Op bezoek in Guyana: veel armoede ondanks nieuwe rijkdom
Guyana was ooit het land waar je als Surinamer naar toe ging om goedkoop in het buitenland te zijn. De rest van de wereld kende Guyana slechts als de achterhoek waar in 1978 de Amerikaanse sekteleider James (Jim) Jones 909 volgelingen overtuigde om een beker cyanide te drinken, en waar in de zestiger jaren etnische spanningen uitmonden in dodelijk geweld tussen Hindostanen en creolen. Er heerste bittere armoede, waarschijnlijk erger dan wij in Suriname ooit gekend hebben. Maar nu zijn daar olie en gas, dus leven de Guyanezen lang en gelukkig. Of niet?
Door Irwin Wist
In 1971 kwam ik voor het eerst in Guyana. Ik mocht een weekje middelbare school overslaan zodat ik als sprinter voor ons land kon uitkomen op de Inter-Guyanese Spelen. De contrasten met Suriname waren groot: prachtige, brede wegen en een schone stad met keurig gemaaide bermen (althans, in het stukje Georgetown waar ik de toerist uithing). De auto’s leken wel uit het jaar nul te komen en deden hun best om niet uit elkaar te vallen.
Ik deed aan windowshoppen bij Booker’s en Fogarty’s, want ik kon me niet veel meer veroorloven dan een peanut punch, en keek mijn ogen uit op de seawall of genoot van het uitzicht over de oceaan vanaf de hoogste verdieping van het Pegasus Hotel. Pure nostalgie.
Guyana was anno 1971 geen rijk land, maar de armoede spatte er niet van af. Het land bevond zich toen al, nauwelijks zichtbaar voor de kortstondige bezoeker, in een neerwaartse spiraal. De nationalisaties door premier Forbes Burnham brachten niet de verwachte rijkdom, buitenlandse investeerders pakten hun biezen, en toen ik er met mijn eerste serieuze vriendinnetje weer op bezoek was, zat de economie hopeloos klem.
Burnham probeerde wat tegengas te geven door op te roepen tot buy local, eat local, zelf te ondernemen en de eigen productie op te voeren, wat onder meer leidde tot de grote hompen Guyanese kaas die mij met trots werden opgedrongen door mijn trainingsmaatje John: ‘Home made bai, eat, eat!’
Chop your rass
Rond 1976, toen ik mijn pas ontdekte Guyanese familie bezocht, bleek er geen houden meer aan. Bij elk volgend bezoek werd de situatie een tandje erger, met veelvuldige elektriciteit black-outs, mensen die de afwas en meer deden in slootjes en een rap toenemende criminaliteit.
“You be careful out there going about asking your questions before them chop your rass up”, had mijn Guyanese zusje gewaarschuwd toen ik in maart 2025 aankondigde dat ik opnieuw naar Guyana ging. En ook de vrouw bij de balie van Le Grand Hotel Penthouse, waar ik net als in de zeventiger jaren een nachtje wilde crashen, waarschuwt om met zo min mogelijk cash de straat op te gaan. “Dit is een populaire buurt, zal ik maar zeggen”, legt zij uit. Een populaire buurt inderdaad. Er wordt tot in de kleine uurtjes gechild met de autoradio op volume 1000, dus vlucht ik de volgende dag naar een Bed and Breakfast in een buitenwijk.
Nog steeds, ondanks het astronomisch gestegen bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking (van 6.500 Guyanese dollar in 2019 naar 30.650 Guyanese dollar tegen het eind van 2025, volgens de voorspelling van het IMF), geldt de Guyanese bevolking als een van de armste ter wereld. En dat, terwijl zij in december 2025 het 25e rijkste land zou kunnen zijn vanwege de enorme olie-ontwikkeling op zee. Op de 2024 Multidimensional Poverty Index Report staat Guyana op plek 95 van de 193 gemeten landen. Weliswaar nog altijd beter dan plek 124, waar Suriname staat.
