Recensie: Boni – In het spoor van de Surinaamse vrijheidsstrijder
Tessa Leuwsha introduceert de hoofdpersoon in haar nieuwe boek in de proloog: Boni, ook wel geschreven als Bonni of Bonnie. Hij is rond 1730 geboren, tussen de Cotticarivier in Suriname en de kust van de Atlantische Oceaan, als zoon van een tot slaaf gemaakte vrouw. Vervolgens schetst de schrijfster in 33 korte hoofdstukjes het leven van Boni, een marronverzetsstrijder over wie niet gek veel bekend is. Hoofdstukjes die zich afspelen in Nederland, Suriname en Ghana en een periode bestrijken van 1986 tot 2023. Boni bereikt de gezegende leeftijd van 63 jaar, hij wordt in 1793 vermoord door het opperhoofd van een andere marronstam.
Tessa Leuwsha (1967) leest voor het eerst in 1986 over Boni, op de middelbare school in haar geboortestad Amsterdam, in Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. Het valt haar op dat ook Boni een mulat was: hij met een blanke vader en Afrikaanse moeder, zij met een blanke moeder en Surinaamse vader. Leuwsha besluit een paar decennia later een boek over hem te schrijven, en dan niet het verhaal van de koloniale machthebber, maar de geschiedenis van ‘overleveringen, voorouderlijke ervaringen, mythen en legenden die leven onder Surinaamse Marrons’. Ze vraagt zich af: Wat is de betekenis van Boni voor de Surinaamse identiteit?
Lees verder in het oktober/november editie van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren




