Rakesh Kanhai doet wat terug voor zijn geboorteland: “Ik kan één euro als tien laten werken”
Rakesh Kanhai gaat vanaf zijn 17e regelmatig naar het land waar zijn ouders zijn geboren, maar zag Suriname lange tijd alleen als vakantieland. Nu doet hij zoals meer diaspora in Nederland wat terug. “Dankzij de investering van mijn ouders kan ik Suriname helpen.”
Tekst Jamila Meischke | Beeld Magda Augusteijn en collectie Kanhai
Hij weet nog precies hoe het was. De eerste keer in Suriname. Zes of zeven was hij. Hoe het broodje met Surinaamse pindakaas smaakte toen hij het in de thee doopte. De geur van een tropische regenbui. De succesvolle dj en cultureel ondernemer kwam later vaak terug naar Suriname, maar vooral om te feesten. “Als ik terugkijk, was ik per ongeluk neo-koloniaal”, vertelt hij. “Ik kwam gewoon vakantie vieren en klagen over de service. Ik had helemaal geen historisch besef. Maar toen wist ik nog niet wat er met mijn voorouders is gebeurd.”

Rakesh Kanhai. Copyright Magda Augusteijn
Inmiddels werkt hij aan projecten in Suriname die traditioneel talent een podium willen bieden, met als doel het bevorderen van culturele onafhankelijkheid en ontwikkeling. Zo zette hij Studio Sipaliwini op, genoemd naar het district in het binnenland van Suriname, waar vooral kawina muziek wordt opgenomen.
Met zijn vrouw Tiffany Hiralal verlegde hij zijn focus verder naar landbouw, vanwege hun Surinaamse shared dining restaurant Papa Aswa in Amsterdam. Ze kochten een stuk grond in het Surinaamse district Saramacca, waar zijn moeder is geboren, met als doel er een voedselbos van te maken. Dat is een duurzame en natuurlijke manier om voedsel te verbouwen.
Iets terugdoen
Kanhai is niet de enige die iets wil terugdoen voor en in Suriname. In Nederland wonen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek naar schatting 360.000 mensen van Surinaamse afkomst van de eerste en tweede generatie. Voormalig president Santokhi riep na zijn aantreden in 2020 tijdens een werkbezoek Nederlanders met een Surinaamse achtergrond op te helpen bij het opbouwen van het land. Diaspora-organisaties reageerden daar toentertijd overwegend positief op. Een actie van comedian en presentator Jörgen Raymann bracht in juli 2020 ruim 1 miljoen euro op voor medische apparatuur, beschermmaterialen en ic-bedden tijdens de coronacrisis.
Dure vluchten en visa bemoeilijken een makkelijke uitwisseling tussen Suriname en Nederland. Nederland wil met de nieuwe Surinaamse regering de huidige goede relatie voortzetten. Sinds het vertrek van Desi Bouterse en de komst van president Chandrikapersad Santokhi in 2020 zijn de politieke banden tussen Nederland en Suriname wel flink verbeterd. Steeds meer partijen pleiten voor visumvrij reizen. Nederland ondersteunt dat streven en blijft Suriname daarbij helpen, zei de Nederlandse demissionair minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp in juni in de Tweede Kamer.
‘Suriname is corrupt opgevoed’
De uiteindelijke beslissing ligt bij de Europese Commissie. Wel wil Veldkamp kijken of visa sneller kunnen worden afgegeven aan Surinamers die vanwege een noodgeval, zoals een uitvaart, naar Nederland moeten reizen. Ook zei hij in gesprek te gaan met KLM over de hoge ticketprijzen.
Kanhai: “Ik weet dat tien euro als één euro kan werken, omdat Suriname corrupt is opgevoed door Nederland. Maar ik kan door mijn bagage als cultuurmaker en mijn ervaring als Surinaamse diaspora-ondernemer ook één euro als tien laten werken. Dat kunnen wij Surinamers.” Hij spreekt ook over het fonds dat bekend is gemaakt tijdens het Herdenkingsjaar Slavernijverleden vorig jaar. Hij benadrukt dat ontwikkelingshulp niet alleen geld is, maar ook het creëren van bewustzijn. In het geval van het fonds gaat het om 100 miljoen euro, dat bestemd is voor initiatieven uit de samenleving. Volgens de woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties komt het geld binnenkort beschikbaar, maar onduidelijk is wanneer precies. Hoeveel aanvragers er zijn, is nog niet bekend.
Culturele roofbouw
Hoe bekostigde Kanhai zijn hulp tot nu toe? Na een oproep op Instagram voor de donatie van muzikale apparatuur, reed hij in zijn kleine Fiat Panda het hele land door om spullen op te halen. “Het werd meer en meer en op een gegeven moment besefte ik: wow, dit kan een opnamestudio worden”, vertelt hij. De ingezamelde materialen werden gratis door Surinam Air Cargo vervoerd naar Suriname en Nelson Tiapoe van resort Knini Paati in het binnenland stelde een boot beschikbaar om de apparatuur naar de plaats van bestemming te brengen. “Het had veel duurder kunnen zijn, maar ik heb veel hulp gehad”, zegt Kanhai.
