Venetiaan: niet van spektakel, maar van principes
Ronald Runaldo Venetiaan wordt vaak omschreven als de meest integere en principiële president die Suriname ooit heeft gehad. Hij bleef een toonbeeld van rust, discipline en moreel leiderschap. Als driemaal gekozen president (1991–1996, 2000–2005 en 2005–2010) leidde hij Suriname ook in drie verschillende periodes uit politieke én economische chaos. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de herstelling van de democratie en de stabilisatie van de Surinaamse economie. Vandaag verliest het land een politicus die zijn opvolgers met gemak is blijven overschaduwen.
Venetiaan stierf woensdag vredig in zijn huis, omringd door familie. Hij is de derde oud-president die binnen één jaar tijd, is gestorven; Desi Bouterse en Jules Wijdenbosch stierven nog geen jaar geleden. Ook na zijn dood weet hij zijn statement van eenvoud te maken: hij liet instructies achter bij zijn familie over de uitvaart, waarbij hij uitdrukkelijk heeft aangegeven geen begrafenis met staatseer te willen.
Venetiaan is op 18 juni 1936 in Suriname geboren. Na zijn studie wiskunde in Nederland keerde hij terug naar dit land, waar hij leraar werd en later minister van Onderwijs in de regering-Arron (1973–1980). Tijdens de militaire staatsgreep van 1980 toonde hij zijn karakter: terwijl velen de vlucht namen, bleef Venetiaan op zijn ministerie.
Venetiaan werd in 1991 president, kort na de zogeheten telefooncoup die de burgerregering ten val bracht. Zijn eerste ambtstermijn stond volledig in het teken van het herstel van de democratie en de zuivering van het leger van politieke invloed. Onder zijn leiding werd de macht van het leger grondwettelijk ingeperkt en Desi Bouterse uit de militaire top verwijderd. Hij dreigde zelfs met buitenlandse interventie als er opnieuw sprake zou zijn van een staatsgreep. Dit kwam bekend te staan als de ‘Haagse Bluf’.
Een ander historisch wapenfeit uit deze periode was de beëindiging van de Binnenlandse Oorlog in 1992. Met de Overeenkomst voor Nationale Verzoening en Ontwikkeling bracht Venetiaan vrede tussen de regering en gewapende groepen als het Jungle Commando en de Tucayana Amazones.
Op economisch vlak koos hij voor strakke discipline: een stabilisatieprogramma die de begroting, inflatie en wisselkoers onder controle brachten. Hoewel de bevolking zwaar te lijden had onder de bezuinigingen, legde Venetiaan de fundamenten voor economisch herstel.
In 1996 verloor hij de verkiezingen door wat later bekend werd als de ‘kapitaalcoup’, een coalitie van zakenlui en politici die kozen voor Jules Wijdenbosch als president. De nieuwe regering stortte het land in korte tijd opnieuw in een crisis door financieel wanbeheer, waardoor in 1999 massale volksprotesten uitbraken. Dat vormde de opmaat voor Venetiaans terugkeer in 2000.
Toen Venetiaan opnieuw aantrad, bevond de Surinaamse economie zich in een diepe crisis. Zijn regering herstelde het vertrouwen van de internationale gemeenschap, bracht inflatie omlaag en stabiliseerde de Surinaamse Dollar die in 2004 werd ingevoerd. Suriname beleefde in de jaren daarna een periode van economische rust en groei, met reserves die tegen het einde van zijn derde termijn opliepen tot meer dan 700 miljoen Amerikaanse dollars.
Zijn presidentschap werd niet gekenmerkt door spectaculaire projecten of populistische gebaren, maar door betrouwbaar en integer bestuur. Critici noemden hem soms afstandelijk en traag, maar zijn eerlijkheid werd vaak herkend. Zijn uitspraak – “In Suriname maken wijzelf uit wat de tijd is” – vat zijn houding tegenover buitenlandse bemoeizucht – zoals het ook genoemd werd – samen.
Toen Bouterse in 2010 als president werd beëdigd, weigerde Venetiaan hem persoonlijk de ambtsketen om te hangen –symbolisch gaf hij de macht terug aan het volk, via parlementsvoorzitter Jennifer Simons. Hij hield vast aan zijn principes, of men die leuk vond of niet.
Na zijn vertrek bleef hij nog enkele jaren lid van De Nationale Assemblée en partijleider van de NPS. In 2020 werd hij bij de 45e viering van Srefidensi door president Santokhi onderscheiden voor zijn bijzondere verdiensten. Hij kreeg de hoogste onderscheiding die Suriname kent.
Ronald Venetiaan ‘de president met de tien schone vingers’ heeft politieke nalatenschap die in enkele kernwaarden neerkomen op: rust, eerlijkheid, discipline en verantwoordelijk leiderschap. Hij gaat de geschiedenis in als de leider die Suriname drie keer uit de chaos trok. Geen man van spektakel, maar van principes – een zeldzaamheid in de Surinaamse politiek.