De armoede springt mij in het gezicht tijdens de ruim drie uur durende rit van Springlands, een Guyanees dorp aan de Corantijnrivier, naar Georgetown. De wijk Springlands was vroeger het vertrekpunt van de veerboot naar Suriname. De voormalige officiële route is nu illegaal. Of was, want in oktober 2022 bepaalde president Santokhi out of the blue dat de zogenoemde backtrack voortaan legaal is, overigens zonder dat daar enige wetgeving aan ten grondslag ligt, maar een kniesoor die daarop let. Het bespaart ons een dure taxirit, want de backtrack ligt relatief dicht bij het stadscentrum van Nieuw Nickerie. Dit in tegenstelling tot South Drain, waar je op de Canawaima ferry naar Guyana kan stappen, dat bijna 40 kilometer van Nieuw-Nickerie ligt.
Verdeel en heers
Guyana is etnisch sterk verdeeld en is nog ver van een bromki dyari-politiek. Er wonen voornamelijk Hindostanen en creolen, en dat is terug te zien in de politiek. De belangrijkste politieke partijen zijn de People’s Progressive Party/Civic (PPP/C) die wordt ondersteund door voornamelijk Hindostanen, en de Partnership for National Unity (PNU) + Alliance For Change (APNU+AFC) die voornamelijk een creoolse achterban heeft.
De economische vooruitgang van Guyana wordt al heel lang vertraagd door etnische verdeeldheid. De grootste etnische groepen, de Hindostanen en creolen, werden door de destijds bezettende Britse macht bewust uit elkaar gehouden, en vanaf de onafhankelijkheid houden politieke leiders die segregatie in stand. Vanaf de jaren 50 vlogen beide groepen elkaar regelmatig in de haren. Rassenrellen in de eerste helft van de zestiger jaren namen honderden levens. De geur van olie leidde er bij de verkiezing van 2020 toe dat de APNU/AFC maandenlang weigerde haar verlies toe te geven.
‘De olierijkdom werd een Hindostaans feestje’
Vervolgens gebeurde waar de alliantie voor had gevreesd: de olierijkdom werd in de lokale perceptie ‘een Hindostaans feestje’, waardoor de etnische spanningen – hoewel nooit weggeweest – langzaam maar zeker nog meer toenamen. Raar, want zowel Hindostanen als creolen worden weggehouden van het grote geld: dat wordt verdeeld onder familie en vrienden, schrijven Guyanese media.
2 van 25 procent
Guyana verdient vanaf 2022 één tot twee miljard US-dollar uit de nieuwe offshore olie-industrie, die in 2019 operationeel werd onder leiding van Amerikaanse maatschappijen ExxonMobil en Hess Corporation, in samenwerking met het Chinese oliebedrijf CNOOC. In 2024 ontving de Guyanese staat nog 2,57 miljard US-dollar aan olie-inkomsten, schreef de gezaghebbende oliewebsite Oil Now in januari 2025. Die inkomsten zijn afkomstig uit de twee procent royalty en vijftig procent winstaandeel. ‘Een fooi’, foetert Glenn Lall, uitgever van het dagblad Kaieteur News, in zijn populaire podcasts.
Op enorme billboards verspreid door het land, valt te lezen dat Guyana ‘52 procent (ontvangt) van alle winsten uit het Stabroek Blok’. Maar dat is pure propaganda van ExxonMobil. De ‘50 + 2 procent’ wordt immers niet uitgekeerd over alle verdiensten, maar over slechts 25 procent van de omzet. In 2023 bleek ook nog dat Exxon een totaal van bijna 290 miljoen US-dollar van de Guyanese olie-inkomsten had afgetrokken voor ontmantelingsactiviteiten die gepland zijn voor 2039. Ontmantelingsactiviteiten zijn het opruimen en herstellen na afloop van een olieproject, zoals het veilig afdichten van putten, verwijdering van het boorschip en andere ‘schoonmaakwerkzaamheden’.
