Wat de Surinamer zo sterk maakt
De identiteit van Suriname is verbonden aan de diversiteit binnen zijn samenleving. Diverse culturen, etnische groepen, godsdiensten zijn hier bij elkaar gebracht. Ja, bij elkaar gebracht. Want de migratie van de meeste groepen in Suriname was gedwongen. Mensen werden tegen hun wil in verplaatst. Ook politieke, economische, sociale en milieu-gerelateerde factoren dwingen mensen om elders te wonen voor een beter leven. De geschiedenis van Suriname is doordrenkt van gedwongen migratie. Het economisch belang speelt daarbij altijd een hoofdrol.
De Arowakken waren rond 1100 n.Chr. door de Caraïben verdreven uit de kustgebieden en zij vestigden zich in het binnenland. Eeuwen later zouden de inheemse volkeren in Suriname te maken krijgen met grootschalige historische dwangmigraties als gevolg van het Europese kolonialisme. De inheemsen, zoals de Lokono’s, Wayana’s, Kalin’a of Trio’s kenden het verschijnsel migratie al, maar een dat in harmonie stond met de natuur. Toen echter de Europeanen voet aan wal zetten, veranderde deze vrijwillige migratie in een gedwongen verplaatsing. Ze werden verdreven uit de vruchtbare woongebieden naar minder vruchtbare gebieden in het binnenland. Op hun leefgebied werden plantages aangelegd en zij werden gemarginaliseerd door de Europese migranten, die vrijwillig naar Suriname kwamen. Deze inheemse migratiebeweging begon uit noodzaak om te overleven en behoud van eigen identiteit. Het was een migratiebeweging die ze de traditionele woongebieden ontnam en zorgde voor cultuurverlies. Het migratieverhaal van de inheemse volkeren is niet alleen een van ontheemding, maar die van overleving en aanpassing aan nieuwe omstandigheden. Een strijd van voortbestaan.
Terwijl de inheemse bevolking probeerde te leven in een veranderende wereld, begon een nieuw hoofdstuk van gedwongen migratie in ons land. De gedwongen volksverhuizing van de Afrikaanse totslaafgemaakten leidde tot grootschalige dwangarbeid en een leven in slavernij op de Surinaamse plantages. Deze totslaafgemaakten werden niet enkel vastgehouden op een plek, maar regelmatig verplaatst tussen de plantages. De Afrikaanse totslaafgemaakten werden beschouwd als een handelswaar welke verhandelbaar, verwisselbaar en vervangbaar was. Hun namen kwamen voor op de inventarisatielijst van plantage-eigenaren, tussen alle andere goederen. Deze verplaatsing van totslaafgemaakten was een keuze van de plantage-eigenaren, gedreven door economische belangen, en had grote gevolgen voor de totslaafgemaakten. Families en gezinnen werden uit elkaar gehaald. Toch wisten grote groepen de gruwelijkheden te ontsnappen door te vluchten naar het diepe en moeilijk begaanbare binnenland van Suriname. Dit was een migratievorm die voortkwam uit de moed voor en de drang naar vrijheid en zelfbeschikking.
Kort voor de afschaffing van de slavernij werd er al gezocht naar een alternatief voor een op handen zijnde tekort aan arbeidskrachten op de plantages. De Aziatische contractarbeid in Suriname werd voorgesteld als een redelijk arbeidssysteem dat de plaats innam van de slavernij. Maar de Chinezen, Hindostanen en Javanen migreerden als gevolg van bittere omstandigheden die hen daartoe verplichtten. Zij waren op zoek naar overlevingsmogelijkheden. Deze groep die onder zware economische of sociale druk stond, was als goedkope arbeidskracht zeer kwetsbaar voor misbruik. Contractarbeid (lees: loonarbeid) was een modern alternatief voor slavernij. Deze contractanten werden gebonden aan strenge regels. De arbeidscontracten, vaak opgesteld in een taal die de arbeiders niet begrepen, bonden hen voor vijf jaar aan een specifieke plantage. Hun vrijheid was beperkt, het werk zwaar, en de leefomstandigheden slecht. Ze kregen lage lonen, mochten het terrein nauwelijks verlaten en bij contractbreuk werden zware straffen toegekend.
Dat economische belangen boven het menselijk welzijn golden, zien we ook in de tweede helft van de 20ste eeuw. Mensen in het binnenland moesten plaatsmaken voor vooruitgang. Duizenden bewoners van het binnenland móesten verhuizen naar andere gebieden, omdat generaties-oude woongebieden gebruikt werden voor de aanleg van een stuwmeer. Hoewel betere omstandigheden door de Surinaamse overheid waren beloofd, bleek dat in de praktijk anders uit te pakken. De traditionele organisatie van de lokale gemeenschappen, middelen van bestaan en religieuze plaatsen verdwenen onder water. Deze transmigranten betaalden de beloofde economische ontwikkeling van Suriname, zonder dat zij bij de besluitvorming werden betrokken. Hun verhuizing naar de transmigratiedorpen vond dan niet met de harde hand plaats, maar een keuze was er niet.
De aanloop naar de onafhankelijkheid bracht nieuwe vormen van migratie met zich mee.
