Sarafina Galon: ‘Dokter, ik ben moe’
‘In Suriname bestaat burn-out officieel niet. Maar de kosten zijn wel reëel’. Zo begint Sarafina Galon, arts bij de Huisartsen Spoedpost Suriname, haar bericht op LinkedIn. Burn-out is een sluipende gezondheidsbedreiging die volgens Galon meer aandacht verdient. “Zonder officiële erkenning blijven mensen onbeschermd”, zegt ze tegenover Parbode.
Tekst Morena Leter | Beeld Michael Nanden
Galon is al zes jaar basisarts, met ervaring op het Bureau Openbare Gezondheidszorg, de Stichting Revalidatiecentrum Curaçao en de afdeling Gynaecologie van het ’s Lands Hospitaal. Ze is 32 jaar en nu ruim een jaar werkzaam op de Huisartsen Spoedpost van het St. Vincentius Ziekenhuis, waar mensen met acute gezondheidsklachten worden opgevangen. “Ik zie voornamelijk mensen met braken, diarree, een hoge bloedsuiker of een hoge bloeddruk. Met de spoedpost proberen we de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo te ontlasten.” Diensten duren gemiddeld acht uur. “Soms zie ik twee patiënten, maar bij mijn drukste dienst heb ik er dertig gezien. Dat laatste was het geval in maart toen de SEH niet helemaal operationeel was wegens renovatiewerkzaamheden.” Galon belandde in een burn-out. “Het werd me te veel. Verschillende mensen merkten het op, zoals mijn leidinggevende en mijn kind. Ik werd trager en liet steken vallen.” Ze had geen collega nodig om een oordeel te vellen. “De diagnose stelde ik zelf. Die burn-out had effect op mijn kind, maar ook op de relatie met mijn ouders en vrienden.”
Erkenning
Volgens de World Health Organization is een burn-out een werkgerelateerd syndroom, gekenmerkt door symptomen als energie-uitputting, cynisme en een verminderde professionele effectiviteit. Maar in de Surinaamse wetgeving en protocollen wordt burn-out nergens benoemd. Dat baart Galon zorgen. “Zonder officiële erkenning blijven mensen onbeschermd. Een diagnose geeft houvast. Je weet wat er aan de hand is, en je kunt je gezondheid verdedigen tegenover je werkgever of instanties. Met wetgeving en protocollen ontstaat er duidelijkheid over diagnose, behandeling en preventie. Dat helpt zowel werknemers als werkgevers om verantwoordelijkheid te nemen.” Galon ziet burn-outs en symptomen daarvan terug in de samenleving. “Mensen komen naar me toe en zeggen: ‘Dokter, ik ben vermoeid, ik ben overbelast, ik voel me niet goed. Geef me een paar dagen’. Bij doorvragen merk ik soms dat personen richting een burn-out gaan, terwijl anderen er al in zitten. Als iemand al in een burn-out zit, verwijs ik altijd door naar de huisarts en waar nodig naar een psycholoog of psychiater. Bij een burn-out is het zenuwstelsel ontregeld en functioneert men niet meer optimaal. Een burn-out moet je dus behandelen als een medische aandoening: met de juiste diagnose, begeleiding en een herstelplan. Het is geen kwestie van een paar dagen rust nemen. Een burn-out vraagt serieuze zorg.”
Ze legt uit hoe een interventie bij burn-out eruitziet. “Een interventie bij burn-out kan variëren van medische en psychologische behandeling tot het tijdelijk aanpassen van werk en leefstijl. Preventief gaat het om het herkennen van triggers, grenzen leren stellen en gezonde routines ontwikkelen. Iemand die reeds een burn-out heeft, bevindt zich in een vicieuze cirkel. Feit is dat er altijd werk is. Als je de ene mijlpaal hebt bereikt, staat de andere op je te wachten. Het doel van de interventies is altijd hetzelfde: het doorbreken van de vicieuze cirkel van stress voordat die chronisch wordt.”

Onder hoge druk
Hoewel burn-out wereldwijd een bekend fenomeen is, is het begrip volgens Galon relatief nieuw in Suriname. Ze merkt op dat steeds meer buitenlandse bedrijven hier zaken komen doen. “Mensen werken onder hoge druk. Bij Surinamers heerst vaak de houding dat het maar tijdelijk is, en dat je gewoon moet doorwerken. Sommige mensen nemen een korte break, maar vaak keert men zonder echte interventie terug naar het werk.”
Ook binnen Galons vakgebied is er een behoorlijk risico op burn-outs. “Het is een algemeen geaccepteerde verwachting dat wij jonge artsen zoveel mogelijk ervaring moeten opdoen. Vooral wanneer je ambities hebt om te specialiseren, doe je moeite om te tonen dat je geïnteresseerd bent.” Ze ziet dit vaak terug onder zaalartsen. “Naast mijn werk op de spoedpost, draai ik ook diensten als zaalarts. In die functie ben je intensief bezig met patiënten. Soms is er een vrees dat je niet meer mee kan draaien zoals je collega’s, en dat je daardoor je baan kunt verliezen. Daarbovenop speelt de angst voor stigmatisering, omdat mentale gezondheid in Suriname nog steeds een taboe is. Juist die combinatie maakt dat mensen te lang zwijgen, terwijl vroegtijdige hulp het verschil kan maken.” Galon noemt een ander bekend fenomeen. “We hebben nog steeds braindrain in Suriname. Artsen die zich niet gewaardeerd voelen, trekken weg, waardoor we onderbemand zijn en werk doen van collega’s die er niet meer zijn.”