‘In 2024 ontving Guyana 2,57 miljard US-dollar aan olie-inkomsten’
‘Een gelegaliseerde vorm van straatroof’, zo omschrijft Lall het contract tussen ExxonMobil en Guyana. Exxon, Hess en CNOOC betalen immers geen belastingen aan Guyana. Ook weigert de Guyanese regering te onthullen wie de eigenaren zijn van de olierijke zeeblokken Canjeblok en Kaieteurblok, die door de buitenlandse consortia worden geëxploiteerd. Volgens verschillende bronnen zouden deze blokken in het diepste geheim zijn toegewezen aan ‘vage entiteiten’ door
Robert Persaud, voormalig Foreign Secretary van Guyana, kort voordat zijn partij in 2020 de verkiezingen verloor. Vervolgens verwierf ExxonMobil razendsnel de exploitatierechten voor deze twee blokken, schrijft Oil & Gas Governance Network (OGGN), een non-profit organisatie geregistreerd in de Verenigde Staten. Door deze schimmige deals liep de Guyanese samenleving miljarden Amerikaanse dollars mis, constateert OGGN. Persaud beweert dat hij de personen aan wie hij de blokken verkocht, nooit heeft ontmoet. “Alle communicatie verliep via de advocaten”, zegt hij tegenover Guyanese media. En helaas is hij ook hun namen vergeten en kan hij zich ‘niet herinneren’ waar hun kantoren staan. Onderzoek door een anticorruptie-instantie, de State Assets Recovery Agency (SARA) bleek onmogelijk, want de organisatie werd ontbonden en directeur Clive Thomas, die de opdracht had gekregen om de Canje-deal te onderzoeken, werd ontslagen. Als reden werd opgegeven dat SARA in vijf jaar niets had bereikt, maar bijna een miljard aan salarissen, huur- en bedrijfskosten had opgeslokt. Ook Donald Ramotar, voormalig president van Guyana, werd hard aangepakt door de pers voor zijn vermoedelijke rol in het schandaal. Ramotar won een rechtszaak tegen Kaieteur News. Hoe onpartijdig die beslissing was, is nog maar de vraag. Tijdens een bezoek aan Guyana ontdekte de misdaadwebsite Insight Crime dat ‘gerechtelijke lichamen betrokken zijn bij corrupte activiteiten’.
Geur van corruptie
Er hangt een scherpe geur van grootschalige, grensoverschrijdende corruptie aan de Guyanese oliedeal. Lall is de luis die zich heeft vastgebeten in de pels van het kabinet van president Irfaan Ali. Met grote regelmaat bespreekt hij zaken als de vernietiging van de mariene sector, de teloorgang van de agrarische sector, de wegen die worden kapotgereden door het zware verkeer van de olie-industrie, maar vooral de in zijn ogen belachelijke deal met ExxonMobil. Dat wordt hem niet in dank afgenomen. Op 31 oktober 2024 uitte het International Press Institute (IPI) grote bezorgdheid over een opgenomen telefoongesprek. Daarin leek een persoon die werd geïdentificeerd als de procureur-generaal van Guyana, te suggereren dat medewerkers van Kaieteur News dodelijk represailles riskeerden als de krant doorging met zijn kritische berichtgeving. Kaieteur publiceerde de opname en een transcript van het telefoongesprek. Ook andere Guyanese media bevestigen dat zijn stem in de opname te horen is. Anil Nandlall, procureur-generaal én minister van Juridische Zaken in Guyana, heeft het gesprek niet ontkend.
Op een televisiereportage is te zien hoe president Ali geld uitdeelt aan de bevolking en op Internationale Vrouwendag dit jaar introduceerde hij een eenmalige uitkering van 100.000 GYD, bijna het minimummaandloon, voor elk nieuwgeboren kind in 2025. De Guyanese Thelma, die ik toevallig ontmoet bij de toonbank van Cummings Drugstore, zet de zaken in perspectief. “Je ziet dat de president strooit met toelagen”, legt zij uit: “Die Newborn Cash Grant van laatst is leuk, maar als iedereen een normaal salaris verdiende, zou die grant niet nodig zijn. Aan die toelagen kun je zien dat het niet goed gaat met de gewone mensen”, stelt zij.
De oliekoorts zorgde voor een sterke toename van buitenlanders die niet op een dollar hoeven te letten. De hospitality sector reageerde daarop door de prijzen voor hotelkamers op te blazen tot belachelijke proporties. Het water uit de kraan is tegenwoordig roestbruin, wat een hossel oplevert voor mobiele waterverkopers. Paard-en-wagen zijn in de hoofdstad een normaal transportmiddel. En: je moet heel goed op je duiten passen. Waar je bijvoorbeeld de ene keer 5000 GYD betaalt voor een gedeelde taxirit van bijna vier uur, ben je een volgende keer 15.000 kwijt aan een tripje van een half uur, of 2000 waar locals hooguit 600 GYD betalen.
