Rozenhout weerspreekt persoonlijk aandelenbelang in Guy-Sure te hebben
Sinds het aantreden van de nieuwe regering en de installatie van een nieuwe Raad van Commissarissen (RvC) in december 2025, ligt staatsmijnbouwbedrijf Grassalco onder een vergrootglas. Onderzoeken naar vermeende misstanden volgen elkaar in hoog tempo op. Centraal in de publieke discussie staat echter niet alleen de kwestie rond vermeend verdwenen goud, maar vooral de vraag of president-directeur Wesley Rozenhout persoonlijk aandelen zou bezitten van de Guyanese dochteronderneming Guy-Sure. Die beschuldiging wees hij resoluut van de hand tegenover ABC.
Rozenhout, die sinds oktober 2020 leiding geeft aan Grassalco, werd op 12 januari 2026 door president-commissaris Berto Sampi op non-actief gesteld. In de brief waarin die maatregel werd meegedeeld, wordt hem onder meer verweten niet mee te werken aan een intern onderzoek. Volgens Rozenhout is echter onduidelijk op welk onderzoek wordt gedoeld. Het voelt volgens hem aan alsof men een dossier tegen hem als persoon wil opbouwen.
De kern van de zaak Guy-Sure draait volgens Rozenhout om een juridisch-technische constructie die bewust is gekozen om Grassalco in staat te stellen in Guyana te opereren. Het moederbedrijf kampte met financiële problemen, zowel in Suriname als daarbuiten. Schuldeisers hadden beslag gelegd op bezittingen en bovendien ontbraken recente, goedgekeurde jaarverslagen. Dat alles maakte een reguliere oprichting van een buitenlandse dochter onmogelijk.
Na juridisch advies werd daarom gekozen voor een constructie waarbij de vijf verplichte aandelen van Guy-Sure niet op naam van personen, maar op functies binnen Grassalco werden geregistreerd. “Eén aandeel staat voor twintig procent,” legt Rozenhout uit. “Dat aandeel is gekoppeld aan de functie van directeur. Zodra iemand die functie verlaat, gaat het aandeel automatisch over op zijn opvolger.” De andere aandelen waren gekoppeld aan functies die inmiddels door andere medewerkers worden bekleed; ook die aandelen zijn volgens hem netjes overgedragen. Volgens Rozenhout was de toenmalige RvC volledig op de hoogte van deze constructie en ligt alle documentatie bij de juridische afdeling van Grassalco. Er is geen sprake van persoonlijk eigendom.
Rozenhout vindt dat hij in de publieke opinie wordt neergezet als iemand die persoonlijk zou hebben geprofiteerd. Hij spreekt van bewuste framing. Minister van Natuurlijke Hulpbronnen David Abiamofo kondigde bij de installatie van de nieuwe RvC een ‘quick scan’ bij Grassalco aan. Volgens Rozenhout lijkt die scan zich vooral op hem te richten. Hij zegt dat men geruime tijd in het parlement en daarbuiten, aan het roepen was om hem op non-actief te stellen.
Daarmee, zo stelt hij, handelt de RvC bovendien in strijd met de statuten. Bij disciplinaire maatregelen tegen de president-directeur zou direct een algemene vergadering van aandeelhouders (ava) moeten worden uitgeschreven, waarin betrokkene zich kan verweren. Tot nu toe is dat niet gebeurd.
Rozenhout vreest dat de aanhoudende beschuldigingen – die hem bekladden – ook Grassalco schade toebrengen. Hij overweegt daarom juridische stappen tegen de RvC om zijn naam te verschonen.
Een ander lopend onderzoek bij Grassalco betreft het vermeende verdwijnen van vier kilogram goud uit de bedrijfskluis. Volgens Rozenhout is daarvan echter geen sprake. Het materiaal dat op de concessie werd gewonnen, aangeleverd en in de kluis opgeslagen, bleek na controle door de afdeling Verkoop geen goud te zijn, maar een ander metaal. Van het wegnemen van daadwerkelijk goud of het verwisselen daarvan met een ander metaal is volgens hem geen sprake. In de bodem komen naast goud immers ook andere metalen en grondstoffen voor. Nader onderzoek moet uitwijzen om welk metaal het precies gaat en of dit van nature op de concessie voorkomt. Pas wanneer zou blijken dat het metaal daar niet voorkomt en van buitenaf is aangevoerd, kunnen volgens Rozenhout mogelijke verdachten in beeld komen.




