Suriname is nog lang niet klaar voor een gasindustrie
Vanaf het moment dat significante olievoorraden zijn ontdekt voor de kust van Suriname, wordt de term ‘oil & gas’ hand in hand in de mond genomen. De enige echte stappen die tot nu toe zijn gezet om de industrie te ontwikkelen, hebben echter betrekking op olie. Maar de gevonden gasvoorraden zijn niet vergeten. Al moet er nog heel wat gebeuren voor die ontwikkeling daadwerkelijk van de grond kan komen.
Door Raoul Roeplal Beeld: Communicatie Dienst Suriname en Getty Images
In april 2023 riep president Santokhi de presidentiële studiegroep ‘Ontwikkeling Gasexploitatie’ in het leven. Een groep van deskundigen, onder leiding van energie-adviseur Willem Bloem, moest onderzoeken hoe de gasvoorkomens voor de kust van Suriname versneld tot ontwikkeling kunnen worden gebracht voor de productie van onder andere Liquified Natural Gas – zowel voor de export als voor lokaal gebruik. Parbode heeft de hand weten te leggen op dit rapport, waarin een aantal aanbevelingen is gepresenteerd aan het staatshoofd.
De toekomst
Met de ontdekking van significante olie- en gasreserves voor de Surinaamse kust, rees al snel de vraag: kan Suriname de volgende grote gasproducent in de regio worden? Dit moest de studiegroep onderzoeken, die verder nog bestond uit vertegenwoordigers van het Kabinet van de President, Staatsolie, de Energiebedrijven Suriname, de Energie Autoriteit Suriname, de Anton de Kom Universiteit, het bedrijfsleven, deskundigen en drie ministeries. Zij maakten een analyse van de haalbaarheid en randvoorwaarden van deze potentiële sector.
Het rapport stelt dat gaswinning een belangrijke rol kan spelen in de economische toekomst van Suriname. Blok 58 voor de kust, waar TotalEnergies en APA Corporation hun eerste olieproject ontwikkelen, bevat ook aanzienlijke gasreserves en kan, mits goed beheerd, bijdragen aan die toekomst. Echter, gasontwikkeling is complexer dan olie-exploitatie. Er is gespecialiseerde infrastructuur nodig, evenals langetermijncontracten voor afname en verwerking. Ook draagvlak – dwars door het politieke veld – zal belangrijk zijn voor het plan om de gassector te ontwikkelen, stelt de studiegroep in haar rapport. Het plan moet regeringoverstijgend zijn om succesvol te kunnen zijn.
De olie-en gasindustrie zal in eerste instantie gedreven moeten worden door de olieontwikkeling in Blok 58, dat net een nieuwe ontwikkelingsfase is ingegaan met het finaal investeringsbesluit van Total Energies. Samen met APA pompt de Franse oliemaatschappij 12,5 miljard US-dollar in de ontwikkeling van een productieplatform. Tegen 2028 moet de eerste olie uit de zeebodem gehaald worden.
Concurrentievoordeel
Maar, terwijl in Suriname reikhalzend wordt uitgekeken naar die ontwikkeling, is de internationale druk op de ontwikkeling van fossiele brandstoffen toegenomen. Wereldwijd staan energiemaatschappijen onder druk van klimaatdoelstellingen, terwijl ze voor opkomende economieën zoals Suriname nog steeds van belang zijn. Suriname’s unieke positie als ‘Net Carbon Sink’ – een land dat meer CO2 absorbeert dan uitstoot – biedt echter een concurrentievoordeel. Door carbon credits te combineren met gasproductie, kan ons land aantrekkelijk worden voor de internationale markt. De studiegroep adviseert dan ook om de status van Suriname als carbon negatief land te behouden. Daarbij zal het gebruik van aardgas het land in staat stellen om de uitstoot te verminderen en andere industriële activiteiten te ontplooien. Elektriciteitsproductie overschakelen van stookolie naar aardgas zal daarbij een katalysator zijn.
‘Het gebruik van aardgas stelt ons land in staat om de uitstoot te verminderen’
Kansen en uitdagingen
Hoewel de studiegroep optimistisch is over de kansen, wijst die ook op uitdagingen en risico’s, zoals het risico voor the dutch disease, schommelingen in marktprijzen en mogelijke milieueffecten. Een succesvolle gasindustrie vereist enorme investeringen en politieke wil om de randvoorwaarden te scheppen. Gasontwikkeling is anders dan olieontwikkeling, omdat de winning en verwerking van gas een andere soort infrastructuur vereist, een die nog niet bestaat in Suriname. Gasontwikkeling duurt langer en vereist meer lokale technische expertise. Daarnaast zijn transparantie en consistente regelgeving belangrijk om het vertrouwen van investeerders te winnen. Suriname moet duidelijke wetten opstellen over eigendomsrechten, belastingen en milieunormen om een duurzaam investeringsklimaat te creëren.
Om de gasindustrie van de grond te krijgen, formuleert het rapport een aantal concrete aanbevelingen. Zo is er behoefte aan een duidelijke langetermijnstrategie en wetgeving, zodat er geen sprake is van plotselinge beleidswijzigingen die investeerders kunnen afschrikken. Suriname moet, vanwege onvoldoende gespecialiseerde arbeidskrachten, opleidingen en samenwerkingen met internationale partners realiseren. Samenwerking met Guyana, Brazilië en Trinidad & Tobago kan ons land helpen om expertise en infrastructuur sneller op te bouwen. Ook moet het milieubeleid afgestemd worden op internationale normen en moeten wij carbon credits verkopen als aanvullende inkomstenbron. De studiegroep adviseert daarnaast om, wanneer gasproductie duidelijk in het verschiet ligt, tijdelijk LNG te importeren om een gasmarkt te creëren en die markt eerst te laten groeien. Op die manier wordt de markt klaargemaakt voor gebruik van gas voor zowel elektriciteitsopwekking, kookgas en export.
Binnenlands gebruik
De gasindustrie kan de economie een grote impuls geven door middel van export, maar ook door goedkopere en schonere energie te creëren voor binnenlands gebruik. Anderzijds sluipt het gevaar van de zogenaamde ‘resource curse’ of ‘dutch disease’, waarbij een economie té afhankelijk wordt van olie en gas. Zonder diversificatie kunnen de voordelen snel verdampen als prijzen dalen of reserves uitgeput raken. Het rapport waarschuwt ook voor corruptie, die in andere olie- en gasproducerende landen vaak economische instabiliteit tot gevolg heeft.
De samenwerking met de New Producers Group (NPG) van Chatham House, een groep van opkomende, olie- en gasproducerende landen in ontwikkeling, is ook cruciaal, aldus de studiegroep. Internationaal wordt geroepen om minder olie en gas te consumeren, waardoor de gedachte ontstaat dat exploratie moet worden stopgezet en alleen huidige productiebronnen in rijke, westerse landen, mogen ‘uitproduceren’. Deze opvatting is volgens de studiegroep misplaatst. De NPG wijst op het recht van ieder land om zijn natuurlijke hulpbronnen tot ontwikkeling te brengen, met name voor opkomende producenten die tegelijkertijd ook ontwikkelende landen zijn. Het doel is om een lange termijn “licence to operate” te verkrijgen; waarmee Suriname kan blijven produceren ondanks de internationale druk op het stopzetten van (nieuwe) fossiele brandstoffen.
‘Ieder land heeft het recht om zijn eigen natuurlijke hulpbronnen te ontwikkelen’
De studiegroep adviseert de president om breed draagvlak te zoeken voor de beleidsplannen, ook – en met name – bij de verschillende politieke partijen, transparant te zijn, de randvoorwaarden en wetgeving in orde te maken, carbon negatief te blijven en internationale steun te zoeken. ‘Een succesvolle gasindustrie ligt vooral in het beleid en de voorbereiding’, stelt de studiegroep. Gaat Suriname de uitdaging aan?