‘Dit is een tijd voor een nieuw geluid…maar hoe maken we een land zonder koninkrijksverband?’, bezong Henk Tjon de situatie in 1973 onder andere in de cabaretvoorstelling Land te Koop. Hoewel we het vijftigste srefidensi-jaar vol trots hebben herdacht, herinnert het ons ook aan de duizenden Surinamers die het land verlieten in de periode voor en na de staatkundige onafhankelijkheid. Op de luchthaven Zanderij stonden lange rijen mensen met koffers, kinderen en familieleden die afscheid namen van hun geboorteland. Zij maakten de vrijwillige keuze, gemotiveerd door de economische onzekerheid, etnische spanningen en betere kansen voor onderwijs en werk. De emigratie van deze Surinamers vanaf de jaren 70 betekende een groot verlies voor het land: kennis ging weg en de bevolking werd kleiner.
De onzekerheid voor de toekomst blijft ook na de onafhankelijkheid voelbaar. Wat in 1980 voor velen als hoop begon, werd overschaduwd door politieke onrust en angst. De militaire coup die begon als een belofte om de corruptie te bestrijden, veranderde al gauw in een dictatuur van militairen. Toen in 1982 de Decembermoorden plaatsvonden, waarbij vijftien onschuldige burgers in koelen bloede werden vermoord, bereikte de verontwaardiging het hoogtepunt. De toenmalige politieke en economische omstandigheden zorgden voor een uitzichtloze situatie in Suriname. Opnieuw trokken tienduizenden Surinamers weg in de hoop voor een beter bestaan in het buitenland. Suriname verloor veel talent en hoop.
De jaren tachtig werd gekenmerkt door migratie. In 1986 woedde in het Oosten van Suriname de Binnenlandse Oorlog tussen het Jungle Commando en het Nationaal Leger. De aangrijpende Moiwana-moorden vormden het dieptepunt van deze oorlog. Dorpen werden verwoest, huizen stonden in brand, tientallen bewoners verloren het leven. De overlevenden konden slechts één ding doen: vluchten. Wederom waren duizenden Surinamers genoodzaakt om hun (traditionele) woongebieden te verlaten. Ze werden vluchtelingen in hun eigen land of in het buurland Frans-Guyana. Zoekend naar veiligheid, kwamen ze in opvangkampen in Frans-Guyana terecht. Deze Surinamers vertrokken niet omdat ze het wilden, ze vertrokken uit nood. Ze probeerden aan het geweld van hun eigen regering, die hun veiligheid had moeten waarborgen, te ontsnappen.
Dacht u nu dat het voorbij was voor Surinamers? Neen, nog steeds gelden economische belangen boven het menselijk welzijn. De strijd om bestaanszekerheid blijft voortduren. De grootschalige en ongecontroleerde mijnbouw-en houtkapactiviteiten bedreigen direct of indirect het woonbestaan van veel binnenlandbewoners. Inheemsen en marrons verliezen hun woongebieden als gevolg van ontbossing, kwikgebruik en aan concessies. Slechte toegang tot onderwijs en milieurampen zijn ook factoren die leiden tot urbanisatie. Dit is een langzaam proces van dwangmigratie. De economische en politieke onzekerheid die de afgelopen 50 jaar plaatsvindt, dwingt veel Surinamers om elders, vaak genoeg buiten Suriname, een beter bestaan te zoeken. Regelmatig hoor je collega’s, kennissen, vrienden en familieleden praten over hun zoektocht naar een beter bestaan. Een bestaan met garanties van een goed zorgstelsel, goed onderwijs, menswaardige salarissen of eerlijke kansen. Het lijkt voorlopig nog een utopie in Suriname.
Vandaag de dag zien we echter ook een omgekeerde beweging: terwijl veel Surinamers op zoek gaan naar een bestaanszekerheid in het buitenland, komen anderen juist naar ons toe. De cultuur, talenkaart en de bevolkingssamenstelling van Suriname wordt de laatste jaren verder gediversifieerd door de komst van nieuwe migranten uit de regio. Brazilianen, Haïtianen, Cubanen en immigranten uit andere spaanstalige (ei)landen zijn aan het toenemen – al dan niet omdat zij op hun beurt worden gedwongen door politieke, economische, sociale en milieu-gerelateerde factoren.
De geschiedenis leert ons dat Suriname op verschillende manieren is gevormd door migratie in al haar vormen. Deze migratie werd gedreven door interne en externe macht- en economische belangen, waarbij de keuze om te verhuizen niet altijd vrijwillig was. Elk tijdperk en elke migratiegolf heeft sporen achtergelaten in onze samenleving met verschillende etnische groepen, culturen, godsdiensten, talen, religies, muziek en culinaire tradities. Het bracht ook andere uitdagingen met zich mee: tekenen van segregatie, politieke verdeeldheid, stereotyperingen. De emigratie van veel Surinamers in de laatste 50 jaar zorgde ook voor verliezen. Toch is het ook belangrijk om te vermelden dat het in de migratieverhalen van Surinamers niet alleen ging om overleven, want ze getuigen ook van het onwrikbare doorzettingsvermogen. De Surinamer – binnen en buiten Suriname – heeft te midden van slavernij, uitbuiting, economische en politieke tegenspoed, de wil tot groei behouden. Dat vermogen maakt de Surinamer steeds sterker.


