Wat is nieuw? Santokhi versus Simons
Wat zijn de grote verschillen tussen het beleid van voormalig president Chandrikapersad Santokhi en zijn opvolger Jennifer Geerlings-Simons?
Tekst Raoul Roeplal Beeld Communicatie Dienst Suriname
Chandrikapersad Santokhi hield zijn laatste jaarrede in 2024. Die rede was vooral een sluitstuk van zijn kabinet. Santokhi sprak over de afronding van het IMF-programma en over financieel herstel in Suriname. Hij noemde successen zoals teruggebrachte inflatie van 60% naar 10% en een schuldquote die terug is gebracht van 147% naar 77%. Hij gebruikte veel woorden zoals ‘de crisis is voorbij, we gaan groeien’.
Santokhi heeft veel nadruk gelegd op wetgeving, institutionele hervormingen zoals de Anticorruptiewet, het Nieuw Burgerlijk Wetboek, Public Sector Reform. De verdere versterking hiervan zou zelfs eventueel in een tweede IMF programma gerealiseerd kunnen worden. Hij richtte zich veel op systemen: wetten, regels, digitale structuren.
Santokhi had een technocratische en economische benadering en legde de nadruk op herstel, stabiliteit en groei na de diepe crisis van 2020. De tekst is lang en cijfermatig, doordrenkt met prestaties, IMF-indicatoren en statistieken. De toon was vooral zelfverdedigend en verklarend. Hij liet zien dat zijn beleid werkte en dat ‘offers niet tevergeefs zijn geweest’.
Santokhi heeft ook aandacht besteed aan concrete maatregelen, zoals koopkrachtversterking, AOV-verhoging, voedselprogramma’s en broodjesprojecten, die compensatoir van aard waren en dus bedoeld om pijn te verzachten. Hij zag armoede als een tijdelijk gevolg van economische hervorming.
Santokhi verwees sporadisch naar nationale trots, maar bleef zakelijk.
Jennifer Simons spreekt juist over de noodzaak om de economie ‘op eigen benen’ te zetten en legt de nadruk op niet-mijnbouwsectoren zoals landbouw, bouw, toerisme. Voor haar is de crisis nog lang niet voorbij: tot 2028 gaat Suriname juist zware jaren tegemoet. Dit standpunt vindt ondersteuning van maatschappelijke groepen, zoals de Suriname Economic Oversight Board (SEOB), maar ook Staatsolie die heeft aangegeven de regering in die periode te willen bijstaan.
Simons legt de nadruk op ethiek, integriteit, vertrouwen, transparantie en spreekt vooral over de democratische cultuur en niet alleen over wetgeving. Het kernverschil ligt er vooral in dat Santokhi instellingen wilde bouwen en versterken, terwijl Simons dwars door haar rede veel mentaliteitshervorming benadrukte.
Simons had een ideologische en reflectieve toon. Ze zoekt nationale identiteit boven economische cijfers. Waar Santokhi zijn succes in grafieken laat zien, laat Simons zien wat er volgens haar ontbrak: een gezamenlijke visie op wie de Surinamer is. Simons verwerpt ad-hoc-steun en noemt voedselprogramma’s en broodjesprojecten “incidentele tegemoetkomingen zonder wettelijke basis”, waarbij zij via het programma ‘Van armoede naar productieve arbeid’ burgers wil activeren in plaats van alleen consumptief ondersteunen.
Simons plaatst natievorming centraal door aankondiging van een “Heritage Month” en “Srefidenki”. De Surinaamse identiteit lijkt het startpunt van elk beleidsplan. Hierdoor leek bij de een identiteit een bijzaak te zijn, en bij de ander het fundament.
De jaarrede van president Simons is op sommige gebieden hoopgevend en realistisch, en soms weer te ver gegrepen om binnen één jaar te realiseren. Daarnaast is Suriname een democratie: het parlement heeft uiteindelijk het laatste woord hierover. In de begrotingsbehandeling is het verwachtbaar dat de NDP zich schaart achter de visie van Simons. De realiteit is echter, dat er een veel bredere coalitie is waar rekening moet worden gehouden met partners.
In hoeverre zal het voorgenomen beleid, na de begrotingsbehandeling, afwijken van het uiteindelijke beleid? Zal president Simons ook een traditie doorbreken door de sloten van de wet – wat er daadwerkelijk gerealiseerd is – in het openbaar te behandelen in De Nationale Assemblée, een jaar vanaf nu? Parbode houdt een vinger aan de pols.
Dit artikel staat in het december/januari nummer van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname). Wilt u digitaal verder lezen? Kijk dan op www.parbode.com/abonneren




