Parbode Xtra: Dierenexport maakt een boom in 2023
De export van dieren uit Suriname neemt toe in populariteit. Afgelopen december heeft het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) de 11e Milieustatistieken Publicatie uitgebracht, waaruit blijkt dat de export van dieren uit Suriname in 2023 is verdubbeld ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat om amfibieën, zoogdieren, vogels en reptielen. De laatste twee categorieën zijn enorm populair bij exporteurs.
Door Raoul Roeplal
Het ABS heeft de cijfers gepubliceerd van geëxporteerde dieren met een zogenoemde CITES-exportvergunning, die wordt uitgegeven om te voldoen aan de Conventie voor Internationale Handel in Bedreigde Levensvormen, wilde fauna en flora. Het voortbestaan van wilde dieren en planten mag volgens deze conventie niet worden bedreigd door de internationale handel, die alleen mogelijk is met een dergelijke vergunning.
In 2023 werden ruim 45.837 dieren uit de bovengenoemde categorieën geëxporteerd; dat is 200% meer dan een jaar daarvoor, toen het aantal nog 22.860 was. In 2021 waren het 25.688 dieren en in 2020 en 2019 was het aantal geëxporteerde dieren respectievelijk 27.059 en 24.568.
Van alle dieren is de stijging het grootst bij de 114 geregistreerde vogelsoorten. De export bleef in 2019 en 2020 stabiel op ruim 6.500, steeg lichtjes in 2021 naar iets boven de 8.000 en daalde weer naar 5.717 in 2022. In 2023 steeg het aantal echter naar 24.730 geëxporteerde vogels. Vrijwel alle soorten vertoonden een stijging, maar de uitschieters zijn Phalacrocorax olivaceus (duikelaar), van 0 naar 1.042, de Forpus passerinus (Okro Prakiki), van 149 in 2022 naar 3.164 een jaar later, en Amazona amazonica (Kule-kule), die ging van 589 in 2022 naar 2.790 in 2023.
Bij de amfibieën is de export juist gedaald. Terwijl in 2019 nog een totaal van 13.992 werd geëxporteerd voor alle 11 soorten, is dit gedaald naar 5.067 in 2023. Ook de zoogdieren hebben geen enorme stijgingen gezien, maar de aantallen zijn wel toegenomen. Van de 13 geregistreerde soorten zijn het de Agouti Paca (haas), de Saimiri sciureus (monki-monki) en de Hydrochaeris hydrochaeris (Kapoewa) die hogere exportcijfers hebben. Het totaal was 20 in 2022 en 1.777 in 2023.
Bij de 27 soorten reptielen zijn het vooral de hagedissen die grote sprongen omhoog maakten. Zo ging de Polychrus Marmurata van 355 in 2022 naar 1.300 in 2023. Van de Plica Plica (Agama) werden er 1.680 geëxporteerd, terwijl dat in 2022 nog 0 was. Het totaal aantal geëxporteerde reptielen steeg van 4.109 in 2022 naar 14.263 in 2023.
Het ABS maakt ook een onderscheid tussen in het wild gevangen dieren. Daar is er wél een daling te merken van 11% in de periode 2019-2023. Het betreft schildpadden, overige reptielen, apen, andere primaten, honden, katten, zoogdieren, ara’s, andere vogels en bijen. In 2019 was het aantal nog 18.335 en daalde het naar 16.313 in 2023.
Is de export van wilde dieren lucratief voor handelaren? Dat moet beoordeeld worden aan de hand van de waarde die het vertegenwoordigt. De export van 18.335 dieren in 2019 leverde zo’n USD 1,3 miljoen op. In 2023 was de waarde USD 724.000.
Aangezien de data van het ABS alleen de exporten betreft met een CITES-vergunning, kan er gevoeglijk vanuit worden gegaan dat dit de legale handel betreft; van de illegale handel zijn namelijk geen (geschatte) cijfers genoemd. Het is maar de vraag hoeveel dieren onze landgrenzen illegaal verlaten.





