OAS-topman Albert Ramdin: “veel uitdagingen in de regio”
Ex-minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, Internationale Business en Internationale Samenwerking (Bibis) is per 26 mei in Washington DC om invulling te geven aan zijn functie als secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Minister Krishnakoemarie Mathoera van Defensie zal waarnemen tot de overdracht aan de nieuwe minister, dus tot uiterlijk 16 juli. De nieuwe OAS-topman vertelt Parbode over zijn plannen en wat hij hoopt te bereiken in zijn nieuwe functie. In principe moest hij sinds 10 maart in Washington DC zijn, ter voorbereiding op zijn nieuwe functie. “Vanwege de verkiezingen in ons land en de werkzaamheden die ik moest doen kon dat niet, maar ik ben wel een paar keer gegaan. De vorige secretaris-generaal is op 26 mei vertrokken”, vertelt Ramdin.
Door: Valerie Fris
Crisis en grenskwesties
Een van de eerste zaken die Ramdin gaat oppakken is de veiligheidscrisis op Haïti. “De situatie is zorgwekkend en andere landen hebben vanuit humanitair perspectief al enkele voorstellen gedaan. We willen een oplossing vinden voor de Haïtiaanse burgers die al zolang in een moeilijke situatie leven”, zegt de voormalige minister meelevend. Maar ook de grenskwesties tussen Guyana en Venezuela en onze eigen grenskwestie met Guyana staan hoog op de agenda van Ramdin.
“Er zijn veel uitdagingen in de regio en daarom zijn er veel bilaterale gesprekken gevoerd over de grenskwesties tussen Suriname en Guyana. Wij vinden dat Tigri van ons is, de Guyanezen hebben een andere mening. Laten de experts alles op een rijtje zetten en ons van goed advies dienen”, stelt Ramdin. Hij geeft aan dat de gesprekken wat vertraging hebben opgelopen vanwege de verkiezingen in zowel Suriname als in Guyana.
Ramdin vindt dat de buurlanden Suriname en Guyana als vrienden moeten leven omdat niemand gebaat zou zijn bij een eventuele escalatie. Hijzelf moet ook rekening houden met de Surinaamse bedrijven die in Guyana zijn gevestigd. De grenskwestie tussen Guyana en Venezuela noemt Ramdin zorgwekkend. “We willen niet dat een conflict gaat escaleren door welke situatie dan ook, bijvoorbeeld vanwege militaire aanwezigheid in de grensgebieden. Je hoeft maar een klein incident te hebben en het escaleert naar een groot conflict.”
Bijdrage Surinamers
De OAS-topman zegt dat het beleid van de OAS voorschrijft dat niet veel medewerkers vanuit het land van oorsprong kunnen meekomen, in dit geval Suriname. Ramdin neemt daarom alvast een Surinamer mee, Xaviera Jessurun. Over de kritiek dat de ‘Stem Slim Campagne’ promotor tijdens de vorige verkiezingen in 2020 wordt beloond voor de campagne, ligt Ramdin niet wakker. Hij kan één vertrouwenspersoon meenemen, anderen moeten via een sollicitatieproces binnenkomen. “Mevrouw Jessurun doet een goede job in het OAS-team, ze heeft de capaciteiten en werkt hard”, prijst de voormalige minister haar. “Iedereen moet een kans krijgen om een bijdrage te leveren. Maar als personen capaciteiten hebben dan moeten ze niet gestraft worden om hun bijdrage te leveren.”
Ramdin vindt dat er in ons land veel kritiek is en dat dit vaak heel persoonlijk wordt, terwijl mensen de kans moeten krijgen om zich te profileren. Als boodschap aan de Surinaamse gemeenschap geeft Ramdin mee dat hij hoopt dat het gevoerde beleid van het demissionair kabinet Santokhi, zal worden voortgezet. “Elke Surinamer verwacht vrede, veiligheid, een kans om een goed inkomen te verdienen en een kans op betere gezondheidszorg. Daar moeten we het voor doen”.






