nederland. Twee keer per jaar vinden gezamenlijke trainingen plaats en Nederlandse drugshonden worden ingezet op Surinaamse grond.
De 593 kilo cocaïne uit het SLM-toestel lijkt wel uitzonderlijk veel te zijn voor een enkele lading. Deze lading was al meer dan de totale hoeveelheid drugs dat het jaar ervoor – 2023 – uit Suriname was onderschept. In totaal vond de douane dat jaar bijna 60.000 kilo aan cocaïne, waarvan het Surinaamse aandeel dus maar een fractie is, zo blijkt uit de jaarlijks vrijgegeven drugsmonitor van de Nederlandse douane. In 2022 was het totaal weliswaar minder met ongeveer 57.000 kilo cocaïne, maar was het Surinaamse onderdeel juist groter. Uit Suriname werd dat jaar 1187 kilo onderschept, dubbel zoveel als in 2023.
Het is moeilijk te zeggen of die daling te danken is aan een daadwerkelijke daling aan smokkel, of dat drugssmokkelaars beter worden in het omzeilen van controles. De Nederlandse douane meldde dat in 2024 de hoeveelheid drugs in volume weliswaar gedaald was, maar dat het aantal vondsten juist gestegen was, wat erop duidt dat criminelen minder risico nemen door de drugs te spreiden over kleinere vrachten.
Voor 2024 en 2025 kan de douane geen statistieken vrijgeven die specifiek inzicht geven in de hoeveelheid drugs onderschept vanuit Suriname.
Zes jaar cel
De rechtszaak telde in totaal achttien zittingen verspreid over twee jaar. Ondanks verschillende pogingen van de verdediging om de verdachten vrij te pleiten van schuld, werden alle verdachten uiteindelijk schuldig bevonden aan de tenlastegelegde beschuldigingen. Op basis van camerabeelden oordeelde de rechter dat de verdachten handelingen buiten de reguliere procedures om verrichten. Ook argumenten vanuit de verdediging dat sommige verdachten in het geheel een kleinere rol zouden hebben gespeeld dan anderen, sloeg de rechter in de wind. Alle verdachten waren een belangrijke schakel, zonder wie de operatie niet had kunnen plaats vinden, stelde de rechter, ‘voor medepleging is gelijkwaardigheid van rollen irrelevant.’
Bijna alle verdachten werden daarom uiteindelijk veroordeeld tot zes jaar cel en een boete van 50.000 SRD. Mochten verdachten niet in staat zijn de geldsom te voldoen, dan geldt een vervangende hechtenis van nog eens zes maanden. Twee verdachten kregen een lagere straf van 5,5 jaar cel. Dit omdat zij zich coöperatief op hadden gesteld tijdens het onderzoek, zo vertelde de persrechter.