Ze heeft geen zicht op exacte aantallen en daadwerkelijke kosten van burn-out. “Tot nu toe heb ik zeker tien mensen gesproken die sinds mijn openheid over burn-out hun eigen ervaring hebben gedeeld. Ik vermoed dat de werkelijke aantallen veel hoger liggen, maar omdat er geen officiële burn-outregistratie in Suriname is, blijft het probleem grotendeels onzichtbaar.” Galon wil data verzamelen. “Met surveys en gezondheidsanalyses kan ik in kaart brengen hoe groot het probleem is. Die gegevens gebruik ik later om whitepapers en publicaties te maken, zodat er harde cijfers komen die beleidsmakers en bedrijven niet kunnen negeren.” Volgens haar zijn burn-outs funest voor het Surinaamse bedrijfsleven. “Een burn-out kan zich uiten in een hoog ziekteverzuim, verminderde productiviteit, en soms zelfs vertrek van werknemers. Dat kost bedrijven capaciteit, vergroot de werkdruk en verhoogt de kosten. Burn-out is dus niet alleen een individueel probleem, maar ook een maatschappelijk en economisch vraagstuk.”
Preventieve zorg
Volgens Galon moet meer worden ingezet op preventieve zorg. Het vroegtijdig herkennen van signalen kan het verschil maken tussen een korte reset en langdurig verzuim. “De eerste tekenen van burn-out zijn vaak subtiel. Je voelt je chronisch moe, bent meer prikkelbaar, je concentratie neemt af en je lichaam begint signalen te geven zoals hoofdpijn of gespannen spieren. Als je die signalen vroegtijdig herkent, kan een korte reset met meer rust en grenzen stellen vaak al voldoende zijn. Negeer je ze, dan loop je het risico dat je maanden uitvalt.”
Omdat ze opmerkte dat er een groeiende behoefte was aan informatie over burn-outs en begeleiding van personen met een burn-out, startte ze in 2024 haar eigen onderneming Chronisch Gezond N.V. “Dit staat los van mijn werk als arts, maar ik pas wel mijn medische kennis toe. Als preventief gezondheidscoach begeleid ik mensen op vier pijlers: energie, voeding, beweging en herstel. Ik bied coaching aan mensen met een burn-out, maar ook mensen die bijvoorbeeld willen afvallen of hun slaap willen verbeteren.” In een vrijblijvend gesprek onderzoekt ze wat er aan de hand is, waarna ze de behandeling inzet. “Een traject begint altijd met een open gesprek waarin ik naga of iemand baat kan hebben bij mijn begeleiding. Het gaat niet om een behandelplan in medische zin, maar om een herstelprogramma dat op maat wordt gemaakt. Daarin zitten drie vaste onderdelen: educatie, praktische technieken waaronder geplande pauzes nemen zoals met de Pomodoro-methode, en holistische evaluatie, waarbij gekeken wordt naar slaap, voeding, beweging en mentale veerkracht. Het behandelplan is altijd case-specifiek, maar de rode draad is bewustwording, grenzen stellen en het stap voor stap terugvinden van energie.” Daarbij gebruikt Galon door International Coaching Federation (ICF) erkende tools. “Ik werk volgens de internationale standaarden voor professioneel coachen: actief luisteren, krachtige vragen stellen, doelen helder formuleren en cliënten helpen concrete stappen te zetten. Denk aan modellen zoals GROW of SMART, gecombineerd met reflectie-opdrachten. Het zijn methodieken die wereldwijd erkend zijn om duurzame gedragsverandering te ondersteunen. Naast de behandeling van burn-outs zet ik ook in op re-integratie op de werkvloer na een burn-out. In sommige gevallen is doorverwijzing naar de huisarts of een psycholoog noodzakelijk.”
“Specifiek voor burn-out heb ik dit jaar drie cliënten begeleid”, vervolgt Galon. “Een daarvan was een leidinggevende van een bekende organisatie. Hoewel dit nog een relatief kleine groep is, vind ik dat preventieve zorg op dit gebied veel meer aandacht verdient.”
Dertig minuten wandelen
Toen Galon eenmaal wist dat ze een burn-out had, bleef ze niet lang stilzitten. “Ik vroeg een collega-arts in Nederland om begeleiding. Hij heeft me vanuit zijn jarenlange ervaring met burn-outs geleerd hoe ik grenzen moet stellen. Ik bouwde ook een dagelijkse routine in waarbij ik dertig minuten wandel. Verder heb ik geleerd om in blokken te werken en een tussenpauze te nemen, al is het druk. Natuurlijk neem ik geen pauze als ik iemand aan het reanimeren ben”, lacht ze. “Mijn werkgever stelde me in de gelegenheid om in die periode tijdelijk meer op de zaal te werken, waardoor ik een beter dag-nachtritme kreeg en wat meer balans vond”, vervolgt ze. “Zonder officieel verlof nam ik zo toch een soort adempauze. Wat mij enorm hielp, was leren mijn signalen te herkennen en triggers serieus te nemen. Ik bracht kleine maar consequente veranderingen aan en maakte opnieuw tijd vrij voor dingen die mij energie geven.” Daardoor gaat het nu goed met haar, en die aanpak neemt ze ook mee in haar werk met anderen. “Zorg eerst voor jezelf, zodat je er kunt zijn voor de mensen om je heen.”

Wie is Sarafina Galon?
|
Dit artikel staat in het december/januari nummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk dan op www.parbode.com/abonneren




