Strafeis tegen agenten Pikin Saron pijnlijk voor nabestaanden
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag een gevangenisstraf van twaalf maanden geheel voorwaardelijk, geëist tegen zeven politieambtenaren die terechtstaan in de strafzaak rond de rellen – en de daarbij doodschoten Martinus Wolfjager (65) en Ivanildo Dijksteel (32) in Pikin Saron op 2 mei 2023. De zeven agenten staan terecht voor zwaar lichamelijk letsel, de dood ten gevolge hebbende. Uit het strafdossier blijkt dat de politie die dag betrokken raakte bij een achtervolging van meerdere verdachten. Vanuit het voertuig van de latere slachtoffers werd op de politie geschoten, waarna agenten het vuur beantwoordden. Er ontstond een vuurgevecht, staat in een verklaring van het OM.
Volgens het politioneel onderzoek was de noodzaak tot schieten echter niet langer aanwezig nadat de verdachten waren overmeesterd. Desondanks waren er nog schoten gelost. De patholoog-anatoom concludeerde dat de slachtoffers niet zijn overleden door schoten tijdens de vlucht, maar dat het overlijden mede het gevolg is geweest van het uitblijven van tijdige medische hulp. Het OM stelt dat hiermee is gehandeld in strijd met de geldende geweldsinstructies.
Tegelijkertijd wijst het OM op de uitzonderlijke omstandigheden waarin de politie moest opereren. Tijdens de opstand in Pikin Saron werd op agenten geschoten, werden 27 personen gegijzeld en werden houttransporttrucks en een politiebureau in brand gestoken. Door het politieoptreden zijn de gegijzelden uiteindelijk bevrijd. Ook is meegewogen dat de zeven verdachten niet eerder met justitie in aanraking zijn gekomen. Met de voorwaardelijke gevangenisstraf wil het OM volgens eigen zeggen een duidelijke norm stellen voor politiegeweld, zonder voorbij te gaan aan de complexiteit en het gevaar van de situatie.
Voor de nabestaanden voelt die afweging echter als een klap. Johan Dijksteel (77), vader van de overleden Ivanildo Dijksteel, kon zijn woede en pijn niet bedwingen toen de eis werd uitgesproken. Hij verliet de rechtszaal voortijdig. “Ook verdachten hebben rechten,” zegt hij later, “maar de politie moet zich aan de wet houden. Als die regels worden overtreden, hoe kan een mensenleven dan slechts twaalf maanden waard zijn?”
Dijksteel blijft erbij dat zijn zoon ongewapend was. Volgens hem had Ivanildo al een schotwond in zijn lies toen hij opnieuw werd beschoten. “Nog vijf keer,” zegt hij. Die gedachte doet de vader veel pijn.
De vader schetst zijn zoon als een sociaal en hulpvaardig persoon, iemand die altijd klaarstond voor anderen. Hij wist dat zijn zoon betrokken was bij de voorbereiding van een actie, maar had nooit gedacht dat het zo uit de hand zou lopen. Zijn zoon had hem verteld dat er plannen waren voor een wegbarricade, bedoeld om aandacht te vragen voor de rechten van inheemsen in hun woongebied. Wanneer die actie precies zou plaatsvinden, wist vader Dijksteel niet. Op de dag van het incident zou zijn zoon juist een bespreking hebben met het traditioneel gezag om vervolgstappen te bepalen. Het nieuws over de escalatie in Pikin Saron vernam hij via de radio. Even later werd ook de naam van zijn zoon omgeroepen. “Toen wist ik het,” zegt hij refererend aan de dood van zijn zoon.
Naast gerechtigheid pleit Dijksteel voor hulp voor de zorg van de twee kinderen die zijn zoon heeft achtergelaten. Volgens hem heeft ook de vrouw van zijn zoon ondersteuning nodig bij de opvoeding. Mentale begeleiding is net zo belangrijk, benadrukt hij. Ook het inheems platform ESAV reageerde fel op de strafeis. In een verklaring spreekt de organisatie van ‘een klap in het gezicht van de nabestaanden’ en van ‘totale minachting’ voor de inheemse gemeenschap. Volgens ESAV staat de eis gelijk aan het bagatelliseren van wat zij omschrijven als standrechtelijke executie. ‘Twaalf maanden voorwaardelijk voor een daad gepleegd door de politie – dat doet het OM niet in een rechtsstaat’, stelt het platform.
Minder bekend is dat er op de dag van het incident ook pogingen zijn gedaan om verdere escalatie te voorkomen. Lloyd Read van het Inheems Kollectief Suriname (IKSUR) heeft toen, samen met bisschop Karel Choennie, bemiddeld tussen de politie en de overige – nog levende – gezochte verdachten. De extreem gespannen situatie in het gebied voedde bij dorpelingen de angst dat standrechtelijke executies zouden plaatsvinden. Uit vrees voor verdere dodelijke afloop begeleidden de inheemse leider en de geestelijke ten minste één verdachte naar de politie, om zich over te geven. Hand in hand liepen zij over straat naar de wachtende agenten; volgens de dorpsbewoners de enige manier om de veiligheid van de verdachte te waarborgen.
In de zogenoemde Pikin Saron-zaak, die losstaat van de vervolging van de zeven agenten, zijn op 9 december vijf verdachten tijdens de behandeling in hoger beroep, op verzoek van hun advocaten, in voorlopige vrijheid gesteld. De rechter heeft daarbij uitdrukkelijk benadrukt dat zij verplicht zijn op elke zitting aanwezig te zijn. Over de strafeis in de moordzaak, moet de rechter zich nog uitlaten.





