Waarborgsom komt elke regering goed uit
Het bepalen én betalen van de ‘waarborgsom kandidaatstelling’ wordt sinds de invoering in 2019 onder een vergrootglas geplaatst. Destijds was de oppositie, bestaande uit onder meer ABOP en VHP, nog fel tegen de invoering van de waarborgsom. Eenmaal zelf in het machtscentrum, verhoogden ze het bedrag met ruim duizend procent. Het Constitutioneel Hof floot ze terug.
Tekst Felitia Saaki
De waarborgsom is een verplicht bedrag dat politieke partijen moeten betalen om deel te kunnen nemen aan de verkiezingen. Het bedrag wordt bij elke verkiezing aangepast door middel van een wetswijziging. De aanpassing betekent dat de waarborgsom verlaagd of verhoogd wordt. In beide gevallen lopen de gemoedstoestanden hoog op in het parlement.
De waarborgsom werd door de Evaluatiecommissie Kiesstelsel onder leiding van nu wijlen ex-president Jules Wijdenbosch in 2018 voorgesteld, en een jaar later in het parlement door de regering-Bouterse bij wet vastgelegd. Sindsdien houdt het de politieke gemoederen flink bezig, met voor- en tegenstanders. In een column op Starnieuws stelt politicoloog Hans Breeveld aanvankelijk nog dat de waarborgsom een goede vervanging is van een ander wetsartikel, waarin politieke organisaties uitgesloten werden van deelname aan de algemene verkiezingen als zij geen ledenlijst konden overleggen. Uit die ledenlijst moest blijken dat het aantal kiesgerechtigde leden van de partij tenminste zo groot was als één procent van het totaal aantal kiesgerechtigden in Suriname. Breeveld noemde dit ‘een nietszeggend wetsartikel’.
Lees dit artikel verder in het april/mei-dubbelnummer 228 van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname)
Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren





