Wat maakte de DNA-vergadering over de vervolging van ex-ministers zo bijzonder?
De behandeling van de verzoeken van de procureur-generaal om drie voormalige ministers strafrechtelijk te mogen vervolgen, groeide afgelopen week uit tot een van de meest opvallende vergaderingen van De Nationale Assemblée (DNA) in recente jaren. Uiteindelijk werden alle drie ex-bewindslieden in staat van beschuldiging gesteld: Bronto Somohardjo met 32 stemmen voor en geen tegenstemmen, Gillmore Hoefdraad met 29 stemmen voor en 5 tegen, en Riad Nurmohamed met 33 stemmen voor en 2 tegen. Hoewel de uitkomst duidelijk was, zijn er toch opmerkelijke/noemenswaardige feitelijkheden die Parbode heeft opgemerkt.
Door Raoul Roeplal
Geen sprake van ‘coalitiediscipline’
Normaal gesproken kan een regeringscoalitie met haar meerderheid een stemming relatief eenvoudig naar haar hand zetten. Ditmaal lag dat anders. Binnen de brede coalitie bleek geen sprake van een gezamenlijke lijn. Zelfs binnen afzonderlijke fracties bestonden uiteenlopende opvattingen over de verzoeken van de procureur-generaal. Parlementariërs waren opmerkelijk vrij om hun individuele standpunten in te nemen. Daardoor werd de steun van oppositieleden cruciaal. Anders dan bij veel parlementaire stemmingen kon de coalitie niet uitsluitend op eigen kracht een besluit nemen.
Ministers uit verschillende politieke kampen
Een andere bijzonderheid was dat de verzoeken partij-overstijgend waren. De drie betrokken ex-ministers waren afkomstig uit verschillende politieke richtingen. Gillmore Hoefdraad was minister namens NDP, Riad Nurmohamed namens VHP en Bronto Somohardjo was minister namens PL, waarvan hij tegenwoordig ondervoorzitter én fractieleider is. Daardoor ontstond geen klassieke situatie waarbij coalitie en oppositie tegenover elkaar stonden. Politieke loyaliteiten liepen door elkaar heen.
Drie totaal verschillende dossiers
Ook de wijze waarop de drie zaken werden behandeld verschilden aanzienlijk. Bronto Somohardjo maakte gebruik van de mogelijkheid om op eigen verzoek in het openbaar door de parlementaire commissie te worden gehoord. Riad Nurmohamed werd achter gesloten deuren gehoord. Gillmore Hoefdraad kon helemaal niet worden gehoord, omdat hij zich nog altijd buiten het bereik van de Surinaamse autoriteiten bevindt. Hoefdraad is in Suriname reeds veroordeeld; voor Somohardjo ziet het Openbaar Ministerie genoeg reden hem te arresteren en in het geval van Nurmohamed is de gevangenneming niet gelast.
Wie stemde wel en wie niet?
De stemmingen leverden ook een interessant beeld op van de betrokkenheid van de verschillende fracties. VHP kende de hoogste feitelijke deelname. Alle aanwezige leden van de fractie namen deel aan de stemmingen en stemden in alle gevallen vóór vervolging van de voormalige ministers.
Bij NDP was het beeld tegenovergesteld. Hoewel de partij met achttien zetels de grootste fractie vormt, nam slechts een klein deel van haar leden deel aan de stemmingen. In de zaak Hoefdraad stemden drie NDP-leden tegen en één lid vóór het verzoek. Dat laatste betrof Raymond Sapoen van de HVB, die via de NDP-lijst in het parlement zit. Sapoen stemde bovendien in alle drie de zaken vóór vervolging.
Jennifer Vreedzaam, Annie Sadie en Ingrid Waldring-Bouterse namen slechts gedeeltelijk deel aan de stemmingen of onthielden zich daarvan. Het merendeel van de fractie leverde geen bijdrage aan de besluitvorming. Daarmee participeerde minder dan een kwart van de NDP-fractie actief aan de stemmingen. Partijen als BEP, A20 en PL namen daarentegen volledig deel aan alle stemmingen. Ook ABOP kende vrijwel volledige participatie. NPS kwam uit op ongeveer twee derde van haar leden.
Voor zijn eigen vervolging
Een van de meest opmerkelijke momenten deed zich voor bij de stemming over Bronto Somohardjo. Als parlementslid nam hij deel aan de stemming en stemde hij vóór zijn eigen in staat van beschuldigingstelling. Bij de verzoeken tegen Nurmohamed en Hoefdraad stemde zijn fractie juist tegen.
Voorzitter stemt niet mee
Zowel de voorzitter van de commissie van rapporteurs als de voorzitter van De Nationale Assemblée kozen ervoor zich te onthouden van stemming. Daarmee hielden beide leden afstand van de uiteindelijke politieke beoordeling van de dossiers. Opmerkelijk was eveneens de verdeeldheid binnen de commissie van rapporteurs. Fractiegenoten Rabin Parmessar en Ebu Jones presenteerden tijdens de openbare vergadering uiteenlopende conclusies over de verzoeken. Het is zeldzaam dat verschillen van inzicht binnen één fractie zo zichtbaar worden gemaakt tijdens de parlementaire behandeling van een dossier. Het ene moment wilde de commissie niet naar de openbare vergadering en op het andere moment ging het toch door.
(Juridische) verantwoordelijkheid
Volgens de wet moest DNA uiterlijk 9 juni reageren op de verzoeken van de procureur-generaal; dat is ook gebeurd. Indien het parlement geen besluit zou nemen, zou juridisch worden aangenomen dat geen toestemming voor vervolging was verleend. Daar hield de verantwoordelijkheid niet op. Ook na de stemming moest DNA de procureur-generaal officieel informeren over het genomen besluit. Zou die kennisgeving uitblijven, dan zou volgens de wet eveneens worden uitgegaan van het ontbreken van toestemming. Inmiddels heeft het parlement de procureur-generaal formeel geïnformeerd.
Dat lijkt een formaliteit, maar de geschiedenis laat zien dat dit niet vanzelfsprekend is. In een eerdere procedure tegen Gillmore Hoefdraad liet het parlement na om het Openbaar Ministerie officieel op de hoogte te stellen van zijn besluit. Daardoor ontstond onduidelijkheid en werd een nieuw verzoek ingediend.
Het gevolg is dat DNA zich inmiddels voor de derde keer over een verzoek rond Hoefdraad heeft uitgesproken: een eerste keer werd het verzoek afgewezen zonder formele kennisgeving aan de procureur-generaal, een tweede keer werd toestemming verleend met officiële kennisgeving, en nu volgde opnieuw een positief besluit met formele kennisgeving.
Juist daarom kan deze vergadering, ondanks alle politieke gevoeligheden, ook worden gezien als een voorbeeld van een parlement dat zijn wettelijke verantwoordelijkheid heeft genomen. In plaats van de kwestie via procedurele omwegen te laten stranden, koos DNA ervoor de verzoeken inhoudelijk te behandelen en tijdig een beslissing te nemen… ongeacht wie vóór of tegen de Wet In staat van beschuldiging stelling Politieke Ambtsdragers is.





