‘Terug naar normaal’ lijkt desastreus voor examenresultaten VOS
De examenresultaten van het Voortgezet Onderwijs voor Senioren (VOS) zijn dit jaar schrikbarend slecht. Het percentage leerlingen dat direct is geslaagd van het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) bedraagt 45 procent en bij het HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs) slechts 26.3 procent. Een aantal schoolleiders noemt de gevolgen van de covid-19 pandemie als belangrijkste oorzaak. Dat wordt deels erkend door de Directeur Algemeen Vormend Onderwijs, Halima Poese.
Volgens haar is dit het eerste schooljaar geweest waarbij het onderwijs volledig teruggegaan is naar de oude situatie. Tijdens de pandemie waren er aangepaste lessen en een aangepaste wijze van lesgeven. Daarom waren de examens ook aangepast aan het niveau waarop de studenten zich toen bevonden. Echter, stap voor stap is het ministerie teruggegaan naar de oude situatie, waarbij volwaardige schoolonderzoeken (SO’s) zijn afgenomen. Ook de mondelingen tentamens zijn weer teruggekeerd.
Poese zegt studenten gesproken te hebben, die geoefend hebben met examenstukken uit de post-covid periode. Het niveau van dit jaar was echter gelijk aan de pre-covid periode. De voorbereiding was dus niet goed. De directeur ziet de examenresultaten als een meetmoment en vindt dat leerlingen bewuster moeten worden van het leerproces. “Als de voorbereiding beter is, zal het resultaat beter zijn”, stelt zij. “Want we moeten een keertje terug naar normaal. De wereld is naar normaal, ook wij moeten dat doen.”
De herkansingen zijn inmiddels achter de rug. Ten tijde van deze berichtgeving had het ministerie de resultaten nog niet binnen, maar het percentage geslaagden kan omhoog tot maximaal 61 procent voor HAVO en 75.7 procent voor het VWO. Als de inhalers van het examen allemaal slagen, komt daar nog respectievelijk 6.2 procent en 2.6 procent bij. Maar dit resultaat wordt slechts gehaald als echt iedereen slaagt.
Voor de herkansing hebben leerkrachten extra met de studenten geoefend met oud examenmateriaal en aanvullende lessen. Ook werd de norm voor herkansing verlaagd van 42 naar 40 punten, om zo meer leerlingen de gelegenheid te geven om deel te nemen aan de herexamens.
Het ministerie bereidt zich voor op volgend jaar: ‘lessons learned’, stelt Poese. Studenten zullen beter geadviseerd worden over oefenen met oude werkjes, er zal meer motivatie plaatsvinden en in de vakantie zullen leerkrachten trainingen krijgen over de manier van lesgeven. De betrokkenheid van studenten is nu anders, concludeert Poese. De interesse ligt veel in technologie, terwijl het onderwijsproces hetzelfde is. Daarmee wenst zij te benadrukken dat er extra inspanningen gedaan kunnen worden vanuit het ministerie, maar de leerlingen zullen uiteindelijk moeten beseffen dat zij zich harder moeten inzetten.





