Wie controleert Staatsolie?
Staatsolie is verantwoordelijk voor eenderde van de overheidsinkomsten. Met de offshore olieontwikkeling wordt hun aandeel in de economie nog groter. Jarenlang heeft het staatsbedrijf kunnen opereren zonder directe overheidsbemoeienis. Moet dat veranderen om de toekomst van onze economie veilig te stellen? “Staatsolie wordt machtiger dan de president.”
Tekst Zoë Deceuninck
Oliemultinationals TotalEnergies en APA Corporation investeren 12,5 miljard US-dollar in GranMorgu, het eerste offshore olieproject voor de kust van Suriname. Het project heeft een geschatte piekproductie van zo’n tachtig miljoen vaten per jaar – ruim tien keer meer dan de huidige productie van Staatsolie in Saramacca. Afhankelijk van de olieprijs kan Suriname alleen al met GranMorgu de komende 22 jaar – de geschatte levensduur van het project – ‘tussen 16 miljard en 26 miljard US-dollar verdienen’, aldus berekeningen van Staatsolie, onze nationale oliemaatschappij. Naar verwachting vloeit de eerste olie in 2028 naar boven.
‘Big money’
“We praten echt over big money”, zegt Lucia van Geuns, een Nederlandse energieprofessional die tweeëntwintig jaar bij Shell heeft gewerkt en nu werkzaam is bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, een onafhankelijke denktank. “Suriname speelt nu in een heel andere league. Dit kan potentieel uitgroeien tot een enorme olieboom”, stelt de energie-expert. Petronas en ExxonMobil, twee andere oliemultinationals die actief zijn in Suriname, stuitten de afgelopen jaren ook al op olie en gas voor onze kust. Mogelijk neemt Petronas volgend jaar een finaal investeringsbesluit (FID, naar zijn Engelse acroniem) voor de ontwikkeling van het tweede project in Surinaamse wateren (zie kader, red.). “Als er nog meer grote ontdekkingen worden gedaan voor de kust, wordt Suriname echt een speler op de internationale markt”, stelt Van Geuns.
Staatsolie leidt de (nieuwe) olie-ontwikkeling in goede banen. Als ‘petroleum regulator’ is ze verantwoordelijk voor het promoten van de olie- en gaspotentie in Suriname, het aangaan van petroleumovereenkomsten en het toezicht op de uitvoering van deze overeenkomsten door internationale oliebedrijven. Dat doet het staatsbedrijf met goedkeuring van de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, die op zijn beurt handelt met toestemming van de regering. Staatsolie opereert daarbij nagenoeg zonder directe bemoeienis van de staat, de enige aandeelhouder van het bedrijf. Het wordt ook weleens gezien als een van de belangrijkste redenen waarom Staatsolie zo’n succes is geworden.
Lees dit artikel verder in het juni/juli-dubbelnummer 229 van Parbode, verkrijgbaar in de winkel (in Suriname)
Wilt u digitaal verder lezen? Kijk op www.parbode.com/abonneren






