Peilingen verkiezingen zorgen voor veel discussie: wie heeft gelijk?
De peilingen van de aankomende verkiezingsuitslag zorgen voor veel gespreksstof. Wie ligt voor? Welke partijen maken indruk? Met een nieuw kiesstelsel in het spel rijst de vraag: hoe betrouwbaar zijn die cijfers eigenlijk, en wat zeggen ze écht over wat ons te wachten staat? Dwars door de peilingen is er één rode draad merkbaar: er is eenduidigheid over wie de grootste politieke partijen zullen zijn.
Een van de eerste peilingen werd uitgevoerd door Jair Schalkwijk en Ajay Gopalray in de tweede helft van 2024. De enquête werd gehouden in negen van de tien districten en bereikte 1800 respondenten. Volgens de resultaten zou de Nationale Democratische Partij (NDP) met 14 zetels opnieuw de grootste partij worden. De Nationale Partij Suriname (NPS) zou gaan van 3 naar 8 zetels. Alternatief 2020, een samenwerking van A20, Democratie en Ontwikkeling in Eenheid (DOE) en de Partij voor Recht en Ontwikkeling (PRO), zou uitkomen op 2 zetels. De regerende Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) zou volgens de peiling terugvallen naar 7 zetels, de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelings Partij (ABOP) daalt naar 5, terwijl Broederschap en Eenheid in de Politiek (BEP) ook 2 zetels behaalt. De Pertjajah Luhur (PL) blijft op 1 zetel. Opvallend is dat ongeveer 10 zetels nog ‘open liggen’. Deze behoren toe aan kiezers die nog twijfelen. Volgens Schalkwijk – in een interview met SR Herald – komt die groep vooral voort uit teleurstelling: “Het gaat met name om kiezers die in 2020 wel kozen, maar nu onzeker zijn of ze die keuze willen herhalen.”
Een andere peiling werd gedaan door de wetenschapper Vincent Roep. Hij had een andere aanpak: hij maakte een analyse van de politieke voorkeuren, verwachtingen en zorgen van jongvolwassenen over de verkiezingen en de toekomst van Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO’s). Volgens een indicatieve zetelverdeling zou NDP de grootste partij worden met 18 zetels, gevolgd door VHP met 15 en NPS met 9. Een mogelijke NDP-VHP-coalitie geniet de meeste steun onder de respondenten. ABOP en PL volgen op afstand met respectievelijk 5,1% en 4,1% van alle stemmen. BEP en alle andere partijen behalen elk een zeer laag percentage van de stemmen, waarbij BEP 2,0% en alle andere partijen samen 2,0% scoren.
Nog een spraakmakende peiling was die van april dit jaar, van het Nederlandse bureau Viewture en het Surinaamse bureau LC Media. In 2015 hebben zij reeds een peiling weten te doen met ruim 98% accuratesse. Volgens die peiling levert VHP drie zetels in en komt uit op 17 zetels, maar blijft daarmee de grootste partij in politiek Suriname. NDP blijft de tweede grootste politieke partij en komt uit op 14 zetels. Ook NDP verliest niet echt aanhang, maar levert twee zetels in ten opzichte van de verkiezingen van 2020. NPS is de partij die de grootste groei doormaakt en stijgt van drie zetels in 2020 naar tien zetels in 2025. Zij is daarmee de derde grootste partij geworden. ABOP valt terug en houdt van de acht zetels nu nog vier zetels over in 2025. PL en A20 behalen beide 4% van de stemmen en houden daar elk twee zetels aan over. Dat betekent dat A20, die in 2020 nog geen zetel behaalde, nu wel vertegenwoordigd is. BEP, die 3% van de stemmen behaalt, behoudt de twee zetels die zij momenteel ook heeft. Geen van de overige partijen of combinaties behaalt verder een zetel. Voor alle partijen die een zetel behalen geldt een marge van plus of min één zetel.
En dan hebben politieke partijen hun eigen logica als het om peilingen gaat. Zo vindt de VHP-voorzitter Chandrikapersad Santokhi, tevens president, dat het voor zijn partij haalbaar is om meer dan 20 zetels te bemachtigen. Hij gaat ervanuit dat de VHP sterk stond in districten waar de kiesdeler voorheen erg hoog was: de zogenaamde ‘dure zetel’. Zo moest in Wanica meer dan 10.000 stemmen behaald worden voor een zetel. Nu zijn slechts 5.344 stemmen nodig. VHP had er zes in Wanica, waardoor – zo redeneert Santokhi – als de partij terugvalt vanwege impopulariteit, het mogelijk nog steeds de zetels weet te trekken uit dat district. Dit principe vormt het uitgangspunt van zijn berekening in alle districten waar de zetels voorheen ‘duur’ waren.
Alle drie de peilingen tonen dezelfde top drie: NDP, VHP en NPS. Over hun precieze volgorde en aantal zetels verschillen de meningen. Wat moeilijker te peilen is, is welke partij de president zal voordragen, wie met wie zal samenwerken en wie de oppositiebanken warm zal moeten houden tot de volgende verkiezingen. Dat zal moeten blijken bij de enige peiling die écht telt en plaatsvindt op 25 mei – in het stemhokje.