Beter geregeld?
“Bij jullie is het allemaal veel beter geregeld”, oreert mijn creoolse taxichauffeur Elvis Walthman opgewonden achter het stuur van zijn Toyota Axio, wanneer hij mij rijdt naar de Cheddi Jagan International Airport. “Jullie mogen aandelen kopen in de olieproductie, wij worden afgescheept met een fooi!”
Een liter loodvrij kost in Guyana omgerekend iets meer dan een Amerikaanse dollar. “Is benzine goedkoper geworden, nu jullie zwemmen in de olie?”, vraag ik aan Walthman. Hij staart met bedrukt gezicht naar de meter van de benzinepomp. “Wij merken helemaal niets van die olie”, verzucht hij. “De armoede is alleen maar erger geworden. De enigen die er beter van werden, zijn de mensen rondom de regering. Ze kijken alleen om naar mensen met een Indiase achtergrond.”
‘De armoede is alleen maar erger geworden’
“Maar er worden toch overal nieuwe wegen gebouwd?” probeer ik voorzichtig. “Man, don’t get me started”, reageert hij, bijna gepikeerd. “Er komen alleen nieuwe wegen in wijken waar overwegend Indian people wonen. En die nieuwe snelwegen zijn nu al allemaal kapot.”
Kapotte wegen en continu stijgende prijzen – wat klinkt dat bekend, denk ik. Het minimumloon in Guyana is iets minder dan omgerekend 450 US-dollar, meldt het Bureau of Statistics. “Maar burgers kunnen weinig met dit salaris en hebben daarom meerdere inkomstenbronnen nodig”, vertelt Walthman. Daar kom ik direct mee in aanraking bij mijn aankomst op de Cheddi Jagan Airport, waar ze de memo nog niet hadden ontvangen dat by order of President Santokhi de backtrack-oversteek was ‘gelegaliseerd’. De dienstdoende grensbewaker op de luchthaven schermt vanwege onze backtrack-entree met onheil voorspellende woorden als ‘illegal’ en ‘big problem’. De jonge, cocky grensambtenaar probeert al fluisterend uit te leggen dat hij wel een oplossing weet, maar omdat ik stug blijf doen alsof ik hem niet begrijp en een leidinggevende hem bij herhaling nadrukkelijk maant mij met rust te laten, kom ik er formeel niet achter dat iemand probeerde zijn salaris aan te vullen.
‘100.000 Guyanese dollar voor elk pasgeboren kind’
Het kabinet-Ali doet, in aanloop naar de parlementsverkiezingen die naar verwachting in november 2025 worden gehouden, haar uiterste best de samenleving financieel te animeren. Naast de subsidie voor pasgeborenen gaat er ook geld naar jongeren zodra zij oud genoeg zijn om te mogen stemmen. Aan de universiteit van Guyana hoeft geen collegegeld meer betaald te worden en studenten krijgen beurzen aangeboden via het Guyana Online Academy of Learning-programma, naast tal van andere maatregelen gericht op gezondheid, landbouw, huisvesting en verschillende andere sectoren. De belastingen voor werkende ouders met kinderen werd aangepast, alsook voor personen die meer dan één baan hebben. Daarnaast zijn de belastingvrije grens, het ouderdomspensioen en de beschikbare sociale hulp opgetrokken. Maar de gemiddelde Guyanees is er niet van onder de indruk. “Dat doen ze alleen maar omdat er straks verkiezingen zijn”, moppert mijn Guyanees zusje: “They Guyanese they are not benefitting from nothing, they rich stays richer the poor stays poorer”.
| Bevolking van Guyana naar etniciteit | |
| Indiaas-Guyanees | 39,8% |
| Afro-Guyanees | 29,2% |
| Gemengd | 19,9% |
| Inheems | 10,5% |
| Overig | 0,5% |
| Bron: Bureau of Statistics Guyana | |





