Schrijver Robby Parabirsing: ‘We vliegen nog, wan soort slingrebere fasi’
Robby Parabirsing (71), met als pseudoniem ‘Rappa’, is gepensioneerd docent Nederlands en schrijver van diverse boeken. Hij heeft een aparte liefde voor de politiek, vandaar dat hij de serie Een kleine politieke historie van Suriname schrijft. Begin 2025 verscheen de eerste oplage van deel twee. Het gaat hem niet specifiek om het noemen van historische feiten, maar vooral om het waarom daarvan te achterhalen. “Als je alleen de feiten kent, maar niet de aanleiding en achtergronden, doorzie je zaken niet of nauwelijks”, stelt Rappa.
Tekst Chiara van Leeuwaarde | Beeld Chavez Linger
Rappa is momenteel bezig met het derde deel van de serie boeken die belangrijke informatie over de geschiedenis van de politiek in Suriname bevat. “Via mijn vrouw kwam ik in juli 2019 in contact met enkele jonge volwassenen die voor het eerst zouden gaan stemmen (first voters). Enkelen van deze jongeren wilden zich kandidaat stellen voor een nieuwe politieke partij. Ze
wilden daarom wat achtergrondinformatie over het politieke gebeuren in ons land”, vertelt hij. “In een tiental wekelijkse sessies belichtte ik de politieke historie vanaf de toespraak van
koningin Wilhelmina (in 1942, red.) via Radio Oranje vanuit Londen, waarin aan de Nederlandse gebiedsdelen overzee na de oorlog autonomie werd beloofd. Deze mededeling komt in alle door
mij geraadpleegde bronnen voor als een beginpunt van de stormachtige politieke ontwikkelingen in ons land.”
De jongeren vroegen hem om de sessies te bundelen en uit te geven, wat hij na de verkiezingen van 2020 ook heeft gedaan. “Ik breidde elke sessie uit met meer achtergrondinformatie en analyses.” Later ontdekte Rappa dat 1942 – toen de koningin die belofte deed – niet het beginpunt was van de politieke cultuur in Suriname. “Ik kwam terecht bij 1864, bij de instelling van de Koloniale Staten. Maar uit reacties van mensen toen, vastgelegd in enkele publicaties, bleek dat zij blij waren dat er weer medezeggenschap van de toentertijdse burgerij mogelijk was op het landsbestuur van de ‘almachtige gouverneur’. Er was dus eerder al zoiets geweest als verkiezingen en een gekozen raad, al was die zeer beperkt tot alleen de rijke planters. Zo kwam ik terecht bij Willoughbyland als beginpunt van de politieke cultuur in dit gebied dat uitgroeide tot de republiek Suriname vandaag de dag. Vandaar dat deel 1 gaat vanaf 1650 tot 1947 als het Algemeen Kiesrecht wordt ingevoerd.”

Robby Parabirsing. Foto Chavez Linger
Deel 1 verscheen in 2023; intussen was Rappa al bezig met deel 2 dat gaat vanaf 1947 tot en met 1964, dus tot en met het tweede kabinet-Pengel. “Daarbij heb ik geprobeerd om zoveel als mogelijk in makkelijk leesbare taal zaken te analyseren zoals de vorming van partijen op religieus-etnische basis, de overgang van zakenkabinetten naar politieke kabinetten, de opkomst van populistische leiders tegenover de heerschappij van de lichtgekleurde en blanke stadsmiddenklasse, het ontstaan en de invloed van de ‘Verbroederingspolitiek’, van de patronagepolitiek en van de bundeling van partijen vlak vóór de verkiezingen”, aldus Rappa.
Elk hoofdstuk begint met een puntsgewijze samenvatting van het vorige hoofdstuk, net zoals de sessie waaruit dit is voortgekomen. “Het boek is vanwege de vele illustraties in kleur en 170 bladzijden dikte een beetje duur geworden, maar omdat ik andere boekjes tegen low profit help uitgeven, kan ik de inkomsten daarvan in deze uitgave stoppen”, zegt Rappa. Winst maken hoeft niet. “Als ik maar uit de kosten kan komen.” En dat lukt wel, stelt Rappa, dankzij het kleine, maar ervaren freelanceteam waarmee Rappa al jaren samenwerkt, alsook de printerij waar hij sinds 1999 boekjes van derden en van zichzelf – inmiddels zo een zeventig titels – uitgeeft onder uitgeversnaam Rappa’s Literatuur Consultancy (RaLiCon). “En last but not least noem ik de steun van mijn echtgenote die de boekhouding bijhoudt”, zegt Rappa. Deel 1 en 2 heeft de schrijver opgedragen aan Jules van Bochove, een gepensioneerde oogarts, zelf ook schrijver/publicist, geboren in Suriname in 1926 en wonende op Curaçao, die hem adviseerde en tijdens het schrijven aanspoorde.
