Surinaamse inheemsen: nog altijd geen volwaardige burgers
Dit artikel is onderdeel van de serie ‘Surilines’, een onderzoek naar de banden tussen Suriname en Nederland in de aanloop naar vijftig jaar onafhankelijkheid. Bezoek de website www.surilines.nl voor meer informatie.
“Er staat een docent met zo’n dertig studenten voor de deur, maar ze staan niet op de lijst”, geeft een medewerker van de Stichting Herdenking Slavernijverleden (SHS) door aan voorzitter Diana Vlet. Het is een grijze 10 januari 2025 op de eerste verdieping van het Nationaal Archief in Den Haag. Over een paar minuten begint de herdenking van het Inheems Vredesverdrag Konkardi Sani. “Laat ze binnenkomen”, zegt Vlet direct. Haar adagium: hoe meer mensen ik kan informeren, hoe beter.
Tekst Jamila Meischke Beeld Magda Augusteijn
Het vredesverdrag dat deze vrijdagmiddag wordt herdacht, is in 1686 gesloten tussen de Surinaamse inheemsen en de Nederlandse gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Dit was een stap richting erkenning en vrede na lang verzet tegen de koloniale overheersing van Suriname. Hoewel van groot historisch belang, blijft het document zelf onvindbaar in de archieven. Met deze herdenking, die gelijktijdig in Paramaribo plaatsvindt, roept SHS het Nationaal Archief in Nederland en Suriname op de krachten te bundelen om het boven tafel te krijgen.
‘Op school leerde je dat inheemsen niets zijn’
Schaamte
De in Suriname geboren Diana Vlet (53) draagt deze geschiedenis met zich mee als dochter van een deels Lokono-inheemse moeder en een Warau-inheemse en Afro-Surinaamse vader. Wie haar tegenkomt ziet een uitgesproken vrouw als het aankomt op haar familieachtergrond. Over haar rug hangt een rode, gehaakte schouderdoek die haar afkomst representeert.
Vlets doel is om de inheemse geschiedenis, inclusief het Vredesverdrag, op te laten nemen in het Nederlandse onderwijscurriculum. Hiervoor is zij een project gestart met een historicus en een groep studenten die onderzoek doen in de archieven. Dit moet uitmonden in een “manuscript”.
Maar die betrokkenheid bij haar afkomst was niet altijd vanzelfsprekend, vertelt zij later in een koffietent op Den Haag Centraal. “Ik schaamde me dat ik inheems ben en vertelde er naar buiten toe dan ook niet veel over. Ik werd gediscrimineerd en gepest om mijn afkomst. Dan riepen ze: ‘Ingi yu!’ [jij inheemse]”, zegt ze met een rooibosthee op tafel. “Op school leerde je dat inheemsen niets zijn en niets kunnen.”
Geschiedenis uitgewist
Waar komt dat vooroordeel vandaan? In de geschiedenisboeken bestaat nog altijd een neiging om de geschiedenis van het Amerikaanse continent te beginnen toen Christoffel Columbus daar in 1492 voet aan wal zette. Die meende dat hij aankwam in een grotendeels leeg continent met hooguit wat primitieve nomaden, die permanent honger leden, geen kleding bezaten en slechts tot drie konden tellen. In werkelijkheid leefden er vele ontwikkelde volkeren.
De geschiedenis van de inheemsen in Suriname – en de rest van de Amerika’s – is bijna volledig uitgewist als gevolg van grootschalige volkerenmoord en daarna heropvoedingsscholen die inheemse tradities en talen vervingen met die uit Europa. Volgens de volkstelling van 2012 woonden er toen in Suriname een kleine twintigduizend inheemsen op een totale bevolking van 600.000 inwoners. Volgens Vlet zijn dat er inmiddels dertigduizend.
Hoewel zij een kleine groep zijn, bewonen ze uitgestrekte delen van kostbare regio’s van het binnenland. Inheemse leefgebieden bevatten op wereldschaal 80 procent van de biodiversiteit van de aarde. Vlet: “We kunnen zeggen: het is een ver-van-mijn-bedshow, maar als zij [inheemsen] niet kunnen overleven, is dat ook een probleem van het Westen. Die gebieden zijn de longen van de aarde.”
Bewustwording
Diana Vlet werd in 1971 geboren in Bernharddorp, 30 kilometer ten zuiden van Paramaribo. Ze groeide op in een gezin met acht kinderen. De familie had drie kostgronden, daar verbouwden ze ananas, cassave en maïs. “Dat deden we in het weekend of in de schoolvakanties”, zegt ze. “Soms bleven we zelfs een maand op onze kostgronden. Kappen, verbranden en daarna weer terug om alles schoon te maken.” Ze noemt het “een inheemse opvoeding”, maar was verder nooit bezig met haar afkomst.
Toen haar vader twintig jaar geleden overleed, begon zij zich voor het eerst te verdiepen in haar afkomst. Zodoende kwam ze erachter dat haar betovergrootmoeder van vaderskant een West-Afrikaanse vroedvrouw was. Ze heette Jaba. Tijdens de slavernij is zij gebrandmerkt met het getal 1180. Na deze ontdekking was Vlet “in de rouw”. Ze was boos en verdrietig. “Ik voelde dat ik er iets mee moest”, zegt ze. Ze begon met het organiseren van Ketikoti, de herdenking van de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij in Suriname. Ook zette ze de Stichting Herdenking Slavernijverleden op.
