Suriname en Guyana verkennen gezamenlijke gasontwikkeling
Tijdens de vijfde Guyana Energy Conference and Supply Chain Expo in Georgetown heeft de Guyanese president Irfan Ali opnieuw gewezen op het strategisch belang van gas voor de economische ontwikkeling van zijn land. Daarbij sprak hij ook expliciet over mogelijke samenwerking met Suriname op het gebied van gasproductie en -verwerking. De CEO van Staatsolie, Annand Jagersar, bevestigde dat gesprekken hierover in voorbereiding zijn.
“Exxon heeft ons gevraagd om in gesprek te gaan, en ook vanuit Guyana is er interesse,” aldus Jagersar tegenover News Room. Volgens hem worden verschillende modellen onderzocht, variërend van gezamenlijke infrastructuur tot het bundelen van gasvondsten.
Het idee van samenwerking is niet nieuw. Guyana heeft Suriname eerder al een handreiking gedaan om offshore gasvoorkomens gezamenlijk te ontwikkelen. In Guyana wordt al gewerkt aan het zogeheten gas-to-shore-project, waarbij gas uit het Stabroekblok via een pijpleiding naar land wordt gebracht om daar te worden verwerkt tot elektriciteit en kookgas.
Dat project moet de hoge energiekosten in Guyana terugdringen en vormt de basis voor verdere industrialisatie. Volgens president Ali wordt nu ook gekeken naar een tweede gas-to-energy-project in Berbice, nabij de grens met Suriname. Volgens Jagersar ligt daar een belangrijk aanknopingspunt voor samenwerking. “Gasprojecten vereisen schaalgrootte. Door ontdekkingen in beide landen te combineren, kunnen we economisch sterker staan”, zei hij.
Suriname beschikt wel over gasvoorkomens voor de kust, maar in kleinere volumes dan de olievelden. Voor zelfstandige verwerking en export is de schaal mogelijk onvoldoende. Door Surinaamse en Guyanese gasvondsten te bundelen, kan een gezamenlijke infrastructuur, zoals pijpleidingen, verwerkingsinstallaties of transportverbindingen, rendabel worden.
Een concreet scenario is dat Suriname gas uit Guyana inkoopt, of dat beide landen samen investeren in transport- en verwerkingscapaciteit. Berbice wordt daarbij genoemd als mogelijke regio voor grensoverschrijdende economische ontwikkeling.
De conferentie, gehouden in het Marriott Hotel in Georgetown, stond in het teken van regionale energieontwikkeling. President Ali benadrukte dat grootschalige economische groei alleen mogelijk is met stevige infrastructuur: wegen, havens en vooral betrouwbare energievoorziening. Uit eerder onderzoek van Parbode in 2023, blijkt dat de ontwikkeling van Guyana’s gasinfrastructuur niet zonder maatschappelijke en juridische spanningen verloopt. ExxonMobil is verantwoordelijk voor de aanleg van de gaspijpleiding naar de verwerkingsfabriek in Wales, waarvoor ook landbouwgrond moet worden onteigend. Advocaat Elizabeth Deane-Hughes stelde dat grondeigenaren een vergoeding kregen aangeboden die onder de marktwaarde lag en dat onteigening plaatsvond voordat overeenstemming was bereikt. Procureur-generaal Mohabir Anil Nandlall erkende destijds dat sprake was van spoedonteigening, maar noemde het gas-to-shore-project van nationaal belang vanwege lagere energiekosten en economische groei.
Daarnaast bestaan er milieubezwaren en lopen meerdere rechtszaken tegen de overheid en de Environmental Protection Agency over vergunningverlening en milieueffectrapportages.
Deze eerdere knelpunten illustreren dat gasontwikkeling in Guyana ook raakt aan grondrechten, milieubeleid en maatschappelijk draagvlak; factoren die mede van belang zijn bij eventuele samenwerking met Suriname. Het gas-to-energy-project moet later dit jaar operationeel worden en geldt als een belangrijk speerpunt van zijn regering. Na zijn herverkiezing in september 2025 heeft Ali aangegeven de benutting van Guyana’s gasreserves te versnellen, niet alleen voor binnenlands gebruik maar ook met het oog op regionale samenwerking.
Er staan al gesprekken gepland tussen Staatsolie en ExxonMobil, terwijl overleg met de Guyanese overheid op korte termijn wordt verwacht. Die gesprekken moeten uitwijzen of de politieke intenties kunnen worden omgezet in concrete samenwerkingsprojecten.