Deel drie van Een kleine politieke historie van Suriname zal gaan over de val van de regering-Pengel, het zakenkabinet-May tot en met de VHP/PNP-regering onder leiding van Jules Sedney. Rappa vertelt dat een van zijn vrienden een opmerking maakte: ‘Hey Rappa, deel 1 had een paarse omslag, deel 2 een groene, dan zal deel 3 een oranje omslag hebben’. “Ik dacht: Ja, ja, wat lollig, maar achteraf bekeken geen slecht idee.”
‘Suriname is na vijftig jaar nog onstabiel’
Onafhankelijkheid
Rappa geeft zijn mening over de onafhankelijkheid. “Bij alle hogere levensvormen zie je dat alles erop gericht is de voorplanting veilig te stellen en dat de newcomers de beste zorgen en begeleiding moeten krijgen om zo snel als mogelijk op eigen benen te kunnen staan om net als bijvoorbeeld de vogels het nest te kunnen uitvliegen”, vertelt Rappa. Sommigen maken het, anderen worden al tijdens hun eerste vlucht opgegeten en de pechvogels vallen uit het nest, waren onkundig of onwetend om de vleugels uit te slaan, of blijven als ‘bigi loka’s’ in het veilige nest, hopend dat hun ouders ze ten eeuwigen dage zouden blijven verzorgen. Rappa vindt dat wij als land – dat na een hoop politiek geharrewar in 1975 uit het ‘veilige’ ouderlijk nest is gegaan – na bijna vijftig jaar nog onstabiel is. “Bijna un’ crash, bijna bigi fowru hap’unu, maar we vliegen nog, wan soort slingrebere fasi, en beginnen langzaam maar zeker in te zien wat die onafhankelijkheid is: keihard blijven wapperen met die vleugels, offers brengen, hoogte winnen en een veilige koers uitzetten en die strak aanhouden.” Rappa heeft al deze ontwikkelingen zelf meegemaakt en is, net zoals een aantal honderdduizend landgenoten, in feite nooit weggeweest. “Dus dieftige politici moeten mij met hun holle kletspraat geen koeterwaals komen uitleggen over ‘hoe dit land ontwikkeld moet worden’. Natuurlijk weten wij lang nog niet alles, maar wij hebben die tent hier sinds 1975 wan soort fasi draaiende gehouden en niet die ‘mooiweerpraters’. Die hebben de boel alleen maar geplunderd.”
Rappa vindt dat de jongere generaties steeds meer leren uit onze ervaringen en respect beginnen te krijgen voor die “opa’s en oma’s die de onafhankelijkheid vanaf het roerige begin hebben meegemaakt en vooral: op de een of andere manier hier hebben geleefd, beleefd en het (helaas niet allemaal) hebben overleefd en hen als jongere generaties hebben voortgebracht”.
‘We pikken dat platvloerse gedrag van corrupte politici steeds minder’
Corrupte politici
Wat er nu aan crisis in ons land heerst, is absoluut geen schoonheidsprijs waard voor deze en de vorige regering, maar alle voorgaande regeringen vanaf 1975 gaan zeker niet vrijuit, benadrukt hij. “Die pina die ze ons toen hebben doen meemaken – pusu wagi fu go tek benzine, hondenrijstkwaliteit in ons voedselpakket, muilkorven van onze terechte kritiek met bloedig geweld, om maar een greep te noemen – was geen malligheid. Maar het heeft ons sterk gemaakt, op z’n Surinaams: a krakti unu. We pikken die goedkope komedie en dat platvloerse gedrag van deze kletskoek en corrupte politici steeds minder en doorzien hen steeds meer.” Rappa denkt dat het nieuwe kiesstelsel wel wat veranderingen zal brengen, zeker bij degenen die bij het vorige stelsel bevoordeeld of benadeeld werden. “Maar een nieuw kiesstelsel alleen, zorgt niet voor een beter beleid”, waarschuwt hij. “Natuurlijk zullen bij de komende verkiezingen de ‘traditionele grote boys’ weer de meeste zetels halen, de belangen van hun sponsoren achter de schermen zoveel als mogelijk veiligstellen en de regeermacht onderling zo gunstig mogelijk verdelen, maar ze weten nu al dat de kritische overgebleven ‘oudgedienden’ hen via de media vanaf de dag van de verkiezingen er flink van langs zullen geven als ze denken ons als kiezers weer met hun dieftigheid, regel makandra, leugens en etnische ophitserijen vijf jaar lang voor de gek te gaan houden. You can’t fool all of the people all of the time”, besluit hij.