‘Wij zijn ook slaaf geweest’
Haar moeder stelde voor om de inheemsen daar ook bij te betrekken. ‘Wij zijn ook slaaf geweest’, zei ze tegen haar dochter. Vlet realiseerde zich dat ze amper iets wist van die geschiedenis. Ze dacht terug aan de verhalen die haar vader in haar jeugd vertelde. Hij had een speciale band met de natuur. ’s Avonds als het gezin rond een kampvuur zat, sprak hij over zijn ervaringen in “het bos”, het Surinaamse regenwoud. “Als het water van de Surinamerivier onstuimig werd, kon hij het rustig krijgen door te bidden en weerrituelen te doen met een kalebas.”
Van haar oma leerde ze over natuurlijke geneesmiddelen: bittere cassave op een wond, kauwen op bladeren tegen buikpijn. “Ze had veel kennis. En mijn vader ook”, vertelt ze. Ze begon haar voorouders anders te zien. De inheemsen in Suriname worden nog altijd niet als volwaardige burgers gezien, meent ze, terwijl er wel degelijk afspraken zijn die hun rechten vastleggen.
Protesten
Suriname ondertekende in 2007 de VN-Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren. Onderdeel van die verklaring zijn de grondenrechten: het recht om te wonen en leven in de gebieden waar de inheemsen al eeuwenlang wonen. In de Surinaamse grondwet staat echter dat de staat eigenaar is van alle natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen. De grondwet is na de ondertekening van het verdrag niet aangepast.
Die worsteling loopt geregeld uit op conflict. In april 2023 waren er in het district Para op meerdere plekken protesten, nadat de regering opnieuw concessies voor goudwinning en houtkap had verlengd op inheemse gronden. De protesten culmineerden op 2 mei in een geweldsuitbarsting in Pikin Saron: bewoners staken tien houttrucks in brand en ook de politiepost brandde af. Er vielen gewonden en de politie doodde twee inheemse mannen die betrokken waren bij de opstand.
“Ze zijn meegenomen in de bosjes en daar neergeknald, terwijl ze al opgepakt in de pick-up van de politie zaten”, zegt Vlet. Zij begrijpt de woede van de demonstranten wel. “Ze kwamen in opstand tegen die trucks die hout kwamen halen. Al die jaren hebben gesprekken, brieven en handtekeningen verzamelen niets geholpen. Als ze het heft in eigen handen nemen, worden ze door de politie weggezet als terroristen. Sommigen zijn veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf.”
Eind vorig jaar ondertekende de Surinaamse regering een nieuwe mineralendeal voor de winning van bauxiet, de grondstof van aluminium. Het beoogde mijnbouwgebied ligt in een regio met vier inheemse dorpen, waar de Kalinya-, Lokono- en Trio-volkeren wonen. Het Nederlandse bedrijf Boskalis had belangstelling voor de deal, maar Suriname koos voor een Chinese investeerder. Wel zijn er in andere sectoren, zoals in de houtsector, Nederlandse bedrijven actief in de Surinaamse binnenlanden.
Vlet vraagt zich af of de opbrengst ervan de inheemsen toekomt. Ook maakt ze zich zorgen over de olievondst voor de kust van Suriname. “Volgens schattingen liggen er 750 miljoen vaten olie in de zeebodem. Als het misgaat, kan de olie via de Surinamerivier het water van inheemse gemeenschappen vervuilen.” Ze vindt dat Nederland meer moet doen op het gebied van ontwikkelingshulp in Suriname. Maar ook in Nederland zelf is er nog werk te doen.
‘Neem ons mee in denktanks, laat ons meedenken over beleid’
Herdenking slavernijverleden
Hoewel er de laatste jaren meer aandacht is voor het Nederlandse slavernijverleden en institutioneel racisme, worden de oorspronkelijke bewoners van Suriname daarin amper genoemd. “Neem ons mee in denktanks, laat ons meedenken over beleid”, zegt ze daarover. “Afro-Surinamers hebben zoveel overheidsinstanties, die hebben wij niet.” Afgelopen jaar werd het Herdenkingscomité Slavernijverleden opgericht, maar de inheemse gemeenschap is daarin niet vertegenwoordigd.
In de koffietent op Den Haag Centraal leest Vlet een mailwisseling voor met een verzoek voor betrokkenheid die zij aan de voorzitter van het comité, Astrid Elburg, stuurde. Volgens die voorzitter is een aparte zetel met een inheemse vertegenwoordiger niet cruciaal. “Maar zij kunnen onze grieven niet weten”, reageert Vlet verbaasd. “Die zijn zo complex. Ze kunnen niet aankloppen bij een inheems kantoor, want dat hebben wij niet.”
Toch begint er langzaamaan iets te veranderen. Waar voormalig premier Mark Rutte tijdens zijn excuses voor het Nederlandse slavernijverleden de inheemsen niet noemde – hij had het over ‘overige bevolkingsgroepen’ – gaf Kurano Bigiman namens de inheemse gemeenschap vorig jaar voor het eerst een speech tijdens de slavernijherdenking in Amsterdam.
‘Ik verwacht herstelbetalingen in de vorm van educatie’
“Na al die jaren van moord, verkrachting, en vernietiging van het bos verwacht ik herstelbetalingen in de vorm van educatie”, zegt Vlet. In mei reisde ze naar Suriname voor het samenstellen van een groep inheemse professionals en academici die deze geschiedenis in kaart moeten brengen. “We hebben al veel verzameld, maar dat zijn orale verhalen”, zegt ze. “Nu moeten we toetsen of die echt zo gebeurd zijn.” Het vredesverdrag is hierin voor Vlet een belangrijke houvast. “We kunnen laten zien dat wij altijd al bezig zijn geweest met grondenrechten”, zegt ze. “Dat geeft ons erkenning. Het is essentieel dat onze kinderen leren over de triomfen van hun ouders.”
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Het augustus/september nummer van ons magazine is uit en verkrijgbaar bij een winkel bij u in de buurt. Dit zijn de verkooppunten. Wilt u digitaal lezen? Klik dan hier om te abonneren.