Tegelijkertijd met het logistieke regelwerk, moest hij toestemming vragen aan de Saramaccaners, de bevolkingsgroep woonachtig in Gunsi, waar de studio staat. Vóór die tijd heeft Kanhai flink geïnvesteerd in een gelijkwaardige relatie met deze marron gemeenschap. Hij wilde waken voor wat hij “culturele roofbouw” noemt. Hij ziet namelijk veel mensen naar het gebied gaan en naar Nederland terugkomen met een album, een theatervoorstelling of een boek. “Of die gaan daar iets geweldig spiritueels ontdekken en beginnen daarna in Nederland een praktijk. De marrons hebben daar geen erg in, maar ik wel”, zegt hij. “Dus ik heb de studio gebouwd en gezegd: ‘Jullie zijn nu een platenlabel’. Als er een persoon uit het buitenland wil samenwerken met jullie, dan kunnen jullie dat in co-creatie en in co-ownership doen. Kanhai had maar één belangrijke voorwaarde en dat is dat de studio toegankelijk is voor alle dorpen langs de rivier in het district. Daarom heet het ook Sipaliwini. “En het is van jullie, dus ik hoef niks”, zei hij tegen de bewoners. “Maar ik ga wel helpen met contractwerk en de juridische kant.”
Hij haalt een USB-stick uit zijn gebloemde jas. Een muziekproject kost al gauw een aantal gigabyte, dat kun je niet met een telefoonverbinding uploaden. Dus stuurt hij telkens iemand naar de studio, ver de Surinaamse binnenlanden in. De USB-stick staat vol met muziekbestanden die hij in Nederland wil laten produceren. Het streven is dat er binnen drie jaar “Spotify-waardige” muziek uitkomt.
Dankbaar
Kanhai komt uit een gezin van vijf kinderen. Zijn alleenstaande moeder leerde hem trots te zijn op het land van zijn ouders. Haar familie zette de eerste tropische winkel op in Nederland. Niemand mocht iets negatiefs zeggen over het land, vertelt hij. Ze heeft zich jarenlang ingezet voor de Surinaamse gemeenschap. Op radiostation Caribbean FM had ze een muziekprogramma genaamd Inner Care. “Dat ging over zelfliefde, nog voordat het hip was”, zegt hij lachend. “Ook heeft ze zich jarenlang ingezet als homeopathisch arts. Zo maakte ze capsules van sopropo, omdat die werkt als natuurlijke insuline.”
Hij vertelt hoe hij opgroeide “in relatieve armoede” in Amsterdam-Zuidoost. Zijn vriendjes waren van verschillende afkomst: Afro-Surinaams, Angolees, Iraans en Hindostaans. “Ik merkte wel dat Hindostanen niet echt mengden met andere groepen. Dat kan ook een nasleep van koloniaal denken zijn”, zegt hij doelend op de verdeel-en-heerstechniek van de Nederlandse kolonisator. “Ik probeerde juist actief te mengen met iedereen.”
Veel wist hij op de middelbare school nog niet van het koloniale verleden van zijn voorouders. Zijn moeder had die kennis niet. Later ging hij dat onderzoeken en kwam hij erachter dat zijn moeders familie via India, Guyana en Suriname naar Nederland kwam. “De voormoeder van mijn moeder was een baby op de boot met haar moeder en háár moeder”, zegt hij. In Suriname woonde zijn moeder in Saramacca, ver van de hoofdstad Paramaribo. “Daardoor heb je een heel andere band met kolonialisme. Ze waren wel slachtoffer, maar de dader was onzichtbaar”, zegt hij.
“Mijn moeder is in Nederland in rust en veiligheid gaan ontdekken wat voor onrust en onveiligheid haar voorouders hebben meegemaakt. Dat leert ze ook van haar kinderen. Er zijn familieleden van mij, en daar ben ik heel kritisch over, die de Nederlandse staat heel dankbaar zijn dat wij hier wonen. En dat ben ik niet, ik ben mijn voorouders dankbaar dat ik hier woon, maar ik ben de Nederlandse staat voor niks dankbaar.”
‘Onafhankelijkheid is een mindset’
Met het stuk land dat hij heeft gekocht in Suriname wil hij duurzame landbouwpraktijken ontwikkelen in samenwerking met lokale boeren, met speciale aandacht voor de betrokkenheid van vrouwen. “Als je kijkt naar de landbouw in Suriname, doen ze dat zoals in Europa. Dat is heel raar. Waarom doen we dat? Omdat we de kolonisator opvolgen.” Dus leerde hij inheemse landbouwtechnieken en hoopt hij met zijn restaurant Papa Aswa een circulair systeem op te zetten waarbij niets verloren gaat. Dat gaat niet zonder slag of stoot. “Toen ik weer eens pijn aan m’n reet had van die boot en gek werd van die insecten, dacht ik: wat ben ik hier eigenlijk aan het doen? Het antwoord is dat dit mijn spirituele verantwoordelijkheid is”, zegt hij. “Ik ben de investering van mijn voorouders. En zo wil ik ze terugbetalen.” Dekolonisatie is daarin een belangrijk doel, want daarin is volgens hem nog een lange weg te gaan. “Onafhankelijk ben je niet omdat een staat jou dat verklaart. “Onafhankelijkheid is een mindset die je jezelf moet aanleren.”
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van Stichting Stimuleringsfonds Journalistiek Suriname (www.fonds-ssjs.org).






